Review

Strandjutter gaat thuis op zoek

Bill Bryson, de meester van de vermakelijke anekdotes, komt voor zijn nieuwe boek zijn huis niet uit. De hoofdstukken volgen de indeling van de oude plattelandspastorie die hij zelf bewoont. Een deel van de verhalen wordt er echter wel heel erg met de haren bijgesleept.

Paul van der Steen

Ver voordat in Peru de Joran van der Sloot-gekte heerste, was het land in de ban van de guanomanie. Guano, vogelpoep, werd al door de Inca’s gebruikt als meststof. Toen de Europeanen in de jaren dertig van de negentiende eeuw doorkregen dat het goedje de opbrengst van grond met een factor drie kon verhogen, ontstond een ware run op deze uitwerpselen. Bijna drie decennia lang verdiende Peru vrijwel al zijn buitenlandse valuta met het in zakken scheppen van vogelpoep. Ook anderen profiteerden. De Britse zakenbank Schroders werd groot dankzij deze fecaliënhandel. Het Amerikaanse Congres nam een Guano Islands Act aan, die bepaalde dat private partijen eilanden met metersdikke lagen kostbare vogelpoep, die nog niet bij een bepaald land hoorden, mochten claimen als Amerikaans grondgebied.

Zoals vaak bij economische activiteiten waren er ook slachtoffers van de guanohandel. Putjesscheppers die in Europa verdienden aan de verkoop van menselijke uitwerpselen aan boeren, zagen door de import van vogelpoep hun markt instorten. Drollen gingen voortaan regelrecht de dichtstbijzijnde rivier in met alle onsmakelijke gevolgen van dien.

Het is het soort verhaal dat succesauteur Bill Bryson graag mag oplepelen. In het geval van zijn nieuwe boek ’Een huis vol. Een kleine geschiedenis van het dagelijks leven’, vindt hij een hoofdstuk over de tuin voldoende aanleiding voor tweeënhalve pagina vogelpoep.

In zijn bejubelde en uitstekend verkochte ’Een kleine geschiedenis van bijna alles’, maakte bestsellerauteur Bryson met zijn vaardige pen en Angelsaksische gevoel voor anekdotiek een onderhoudende rondgang langs de als erg sexy beschouwde bètawetenschappen. Zijn nieuwe boek komt voort uit de ontdekking dat het grootste deel van de geschiedenis niet draaide om alles waarmee de boeken vol staan, maar om alledaagse zaken als eten, slapen, vrijen en ontlasten. Voor deze rondgang komt de schrijver zijn huis niet uit. Elke ruimte in zijn woning, een uit 1851 daterende anglicaanse pastorie in Norfolk, zo’n 180 kilometer ten noordoosten van Londen, is de kapstok voor nieuwe verhalen. „Een huis is geen schuilplaats voor de geschiedenis”, stelt Bryson. „Het is de plek waar de geschiedenis uiteindelijk belandt.”

Vooral de Britse woonhistorie uit de jaren tussen 1800 en 1900 kan rekenen op warme belangstelling van Bryson, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk maar van oorsprong Amerikaan. „Het private leven onderging in de negentiende eeuw namelijk een algehele omvorming: sociaal, intellectueel, technisch, hygiënisch, modieus, seksueel, en in bijna elk ander opzicht waarvan je een bijwoord zou kunnen maken.”

’Een huis vol’ biedt veel aardige informatie over de ontwikkeling van de woning. Zo maakt het boek duidelijk dat het bedenken en perfectioneren van de schoorsteen een cruciale stap was op weg naar de onderverdeling in verdiepingen en kamers. De lage deuren in oude huizen blijken niet alleen een gevolg te zijn van de geringe lengte van onze voorouders, maar ook te zijn ingegeven door de kosten van zo’n in- en uitgang. Voor ruiten gaat hetzelfde verhaal op. En dan is de inventieve fiscus nog buiten beschouwing gelaten, die belastingen bedacht op het aantal ramen, maar ook op het gewicht daarvan. Dat hout rond 1600 wat uit de gratie raakte als bouwmateriaal heeft veel te maken met schaarste. Bos na bos was gekapt. De voorraden raakten uitgeput. De geringe populariteit van steen voordien had ook te maken met andere praktische aspecten: de winning was arbeidsintensief en dus kostbaar, het transport was eveneens duur, en moeizaam vanwege het enorme gewicht. Met de vervolmaking van de baksteen vervielen veel van die bezwaren.

Wonen in voorbije tijden was geen feest. De associatie van huiselijk leven met comfort en luxe, is iets van de laatste eeuwen, toont Bryson aan. Zelfs in gegoede kringen. Gezellige opstellingen van zitmeubels bestonden niet. Stoelen zette je langs de muur. In geval van bezoek werden de zetels in een kring gezet zoals tijdens het verteluurtje in de tegenwoordige basisscholen.

Bryson bezorgt de lezer acute jeuk met zijn plastische beschrijvingen van het vele ongedierte dat in de vroegere huizen ronddoolde. Zelfs tijdens hun slaap waren de bewoners dankbaar doelwit van bedwantsen (een klein soort bloedzuigers) en knaagdieren. Frisse lucht was schaars door de rook van de diverse brandstoffen die werden gebruikt om het huis warm te krijgen, kaarsen- en lampenwalm, grote hoeveelheden arseen in behangpapier en allerhande giftige stoffen in verf.

De auteur beperkt zich niet tot wetenswaardigheden over woning en wonen. Als hij een goed verhaal heeft opgedoken, dan mag het onderwerp van het boek verder geen beletsel zijn. Soms is zijn info relevant, soms alleen amusant. Wie ’Een huis vol’ leest, weet na afloop dat de mens en de cavia de enige dieren zijn die niet zelf vitamine C produceren, dat het in victoriaans Engeland voor vrouwen ongepast was om in gemengd gezelschap een kaars uit te blazen (vanwege het noodzakelijke tuiten van de lippen), dat ze tijdens hun menstruatie geacht werden uit de buurt van ham te blijven, dat de nogal op hun hygiëne gestelde indianen zich hogelijk verbaasden over de zakdoeken van de Europeanen, en dat Britse edelmannen zich zo lieten pamperen door hun bedienden dat ze niet eens wisten dat een tandenborstel niet vanzelf ging schuimen.

Het wordt allemaal hoogst smakelijk opgediend, laat dat maar aan deze auteur over, maar het komt de samenhang van het boek niet ten goede. Bryson is drukker met verhalen dan met hét verhaal. De gestapelde stenen ontberen – om een huizenbeeldspraak te gebruiken – deugdelijk cement. Het idee achter dit boek is in al zijn eenvoud briljant. De uitwerking had overtuigender gekund. Een huis vol ruikt te veel naar ’ditjes en datjes uit de oude doos’. Wie een samenhangend inkijkje wil in de woonwederwaardigheden van de gegoede burgerij heeft bijvoorbeeld meer aan Ileen Montijns ’Leven op stand’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden