Suske en Wiske worden 60 -op het feestje bladert het stripmuseum door hun album.

Een eigenwijs meisje met een strik op haar hoofd en een iets bedaardere, slimme jongen op weg naar het avontuur: Hele generaties zijn inmiddels opgegroeid met de stripfiguren Suske en Wiske. Het Vlaamse duo wordt dit jaar 60 -een mooie gelegenheid voor het stripmuseum in Groningen een tentoonstelling in te richten.

Om meteen maar een misverstand uit de weg te ruimen: Suske is niet Wiskes broertje. Want dat heet Rikki. In het debuut van tekenaar Willy Vandersteen (1913-1990) in 1945 in het Antwerpse dagblad De Dag, speelt Rikki samen met zijn zus de hoofdrol in Rikki en Wiske in Chocowakije. Maar Vandersteen vindt Rikki bij nader inzien te volwassen naast zijn zusje, en stuurt hem aan het eind van dit verhaal -geheel naar 1945- met een schoenenbon naar de winkel. Onderweg verdwijnt hij op mysterieuze wijze om nooit meer terug te keren.

Maar dit is niet het einde van Wiske. In de volgende strip vertrekt zij samen met haar tante Sidonia en professor Barabas naar het eiland Amoras, waar ze Fransiscus, kortweg Suske ontmoeten. Hij sluit zich bij hen aan en een gouden combinatie ontstaat: Wiske nieuwsgierig, impulsief en soms wat dramatisch, Suske wat rustiger en ridderlijk, maar even onderzoekend ingesteld. De avonturen van 'onze vrienden' kunnen nu pas echt beginnen.

Het stripmuseum leidt de bezoeker rond langs de verschillende personages uit Suske & Wiske. Niet alleen zijn er leuke wetenswaardigheden over de stripfiguren te vinden, ook staan de vitrinekasten vol sleutelhangers, servies, puzzels, beeldjes en wat je verder nog maar kan bedenken. Alle tentoonstellingsstukken komen uit de verzameling van één man: Paul Vink (30), hartstochtelijk lid van Suske & Wiske's 'Fameuze Fanclub'.

De tentoonstelling vormt slechts een klein deel van de totale collectie van de fanatieke verzamelaar uit Tiel. Hij heeft zoveel Suske & Wiske-spullen dat hij speciaal een boerderij moet huren om ze op te slaan. Een dure hobby: twee banen heeft Vink nodig om het te bekostigen. En hij moet het daardoor doen met slechts zo'n twee uur slaap per nacht. Maar dat heeft hij er graag voor over.

Zijn favoriete personage is Lambik, die in de Sprietatoom, het derde van de inmiddels meer dan 220 verschillende verhalen, verschijnt. Koddig, kaal en opvliegend, maar wel met een goed hart. Hij heet dan nog Lambiek, wat is afgeleid van geuzenlambiek: ,,Ik was indertijd nogal een liefhebber van dat zwaar Brussels bier'', citeert een tentoonstellingsbordje zijn geestelijk vader Vandersteen.

Lambik voegt zich tot grote vreugde van tante Sidonia bij de groep. De lange, magere tante blijft door de jaren heen stiekem hopen dat Lambik ooit haar echtgenoot zal worden. Maar dat zal er wat Willy Vandersteen betreft nooit van komen: ,,Ik kan me dat huwelijk niet permitteren, want dan ontstaat er een familie-situatie die op een andere basis steunt'', zei de tekenaar ooit. Een volwassen ouderpaar zou hun kinderen natuurlijk nooit toestaan om het gevaar op te zoeken. Dus Sidonia zal er met haar opvoedkundige lessen alleen voor blijven staan.

In 1952 komt er echter nog wel een extra volwassene in beeld: krachtpatser Jerom. Maar als je daar op de tentoonstelling in Groningen meer over wilt weten, word je eerst verleid door een zeshoekige dansvloer, met spiegelwanden waarin bewegende projecties weerkaatsen, zodat je jezelf kunt zien 'dansen met Lambik'. Als je uitgedanst bent op de vrolijke muziek, ligt er meteen een halter voor je klaar om je krachten te meten met de sterke Jerom.

Aanvankelijk was de primitieve man door Vandersteen bedoeld als bijfiguur, maar Jerom sloeg meteen aan bij het lezerspubliek. ,,Al willen de krantenlezers wel dat hij een wat beschaafder uiterlijk krijgt'', vertelt Vink. In de loop der jaren verandert de kort en bondig sprekende, ongeciviliseerde held dan ook steeds meer in een man-in-pak, die volzinnen kan produceren.

Hij is niet de enige die in de loop der jaren verandert. Als je op de tentoonstelling door de tijdmachine van professor Barabas -een cabine met flikkerende lichtjes- loopt, kun je de veranderingen van 1950 tot de 21ste eeuw bekijken. Zoals een beschavings-'make-over' van de strip in de vijftiger jaren, voor Hergés weekblad Kuifje, waarbij de kinderen chique kleding aangemeten krijgen en Wiskes befaamde coup 'eierdopje met strik' wordt omgezet in blonde pijpenkrullen. De acht verhalen die in het weekblad verschenen, worden tegenwoordig 'de blauwe reeks' genoemd.

Maar Vandersteens hart ligt toch bij het arbeiderspubliek en Suske en Wiske krijgen na deze periode hun oude uiterlijk terug. In de loop der jaren worden hun kleren wel iets hipper: zo worden de lange mouwen van Wiskes jurk kort en krijgt Suske een sportievere broek met zakken. Ook Vandersteens opvolgers lieten de oorspronkelijke Suske en Wiske intact. Paul Geerts verzon en tekende al in 1973 de verhalen en legde ze ter goedkeuring aan de schepper van het avontuurlijke duo voor. In 2002 droeg Geerts op zijn beurt het potlood weer over aan zijn assistent Marc Verhaegen, die vorige maand werd 'ingeruild' door een speciaal teken- en scenarioteam. De dagen dat de strip door een persoon vervaardigd werd, zijn voorbij.

Maar Suske en Wiske blijven populair en niet alleen in België. Op de tentoonstelling vind je een kleine greep uit de albums die inmiddels in meer dan vijftig talen en een heleboel dialecten te verkrijgen zijn. De Nederlanders ontvingen het Vlaamse duo al vanaf het begin met open armen; alleen Wiskes lappenpopje moest meteen haar naam veranderen, ze heette namelijk Schalulleke.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden