Review

Stella ordent het archief van de 'zwarte weduwe'

Brave meisjes komen in de hemel, slechte meisjes overal elders, laat Kees van Beijnum de vijfentwintigjarige Stella Verstarre zeggen, de hoofdpersoon van zijn nieuwste roman 'De ordening'. Dit 'overal elders' leidt Stella, vers afgestudeerd als filosofe op een scriptie over Kant's leer van de ethiek, naar de villa van de 'zwarte weduwe' Lotte de Heus Verolmen.

Is het grenzeloze naïviteit, onverschilligheid of de behoefte de grenzen van het oorbare te verkennen die haar ertoe brengt om tegen betaling het archief te ordenen van deze notoire fasciste die haar memoires wil schrijven?

Die moeilijk peilbare drijfveren worden langzaam onthuld in deze roman over herinnering en identiteit en klassieke thema's als goed en kwaad, schijn en wezen. Beide opposities worden door Van Beijnum in twijfel getrokken worden. In de eerste plaats geldt dit de aloude vraag wat goed en kwaad is. Is het de intentie waarmee een daad verricht wordt, die bepaalt of de handeling ethisch of onethisch is? En maakt onethisch handelen iemand per definitie tot een slecht mens? Is de persoon van Lotte de Heus Verolmen, geënt op de weduwe Rost van Tonningen, nu het vleesgeworden Kwaad zoals de media het voorstellen? Of is ze gewoon een rancuneuze oude vrouw die haar bestaansrecht ontleent aan het levend houden van de nagedachtenis van haar man, een prominent NSB'er die volgens de officiële lezing zelfmoord pleegde in de gevangenis?

Dergelijke vragen laten zich ook stellen over de belangrijkste andere personages in deze roman die allemaal iets op hun kerfstok hebben. Zo is er Stella's onderbuurman, de Surinaamse Emiel, een ex-junk die er zeven jaar in de Bijlmer Bajes op heeft zitten voor tweevoudige moord. Emiel blijkt de twee moorden ten spijt, een zachtaardige, intelligente jongen te zijn die zich in de bak ontwikkeld heeft tot een intellectueel die Beckett en Tsjechov leest. Ook Stella's tweelingbroer Frank maakt zich als lid van de actiegroep De Razende Rat, een Dierenbevrijdingsfront-achtige club, schuldig aan illegale activiteiten voor het goede doel.

Anders dan de 'goede moordenaar' Emiel en de aandoenlijk bevlogen Frank is het echter gesteld met de mysterieuze Andreas Bambach die Stella ontmoet bij de weduwe. De knappe zeventwintigjarige Andreas die als twee druppels water op de jonge Alain Delon lijkt, stelt zich voor als de kleinzoon van de overleden Werner Bambach, een oude vriend van Lotte de Heus Verolmen. Deze Duitse kunsthistoricus stond tijdens de Tweede Wereldoorlog aan het hoofd van een divisie die kunst roofde uit bezette gebieden.

Het is de ontmoeting met deze Andreas die zich gaandeweg ontpopt als een ware mefisto, die een beslissende wending zal geven aan de vertelling. Zijn entree in het verhaal geeft extra scherpte aan het tweede grote thema van 'De ordening', identiteit. Aan het begin van de roman demonstreerde Van Beijnum al (wat al te) duidelijk aan de hand van de a-typische antiquariaathouder Emiel, dat wie of wat we 'zijn' bestaat uit een veelheid van rollen die we aannemen of uit de beelden die anderen op ons projecteren.

Ook de waarheid dat hoe meer we van iemand weten des te moeilijker het wordt te zeggen wie hij of zij is, komt aan bod. Zo valt het Stella moeilijk een oordeel te vellen over de weduwe die haar letterlijk en figuurlijk steeds nader is komen te staan door de vriendschappelijke omgang met haar en de kennis over haar intiemste levensfeiten dankzij de ordening van het archief.

Het is echter door de introductie van Andreas die een ander zal blijken te zijn dan waarvoor hij zich uitgeeft, dat het idee van een kenbaar 'ik' ondermijnd wordt. Andreas nodigt Stella uit deel te nemen aan een ceremonieel, het wederzijds om de dag vertellen van een verhaal dat zij nog nooit aan iemand eerder hebben verteld. Niet alleen van Andreas in de vertelling, maar ook van de auteur is dit een bijzonder geraffineerde truc die je als lezer ademloos in spanning houdt. Want terwijl Stella al haar hartsgeheimen verraadt, zich uiterst kwetsbaar maakt, verschuilt Andreas zich achter cryptische verhalen die maar om een ding draaien, de vraag 'wie ben ik?' en 'waar houdt de ander mij voor?'

Dat we datgene zijn, wat we in de verhalen die we aan onszelf en anderen over ons leven vertellen, gebaseerd op herinneringen die onontkoombaar vervormd, verfraaid of verdicht zijn, dat het 'ik' dus niets anders is dan een illusie, maar wel een noodzakelijke, lijkt van Beijnum op deze manier te willen zeggen.

Andreas' verschijning geeft echter ook op een andere manier scherpte aan het verhaal. Nadat de eerste honderd bladzijdes van deze roman een tamelijk rustig voortkabbelend verhaal vormden over de bemoeienissen van Stella met de weduwe, brengt Andreas leven in de brouwerij als de 'eeuwige derde', die de schijnbaar harmonieuze relatie tussen de twee vrouwen verstoord.

De ingrijpende manier waarop Andreas die relatie teniet doet, maakt van de tweede helft van de roman een fantastische, buitengewoon spannende leeservaring. Want eindelijk tijdens een reis naar Zwitserland met de weduwe en Stella lijkt de ware aard van deze gevaarlijk fascinerende jongen naar boven te komen. Ondanks of juist dankzij de kennis die Stella over hem verwerft, blijft hij een enorme aantrekkingskracht uitoefenen, een aantrekkingskracht die op de laatste bladzijde naar niets anders dan haar noodlot lijkt te voeren.

Het grootste compliment dat waarschijnlijk aan Kees van Beijnum gegeven kan worden is dat deze roman na lezing met terugwerkende kracht aan diepgang wint. Ze wordt intrigerender, complexer en dus mooier. Pas aan het slot blijkt hoe ingenieus de verschillende verhaallijnen en thema's met elkaar verweven zijn. Hoe de symbolische verwijzingen als de stukjes van een puzzel in elkaar passen, zich langzaam laten ontraadselen, terwijl de lege plekken in het verhaal blijven uitnodigen om ingevuld te worden. 'De ordening' heeft zo, als elke goede roman, veel weg van een code die gekraakt moet worden om de inhoud te ontcijferen.

Waarmee Van Beijnum de woorden meer dan waar maakt die hij Andreas in de mond legt: Wat is een verhaal? Het ene zeggen en het andere bedoelen. En dat doet hij prachtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden