Review

Strapless jurken voor de prinsessen? Hoe durf je!

Beatrix is heel precies op haar kleren. Juliana was zuinig en Wilhelmina wars van elke frivoliteit. Ze viel eens vreselijk uit tegen couturière Lien Ferg-Farwick omdat ze voor Juliana en de prinsessen strapless avondjurken had durven maken. Dat valt allemaal te lezen in 'Kleren voor de Elite. Nederlandse couturiers en hun klanten 1882-2000' van Dieuwke Grijpma.

Juliana's trouwjurk in 1948 flatteerde niet erg. Dat lag niet aan het ontwerp maar aan Wilhelmina. Zij had haar opgedragen om er een dikke wollen onderjurk onder te dragen. Maar de echte catastrofe was de koningsmantel. Die bleek door couturier Erwin Dolder stiekem te zijn nagemaakt van nieuw fluweel. De oude vond hij te verlept. De zaak kon niet meer worden teruggedraaid toen Juliana erachter kwam, ze drukte hem op het hart het voorval geheim te houden. Pas toen Dieuwke Grijpma voor haar boek een kleine honderd couturiers, coupeurs en couturedragers over het koningshuis ondervroeg kwam dit verhaal boven water. De originele mantel is, zo ontdekte Grijpma ook nog, later nog in Bazel gesignaleerd. De aan lager wal geraakte Dolder droeg hem daar in homobars om over zijn indrukwekkende contacten te kunnen pochen. Of de oude lap daarna bij de vuilnisbak is gezet, heeft Grijpma niet achterhaald. Maar dat is een klein detail in een boek dat vol staat met smakelijke anekdotes en boeiend verslag doet van hoe de Nederlandse couturewereld in elkaar zat. Het meest bijzonder zijn de kledingdetails van de diverse koninginnen.

Van Theresia Vreugdenhil - al meer dan dertig jaar haar vaste couturière - vernemen we dat Beatrix bij het doorpassen van de prinsjesdagjurk een trapje laat aanrukken, zodat ze kan uittesten of ze er wel mee in en uit de gouden koets kan. Niets wordt door haar aan het toeval overgelaten. Bij staatsbezoeken laat ze zelfs het officiële lint van het land overkomen om er zeker van te zijn dat die kleur niet bij haar jurk zal vloeken.

De kast van Hare Majesteit telt drie verschillende garderobes. Privé is Beatrix koningin af, gewoon thuis draagt ze zelfs broeken. Voor haar dagelijks werk in het paleis is Beatrix ook weinig koninklijk, ze draagt er een type zakenpak dat ook door carrièrevrouwen gedragen wordt. Alleen voor openbare gelegenheden presenteert Beatrix zich als koningin: ze is dan gekleder dan de normale vrouw en onderscheidt zich door een grote hoed en kleren in één opvallende kleur. Zo maakt ze zich zichtbaar in een groep. Ook het boeket bloemen is essentieel, want daarmee maakt ze verre buitenlandse gasten duidelijk dat zij de koningin is en niet haar grootmeesteres - de enige in haar gezelschap die ook altijd met hoed verschijnt.

Beatrix is verre van modieus. Typerend is bijvoorbeeld dat ze schoudervullingen is blijven dragen terwijl ze al lang uit de mode zijn. Volgens couturière Vreugdenhil bevalt het effect van die powerdressing haar en meegenomen is ook dat het slanker maakt op de heup. Dat onmodieuze mag, verklaart Grijpma, want koninginnenkleding fungeert als een soort toneelkleding. Het helpt bij het uitoefenen van de rol en dan is eigen stijl belangrijker dan in de mode zijn.

Interessant is ook Grijpma's ontdekking dat het Nederlandse couturevak voor de oorlog helemaal uit vrouwen bestond. Zij hadden vaak gesloten huizen en zochten geen enkele publiciteit. Een eigen ontwerpstijl hadden ze niet, ze werkten allemaal naar Frans voorbeeld. Dat hield in dat ze tweemaal per jaar de shows van grote Franse couturiers bezochten. Voor duizenden guldens kochten ze daar een 'droit de regarde': ze mochten kijken en kregen een paar patronen naar keuze mee naar huis. Zo hadden ze een officiële licentie om Franse couture voor hun klanten na te maken. Om naam en roem ging het hen niet (wie kent nog Kruysveldt-de Mare of May Lemmen de Wit?) ze waren helemaal dienstbaar aan hun clientèle.

Hoe anders wordt dat na de oorlog als homo's als Ferry Offermans, Max Heijmans en Frank Govers zich op damescouture werpen. Zij zijn geen echte vakmensen meer, maar beroemdheden die hun smaak verkopen en alle aandacht van de media naar zich toe weten te trekken. Ook zij kopiëren de Parijse mode schaamteloos, maar weten het wel te brengen als hun eigen stijl. Zolang Grijpma zich bij feiten houdt is dat informatief, maar wanneer ze ook probeert te verklaren waar die homocultuur opeens vandaan komt, verliest het boek overtuigingskracht. De verklaring van een hoogleraar homostudies dat homo's zich thuisvoelen tussen vrouwen, op zoek zijn naar het vrouwelijke en naar erkenning die ze in de media vinden, blijft een beetje hangen. Want wat te doen met het buitenland? In Frankrijk waren mannen als Charles Frederick Worth en Paul Poiret al lang grote beroemdheden in de damescouture zonder in de verste verte homo te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden