Recensie

Svetlana Alexijevitsj laat de lezer achter met een verpletterende indruk van onvoorstelbaar oorlogsleed

Svetlana AlexijevitsjBeeld afp

Geen belletrie, geen journalistiek: Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj is een unieke Russische stem. 

In het huidige Rusland heeft de literatuur niet meer dezelfde rol als vroeger. Lees je moderne schrijvers als Vladimir Makanin, Tatjana Tolstaja of Vladimir Sorokin, dat gaat het om de zuiver esthetische rol van literatuur, in plaats van de geëngageerde. Svetlana Alexijevitsj is duidelijk een vertegenwoordigster van het laatste. Zij is een volstrekt originele representant van de geëngageerde rol van literatuur.

Als Wit-Russische met een Oekraïense moeder neemt Svetlana Alexijevitsj (1948) ook door afkomst een bijzondere plaats in in Rusland, waar haar boeken vaker uitgegeven zijn dan in haar dictatoriale vaderland Wit-Rusland. In 2000 moest Alexijevitsj haar land ontvluchten, woonde daarna in Italië, Duitsland en Zweden, om in 2011 terug te keren naar Minsk.

'Bekentenissenromans' 

Alexijevitsj heeft een genre ontwikkeld dat niet binnen de literatuurwetenschappelijke schema’s past: het is geen bellettrie maar ook geen journalistiek, geen fictie maar ook geen orale geschiedschrijving in de technische zin van het woord. Haar boeken zijn ‘bekentenissenromans’, monologen van individuele personen waarin zij persoonlijke ervaringen van historische gebeurtenissen vertellen. Samen vormen zij een groot polyfonisch verhaal over het betreffende onderwerp. Het werk van Alexi­jevitsj is internationaal erkend als vernieuwend en maatschappelijk belangrijk. Haar boeken zijn in 35 talen vertaald, en zij heeft Russische en buitenlandse prijzen gekregen met als bekroning de Nobelprijs voor literatuur in 2015.

Het eerste boek van Svetlana Alexijevitsj, ‘De oorlog heeft geen vrouwengezicht’, dateert uit 1983 maar mocht in de Sovjet-Unie niet gepubliceerd worden. De schrijfster werd beschuldigd van ‘pacifisme, naturalisme en ontsiering van het heldhaftige beeld van de Sovjetvrouwen’. Pas onder Gorbatsjov verscheen het, in een oplage van 2 miljoen. In 1985 kwam ook meteen een vervolg uit, ‘De laatste getuigen’. Beide boeken behandelen de Tweede Wereldoorlog totaal anders dan de Sovjet-literatuur en het huidige Rusland van Poetin. De volgende boeken van Alexijevitsj behandelen eveneens thema’s waarover in de officiële media weinig of anders wordt gesproken: over de zinloosheid van de Russische oorlog in Afghanistan (‘Zinkjongens’) en over de kernramp in Tsjernobyl (‘Wij houden van Tsjernobyl’). Het meest recente (2013) is ‘Het einde van de Rode mens’, een genadeloze deconfiture van de mentaliteit van de homo sovieticus.

Traumatische herinneringen

Bekeek het eerste boek de Tweede Wereldoorlog via ervaringen van jonge vrouwelijke soldaten, ‘De laatste getuigen’ (geschreven in 1985, maar nu pas vertaald) bevat de traumatische herinneringen van toenmalige kinderen van 5 tot 12 jaar, nu volwassenen. Beide boeken contrasteren radicaal met de officiële Russische geschiedschrijving. Onder president Poetin is de herdenking van de Grote Vaderlandse Oorlog uitgegroeid tot een ideologische cultus van de overwinning, met grote militaire parades, heroïsche documentaires en nationalistische retoriek. Svetlana Alexijevitsj biedt een kijk op de oorlog in zijn individuele menselijke tragiek en concrete wreedheid.

‘De laatste getuigen’ plaatst de lezer meteen midden in de gebeurtenissen zonder inleiding. Het boek bevat ook geen commentaar van de schrijfster bij de verhalen: de lezer wordt hard geconfronteerd met de realistische weergave van de menselijke drama’s. Dit is een literair procedé dat vergelijkbaar is met Varlaam Sjalamov’s ‘Verhalen van Kolyma’, dat commentaarloos de wreedheid van de goelag beschrijft. Maar Alexijevitsj heeft wel in haar eerste boek haar werkwijze en doelstelling uitvoerig behandeld. Wie dat boek gelezen heeft kan dit tweede oorlogsboek beter plaatsen. Het is daarom jammer dat de vertaler Alexijevitsj’ literaire procedé niet heeft toegelicht in een nawoord.

“Ik schrijf niet over de oorlog maar over de mens in de oorlog, geen geschiedenis van de oorlog maar geschiedenis van gevoelens”, zegt Alexijevitsj in het eerste boek. Doodservaring, lijden, angst, honger, sadisme zijn de topics. Alexijevitsj wil zo schrijven dat “wij misselijk worden van de oorlog, dat de generaals zelf misselijk worden”. Of nog anders gezegd: “Ik denk over lijden als de hoogste vorm van informatie”. Dit ging in 1983 tegen alle Sovjet-gevoelens in. Zoals de censor zei tegen Alexijevitsj: “U moet onze heldendaden beschrijven, maar u laat de lelijkheid van de oorlog zien. Vuile was in plaats van de overwinning. Wat wilt u daarmee bereiken?”. Waarop de schrijfster kort antwoordt: “De waarheid”.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Svetlana AlexijevitsjDe laatste getuigen

Schokkend beeld

In 101 korte en langere hoofdstukken geeft zij een schokkend beeld van het kinderleed uit die tijd. De hoofdstukjes dragen eenvoudige titels als ‘Wie huilt wordt doodgeschoten’, ‘We hebben opa onder het raam begraven’, ‘Waarom schoten ze in haar gezicht? Mama was zo mooi’, maar zij dekken een lading van gruwelijke kinderdrama’s in volwassen herinneringen. Anders dan ‘De oorlog heeft geen vrouwengezicht’ bevat het boek geen beschrijving van gevechten aan het front, maar de confrontaties van kinderen met de Duitse bezetter in Wit-Rusland: afgebrande dorpen, hopen verkoolde lijken, executies van ouders, martelingen en honger, heel veel honger. Het zijn oorlogservaringen die wij in Nederland niet in die vorm hebben meegemaakt. De oorlog was in Rusland veel verwoestender en wreder dan in West-Europa. Daarom is de Russische historische preoccupatie of zelfs obsessie met WO II goed te begrijpen.

Bij alle beschreven gruwelen is het bijna ongepast om te zeggen dat de lezer toch een bepaalde literaire voldoening ervaart. De getuigen vertellen namelijk in zulke pakkende en krachtig korte zinnen als geen beroepsschrijver kan bedenken. Niet sentimenteel, niet gekunsteld, maar direct uit het hart, plastisch en toch bijna zakelijk. “De [Duitse] honden verscheurden de kindjes. Je zat erbij te wachten tot zijn hartje stilstond”. Of “Ze hebben hem levend begraven. We hadden het gevoel dat wij hem vanonder de grond hoorden schreeuwen”. Of: “Hun hoofden knakten als pompoenen”.

De lezer blijft achter met een verpletterende indruk van onvoorstelbaar oorlogsleed. Inderdaad om misselijk van te worden, zoals Svetlana Alexijevitsj beoogde. Maar niets is overdreven of verzonnen, de werkelijkheid zelf overtrof elke fantasie. Zelfs woorden zijn eigenlijk niet bij machte die werkelijkheid weer te geven, zoals een van de getuigen zegt met verwijzing naar de Griekse filosoof Kratilos. Helaas is dit zinnetje weggevallen in de vertaling. De enige andere filosofische geladen opmerking bij al het plastisch beschreven leed is: “Heeft God dit gezien? En wat dacht hij toen?”

Svetlana Alexijevitsj
De laatste getuigen
Vert. Jan Robert Braat
De Bezige Bij, 303 blz. € 26,99

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden