Ster in haar eigen show

In een nieuw boekje over Nederlandse modeiconen blijft modekunstenaar Fong Leng ongrijpbaar. Toch weet de auteur het werk van de diva een helder kader te verschaffen.

Els de Baan

Van Fong Leng had het niet gehoeven. Het vijfde deel in de reeks publicaties over Nederlandse ontwerpers met internationale betekenis is aan haar gewijd. Eerder verscheen een boekwerkje over modeontwerper Alexander van Slobbe, lingerievormgever Marlies Dekkers, schoenontwerper Jan Jansen en kledingbedrijf Oilily. Dat over textielfabrikant ’Vlisco’ is in de maak.

Bepaald dankbaar voor deze publicatie is Fong Leng echter niet, verklaarde ze onlangs in het televisieprogramma ’De wereld draait door’. Ook het kleine formaat keurt ze af: „Ik ben meer van groot, wijd en breed”. Hoewel zij volgens de eindredacteur alle medewerking heeft verleend aan het tot stand komen van het zojuist verschenen boekje houdt Fong Leng de regie toch liever in eigen hand. Ze werkt momenteel aan een uit de kluiten gewassen formaat boek dat rond de zomer uitkomt. „Ik ga het zelf maken, want dan weet ik wat er allemaal in komt.”

Wat dat betreft zijn er opmerkelijke overeenkomsten met modeontwerpster Coco Chanel te bespeuren. Behalve het geheimhouden van haar leeftijd, was ook zij haar hele leven gebrand op het in stand houden van een ’zelf geregisseerd verhaal’ dat regelmatig wijzigde waardoor een mystieke waas om haar leven hing. Ook Chanel had geen specifieke opleiding in het modevak en ook zij ontpopte zich als een zelfstandige onderneemster die de publiciteit niet schuwde. In tegenstelling tot Fong Leng had Chanel echter een zeer uitgesproken visie op mode. Een goede snit vond ze essentieel; overdaad verfoeide ze. Fong Leng bekommerde zich niet over coupe of concept. Ze werkte vanuit haar gevoel. De creaties overdonderden door een mix van bijzondere materiaalverwerkingen, kleurige contrasten, opzienbarende applicaties en weelderige toevoegingen. Haar vroegere devies geldt ook nu nog als advies aan jonge ontwerpers: „Maak alleen maar mooie dingen. Doe wat je hart je ingeeft en sta daarvoor.”

Haar gloriedagen liggen in de jaren zeventig en tachtig. In 1971 opende zij Studio Fong Leng in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat. In 1987 ging ze failliet. Vervolgens deed ze jarenlang opdrachten voor de confectie-industrie, en legde zich toe op het creëren van interieurdesign en beeldende kunst.

In de begintijd waren ’boetieks’ populair. Maar ze koos doelbewust voor de term ’studio’; een atelier van een kunstenaar. Want Fong Leng ziet zichzelf nadrukkelijk als modekunstenaar, niet als modeontwerper: „Ik maak kunst in de vorm van kleding.” Haar creaties (maak niet de fout om ’jurk’ te zeggen, want dan corrigeert ze je vinnig) werden in de pers regelmatig omschreven als theatraal, extravagant, decadent en onmatig. En inderdaad, als kunstwerken.

Haar leven lijkt omgeven door franje en champagne. „Op zaterdagmiddag hield ik jour in mijn studio. Er kwamen dan heel veel mensen adhesie betuigen en die brachten van alles mee, zoals champagne. Het was altijd een feest.”

Noch in eerdere publicaties, noch in dit boekje komen we echt tot de kern van haar werkwijze of visie. Het blijft gissen hoe bijvoorbeeld zo’n uitbundige creatie tot stand kwam, hoe haar team precies functioneerde en wie, naast Mathilde Willink, enkele collectioneurs en prostituees, tot haar cliëntèle behoorde. Tijdens de doop van het boekje probeert modelector José Teunissen haar met sterke vragen te interviewen. Andermaal blijkt dat Fong Leng telkens de regie overneemt en nauwelijks ingaat op de inhoudelijke vragen. Het nuttigen van champagne en het tentoonspreiden van ander divagedrag gaan haar zichtbaar beter af.

Toch is auteur Karin Schacknat erin geslaagd om het werk van Fong Leng een helder kader te verschaffen. Zij moest het vooral hebben van archiefonderzoek en sprak pas in laatste instantie met Fong Leng. Schacknat: „Als uitgangspunt heb ik het ’fenomeen Fong Leng’ proberen te koppelen aan hoe zij in het verleden door de pers is ontvangen. Die was nogal verdeeld. Je had zeurkousen die bijvoorbeeld de kwaliteit van de kledingstukken afkeurden, maar ook echte fans die haar vanaf het begin een verademing vonden. Zij maakte natuurlijk dingen die nooit eerder in Nederland waren getoond en behoorde echt tot een voorhoede. Ze neemt dan ook een speciale plaats in binnen de Nederlandse modegeschiedenis.”

Schacknat belicht in het boekje de internationale en nationale modeontwikkelingen en schetst daarin Fong Lengs positie. Enkele ontwerpers die in Londen furore maakten blijken dezelfde sfeer te ademen als Fong Leng en introduceerden vergelijkbare vernieuwingen. Net als Ossie Clark verruilde Fong Leng de standaard modeshows voor bijzondere happenings. Weg met de gouden stoeltjes, de ladyspeaker en de keurig paraderende mannequins met een genummerd bordje in de hand. De nieuwe shows waren wervelende spektakels met snoeiharde popmuziek en dansende modellen, het liefst gepresenteerd op onorthodoxe locaties. De show als theater. Een kaartje kostte tussen de 40 en 100 gulden. Fong Leng nu: „Het waren kostbare shows en die moesten we terugverdienen. Maar ze waren niet meer uitsluitend voor de pers toegankelijk, iedereen kon komen.”

Ook de kleding van haar Londense tijdgenoot Zandra Rhodes vertoont overeenkomsten. Simpel van constructie en bijzonder in het combineren van kleuren, materialen en het verwerken van ornamenten. Zo weet Schaknat meer interessante parallellen te trekken waardoor het werk van Fong Leng wordt geplaatst en geduid.

De proefdruk is door Fong Leng becommentarieerd en waarschijnlijk is ten minste één mysterie bij toeval opgelost. Ze heeft het door de auteur geschatte geboortejaar niet gewijzigd: 1938.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden