Review

Steeds weer een andere kleur

De Telegraaf is vaak van politieke richting veranderd. Anders dan de redactie beweert, is onafhankelijkheid nooit haar sterkste kant geweest, stelt mediahistorica Mariëtte Wolf.

Pal tegenover de plaats waar boze bouwvakkers en sympathiserende provo’s op 14 juni 1966 het gebouw van De Telegraaf bestormden, reikte Mariëtte Wolf vorige week de eerste exemplaren van haar proefschrift over Nederlands grootste dagblad uit aan Hans Wiegel en Roel van Duijn. Daarbij konden de oud-VVD-leider en de voormalige kabouterkoning hartelijk om elkaars grappen lachen. Alsof de geschiedschrijving van pershistorica Wolf louterend had gewerkt.

De Telegraaf dateert van 1893 en het werd tijd dat de historie van deze invloedrijke krant werd geboekstaafd. Mariëtte Wolf, oud-directeur van het Persmuseum, heeft dat grondig gedaan, in een stijl waar menig journalist jaloers op kan zijn. Hier en daar leest haar boek als een schelmenroman en toch heeft het de toets der kritiek van hooggeleerde wetenschappers kunnen doorstaan.

Wolf onderscheidt zes perioden: de onstuimige beginjaren (1883-1914) waarin de nog sociaal-liberale krant pleit voor algemeen kiesrecht en armoedebestrijding; de wilde jaren (1914-1918) waarin zij met anti-Duitse artikelen de Nederlandse neutraliteit in gevaar brengt; de periode van spectaculaire groei (1918-1940) waarin de krant opschuift naar rechts; de aanvankelijk nog grijze maar uiteindelijk zwarte periode (1940-1949) waarin de redactie geleidelijk meer concessies doet aan de Duitse bezetter om in de zomer van 1944 diep te bukken onder het juk dat SS’er Hakkie Holdert, de zoon van de vroegere eigenaar Hak Holdert, haar oplegt – met als gevolg dat de krant na de bevrijding vier jaar niet mag verschijnen; de tijd van de zoete wraak (1949-1970) waarin de krant haar imago van ’strijdbare nieuwskrant’ herovert met nadruk op primeurs, moord en doodslag, sport, shownieuws en campagne-journalistiek; en ten slotte het tijdperk van de consolidatie (1970-heden) waarin de krant ’haar leidende positie als conservatieve massakrant versterkt’.

De geschiedenis van De Telegraaf is alleen al interessant omdat de krant vaak vooropliep met innovaties naar Engels-Amerikaans voorbeeld: koppen over meer kolommen, heldere indeling, snelle berichtgeving, grote reportages (ook undercover) en human-interestverhalen, veel foto’s en royale aandacht voor sport, mode, luchtvaart en auto’s, reizen, film en theater. In de eerste vijftig jaar van haar bestaan blonk de krant ook uit op het gebied van literatuur, toneel en muziek en wetenschap dankzij gerenommeerde medewerkers als Frans Coenen, Herman Heijermans en Matthijs Vermeulen. Hoofdredacteur Kick Schröder (Barbarossa) was een spraakmakend columnist, wiens roem alleen maar verder toenam toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in de gevangenis belandde vanwege zijn anti-Duitse artikelen.

Mariëtte Wolf kreeg alle medewerking van de directie, die haar onderzoek financierde. Toch heeft ze voldoende afstand bewaard om ook kritische noten te kraken. Ze schrijft vrijmoedig over personeelsconflicten en heikele kwesties als de commerciële deal met het regime van de Russische tsaar in 1916 en de flirt met de sociaal-democraten in de revolutionaire novembermaand van 1918 (op voorwaarde dat de Duitsgezinde SDAP-leider Troelstra het veld zou ruimen).

Ten aanzien van de rol van De Telegraaf in de Tweede Wereldoorlog volgt Wolf het oordeel dat eerder door de historici Loe de Jong en René Vos is geveld: tot 1944 heeft de krant zich niet slechter gedragen dan andere kranten die bleven verschijnen, maar in het laatste oorlogsjaar was De Telegraaf een instrument van nazipropaganda. De huidige hoofdredacteur Sjuul Paradijs trok bij de presentatie de enig mogelijke conclusie: ’fout is fout’, waarschijnlijk in de hoop dat de krant deze episode eindelijk achter zich kan laten.

Hoewel de Telegraafredacteuren die in de oorlog op hun post bleven eerst ’gezuiverd’ moesten worden en sommigen hun collaboratie met tijdelijke uitsluiting moesten bekopen, zag de hoofdredacteur van de in 1945 bovengronds gekomen verzetskrant Trouw er destijds geen bezwaar in acht journalisten uit de Telegraafstal in dienst te nemen. Het was kennelijk de enige mogelijkheid om ervaren journalisten aan te trekken. Ze bleken gezagsgetrouw de koers van hun nieuwe werkgever te volgen.

De redactie van De Telegraaf moge zichzelf als onafhankelijk beschouwen, wie de afgelopen 115 jaar overziet wordt toch getroffen door de soepelheid waarmee zij steeds van kleur verschoot: van progressief-liberaal via gedegen-conservatief naar collaborerend en – na de doorstart – naar populistisch-rechts. Weliswaar had de krant nooit formele banden met een politieke partij, maar de laatste decennia woei de wind duidelijk uit de richting van de VVD en de rechterflank van het CDA. De goede relaties met KVP-premier Jan de Quay (vanaf 1959) en VVD-leider Hans Wiegel (vanaf 1973) getuigen daarvan.

Terwijl journalisten van andere landelijke kranten na de ontzuiling geleidelijk een meer onafhankelijke koers insloegen, bleven de journalisten van de Telegraaffamilie zich met opvallend gemak conformeren aan de huisregels: anti-links, Oranjegezind, allergisch voor actiegroepen, pro-auto, afkerig van de publieke omroep, en belust op sensatie.

Wolf onthoudt zich van morele oordelen, maar haar proefschrift bevat voldoende passages waaruit blijkt dat De Telegraaf minder onafhankelijk is dan zij zelf voorgeeft. Verslaggevers onderhouden meer dan hartelijke betrekkingen met sporthelden, showsterren, leden van het koninklijk huis (wel met de rechtse Bernhard, niet met de linkse Claus), captains of industry en zelfs criminelen (Cor van Hout). Adjunct-hoofdredacteur Jan Heitink werkte nota bene voor de Franse geheime dienst en de Nederlandse BVD.

In 1981 erkende de redactieraad dat de krant ’langzaam bezwijkt’ onder specials als de Woon- en Vaarkrant, die ’meer commercieel zijn gericht dan journalistiek’. De vele pagina’s met kleine advertenties voor huizen, auto’s en seksbedrijven maakten de krant dikker en dikker, maar gelijktijdig nam de redactionele ruimte voor buitenlands nieuws af. En wat de seksadvertenties betreft: Wolf citeert Theo Kuiper die in 1989 in De Tijd schreef dat ’De Telegraaf het grootste bordeel van Nederland exploiteert’.

Wolfs boek geeft een levendig beeld van de krant die pretenteert de ruggegraat van de samenleving te vertegenwoordigen. Nu dat monumentale werk er ligt, zou een volgende onderzoeker nog eens moeten nagaan hoe het nu precies zit met de onafhankelijkheid van De Telegraaf. Want dat al die campagnes (tegen het kwartje van Kok, tegen de files, voor de hypotheekrenteaftrek, tegen de publieke omroep) alleen maar voortspruiten uit onbevooroordeelde nieuwsgierigheid zal geen echt-wakkere Nederlander geloven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden