Review

Stormloop op schrijfcursussen

Schrijfgids voor de beginnende schrijver, Bzzletin 244 Maart 1997 ¿ 12,50. Tijdschrift Schrijven jaargang 1, nummer 2 ¿ 9,95 & Handboek voor Schrijvers 1997. 320 blz. - ¿ 29,95, beide uitgaven van de Stichting Schrijven in Amsterdam tel: 020 6254141

ONNO BLOM

“Het animo om zelf de pen ter hand te nemen is inderdaad erg toegenomen,” zegt Tineke Geerlofs-De Wit, directrice van de Stichting Schrijven.

“Wij merken dat aan de belangstelling voor onze schrijfcursussen. Op de 'Nederlandse Schrijfdag', die wij jaarlijks organiseren, hebben wij het aantal workshops verdubbeld. En toen moesten wij nog vaak 'nee' verkopen. Ik ben ervan overtuigd dat we met de zeshonderd deelnemers van vorig jaar nog niet aan het plafond zitten.”

Voor de sterk toegenomen belangstelling noemt Geerlofs-De Wit twee verklaringen: “Ten eerste is het schrijven uit het isolement gekomen. Naast pianoles neemt men nu ook lessen in het schrijven van proza en poëzie. In Engeland en Amerika is dat al jaren heel gewoon. Daar volgt iedereen op school lessen creative writing. In Nederland heeft de oprichting van de schrijversvakschool 't Colofon ook zeker een steentje bijgedragen. Schrijven hoeft niet langer alleen, op een zolderkamertje.”

“De tweede, meer filosofische, verklaring voor de toegenomen belangstelling voor schrijven zou kunnen zijn dat mensen in deze chaotische, versnipperde tijd meer behoefte hebben de dingen vast te houden, ze op te schrijven. Lang niet alle amateur-schrijvers willen publiceren. De meeste schrijven voor zichzelf.”

Voor beide groepen geïnteresseerden bracht de Stichting Schrijven de afgelopen tijd twee uitgaven op de markt. Om het niveau van de beginnende schrijvers te verhogen en hen te informeren over het schrijversvak begon de Stichting het 'Tijdschrift Schrijven'. Het eerste echte nummer van het blad bevat, naast een uitgebreide activiteitenagenda, onder andere een interview met literatuurbobo en tv-ster Michaël Zeeman, 'Mag ik alsjeblieft een andere kop?', en de boekenvoorkeur van Henny Vrienten. Grappig is de column van Manon Uphoff, die gewag maakt van de bizarre belangstelling voor haar persoon na het verschijnen van haar debuut 'Begeerte': “Hallo. Met Bas en Kas van de radio. Wij willen jou graag voor een gesprek over modderworstelen. Volgens ons kun jij daar hele leuke dingen over zeggen.”

Voor de beginnende scribenten die hun pennenvruchten gepubliceerd willen zien, maar niet weten waar ze ermee naartoe moeten, geeft de Stichting Schrijven ook nog jaarlijks een 'Handboek voor Schrijvers' uit. Dat is een overzicht van ongeveer negenhonderd namen en adressen van literaire uitgeverijen, tijdschriften en organisaties in Nederland en Vlaanderen. “Alles wat je op weg kan helpen bij het schrijversschap staat erin,” meldt Elly de Waard vrolijk in het voorwoord.

Dat deze weg naar het schrijversschap in de praktijk vaak geplaveid is met problemen en vol hobbels en kuilen zit, dat maakt het laatste nummer van het tijdschrift Bzzletin duidelijk. Weliswaar geeft de redactie van Bzzletin in de 'Schrijfgids voor de beginnende schrijver' allerlei nuttige tips - van aanlevering van het manuscript en het schrijven van een dialoog tot de onderhandeling met een 'literaire agent' - en bevat het blad een interview met Joost Zwagerman over zijn snelle succes, nergens wordt het aanstormende schrijftalent een rad voor ogen gedraaid.

Erik Menkveld, redacteur van De Bezige Bij, vertelt in een korte bijdrage aan de 'Schrijfgids' dat slechts een fractie van de torenhoge stapel ingezonden manuscripten ook werkelijk wordt uitgegeven: “hooguit één of twee per jaar.” Heeft Mulisch dus gelijk? Is al het geploeter van amateur-schrijvers tevergeefs? Als we Erik Menkveld moeten geloven, is dat toch niet helemaal waar. Hij bekijkt nog altijd alle manuscripten serieus. “Ondanks alle middelmaat en twijfelgevallen die ik dagelijks onder ogen krijg,” schrijft hij, “blijf ik de droom van iedere redacteur koesteren, hoop ik bij elke enveloppe weer op dat glorieuze moment waarop ik onverhoopt een meesterwerk in handen blijk te hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden