RecensieSurinaamse School

Stedelijk Museum zet Surinaamse kunst in de spotlights

Medewerkers van het Stedelijk Museum leggen de laatste hand aan de tentoonstelling Surinaamse School.Beeld ANP

Het Stedelijk Museum wil de blik op kunst verbreden, ‘meerstemmiger’ worden. Kunst uit Suriname is lang onderbelicht gebleven, vindt directeur Rein Wolfs. Een groot historisch overzicht moet daar verandering in brengen. 

Een blinde vlek noemt hij het, onze kennis over Surinaamse kunst. Daar wil Rein Wolfs, directeur van het Stedelijk Museum, verandering in brengen met de tentoonstelling ‘Surinaamse School’. Maar liefst 35 kunstenaars komen aan bod. “Het had eerder gemoeten”, vindt Wolfs. Al is het ook niet zo dat Surinaamse kunstenaars volledig genegeerd zijn. In 1996 was er al eens een grote tentoonstelling over hedendaagse kunst uit Suriname in het Stedelijk. En we kennen Erwin de Vries van beelden als het Slavernijmonument in Amsterdam en van zijn schilderijen – werken in de stijl van Cobra die al sinds de jaren zestig in de collectie van het Stedelijk museum zitten.

Nu, met alle aandacht die er is voor het koloniale verleden, werd het volgens Wolfs hoog tijd voor een historisch overzicht, de tentoonstelling behandelt de ontwikkeling van de schilderkunst in de twintigste eeuw. Het Stedelijk Museum wil de blik op kunst verbreden, inclusiever worden. Of meerstemmiger, zoals de directeur dat liever noemt. Daarom is een team van curatoren aan het werk gegaan. Niet alleen kunsthistorici, ook sociologen, historici en antropologen. Democratie die zou kunnen leiden tot een onsamenhangend geheel, maar dat is het niet. Er is gekozen voor een strakke indeling in thema’s als spiritualiteit, geschiedenis en dagelijks leven.

De naam van de tentoonstelling suggereert het bestaan van een typisch Surinaamse stijl. Maar die is er niet, allerlei stijlen komen voorbij, van expressionisme, via realisme naar symbolisme. De Surinaamse School verwijst naar de letterlijke scholing van kunstenaars. Die werd ter hand genomen door kunstenaars die vaak erg geëngageerd waren. Je kunt de ontwikkeling van de beeldende kunst in Suriname niet los zien van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, of concreter: het kolonialisme en de onafhankelijkheidsstrijd.

Politiek activisme

Dat wordt mooi zichtbaar in de persoon van Wim Bos Verschuur. Hij reisde in 1929 naar Amsterdam om te studeren voor tekenleraar. Terug in Paramaribo ging hij aan de slag, een van zijn leerlingen was Erwin de Vries. Tijdens zijn tekenlessen ging het ook over politiek. Bos Verschuur zette zich af tegen het koloniale bewind en schreef een brandbrief aan de toenmalige koningin Wilhelmina om te klagen over de autoritaire gouverneur Kielstra. 

De kritiek kwam hem duur te staan, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij geïnterneerd omdat zijn ‘vaderlandsliefde’ in twijfel werd getrokken. Zijn activisme vormt een opvallend contrast met de vredige landschappen die hij schilderde. Zocht hij rust in het schilderen of ging het dieper: wilde hij de schoonheid laten zien van het land waarvoor hij zich politiek zo inspande?

‘Abstract', Erwin de Vries, 1969.Beeld Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Als je het hebt over de ontwikkeling van de beeldende kunst in Suriname, kun je niet om Nola Hatterman heen. Een beetje lastig is dat tegenwoordig wel: een witte, Nederlandse vrouw die een generatie kunstenaars van kleur opleidde – dat zijn koloniale verhoudingen waar we een beetje van gaan steigeren. Maar als je haar in de verhoudingen van haar eigen tijd laat – Hatterman werd in 1899 geboren – dan zie je een uiterst progressieve vrouw. Ze kreeg degelijk schilderles van Charles Haak, die haar een realistische stijl leerde. 

Baanbrekend

Belangrijker was dat ze via hem kennismaakte met Surinamers die in Nederland woonden. Ze raakte gefascineerd, maakte vrienden en schilderde ze. Dat was baanbrekend in de jaren dertig. Haar portretten van zwarte mannen waren voor sommige critici een eye-opener, omdat het geen karikaturen waren. Inderdaad, ze schilderde de trompettist Louis Richard Drenthe als een elegante man, strak in het pak, een gleufhoed op zijn hoofd. Dit schilderij getiteld ‘Op het terras’ is een bekend werk uit de collectie van het Stedelijk Museum.

‘Op het terras’, Nola Hatterman, 1930.Beeld Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Hattermans huis in Amsterdam werd een ontmoetingsplaats voor mensen uit Suriname, maar Hatterman wilde zelf naar de kolonie. Ze was ook politiek in de ban geraakt van het land, ondersteunde het onafhankelijkheidsstreven en wilde de mensen leren hun eigen schoonheid te zien en weer te geven. Ook dat klinkt nu nogal bevoogdend. In 1953 vertrok ze naar Paramaribo en het lukte haar om een kunstopleiding op te zetten. Ze zocht heel bewust in de armste bevolkingsgroepen naar talent. Diverse Surinaamse kunstenaars die op de expositie te zien zijn, kregen van haar hun eerste lessen.

Hatterman spande zich er ook voor in dat de meest talentvolle leerlingen naar Europa konden om aan een academie verder te leren. De uitverkorenen kwamen er al snel achter dat de schilderkunst zich verder had ontwikkeld dan het realisme dat Hatterman haar hele leven bleef propageren. Ze had een uitgesproken hekel aan abstracte kunst, maar haar leerlingen wilden verder. 

Zelfbewuste kunstenaarsgemeenschap

Met name Jules Chin A Foeng vond na terugkeer uit Europa dat het anders moest. Hij was fel anti-koloniaal geworden. Hij vond niet alleen Hattermans stijl ouderwets, hij ergerde zich ook aan haar focus op de creoolse bevolking, voor de Hindostanen en Javanen had ze minder oog. Zo werd Chin A Foeng in 1966 een van de oprichters van Surinaamse Academie voor Beeldende Kunst en een jaar later van het Nationaal Instituut voor Kunst en Kultuur. Ook zou hij zijn eigen ‘Leerboek voor tekenonderwijs in Suriname’ uitgeven, omdat het Nederlandse lesmateriaal volgens hem niet aansloot op de Surinaamse cultuur. Wat Hatterman had beoogd was gelukt: Suriname had een sterke, zelfbewuste kunstenaarsgemeenschap. Het betekende wel dat haar rol was uitgespeeld.

Jules Chin A Foeng zou later de eerste Surinamer zijn die een Master of Arts-graad haalde aan de New York University in Amerika. Hij studeerde af met de superrealistische stijl, die hij bij terugkeer in Suriname introduceerde. Op de tentoonstelling is een bijna fotografisch schilderij te zien van de kleurige slippers, naast eerder werk met een grovere toets. Chin A Foeng was aanvankelijk enthousiast over de militaire coup in 1980, maar na de Decembermoorden sloeg dat om in bittere teleurstelling. Hij overleed niet veel later. 

‘De stoffenhandelaar’, Armand Baag, 1976.Beeld Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Een andere leerling van Hatterman, Armand Baag, is ook ruim vertegenwoordigd met rake portretten, maar ook meer symbolistische werken, zoals een groots eerbetoon aan Boni, leider van een slavenopstand. Baag vestigde zich eind jaren zestig in Amsterdam. In de Jordaan zette hij een culturele broedplaats op en later een galerie die Caribische kunstenaars de mogelijkheid gaf hun werk te exposeren.

Meer aankopen

Voor deze expositie moest het team van curatoren flink op zoek in particuliere verzamelingen of bij familieleden van de kunstenaars. Directeur Wolfs is vast van plan om werk uit de tentoonstelling aan te kopen. En niet omdat het uit Suriname komt, als een soort regionale kunst, zegt hij. Het moet een volwaardig onderdeel van de collectie worden. 

Hij heeft zeker wat om uit te kiezen. Maar behalve uitschieters is er ook minder opvallend werk geëxposeerd, dat vooral interessant wordt als je de ontstaansgeschiedenis kent. En die wordt gelukkig helder uit de doeken gedaan. De ‘blinde vlek’ die de Surinaamse schilderkunst voor velen is, wordt zo overtuigend ingekleurd.

'Surinaamse School’, Stedelijk museum Amsterdam, t/m 31 mei

Lees ook:

In ‘Ulay was here’ gaat het afscheid van de kunstenaar tot op de huid

De performances met zijn geliefde Marina Abramovic in de jaren zeventig en tachtig maakten kunstenaar Ulay bekend. Nu is al zijn werk te zien in Amsterdam, de stad waar hij meer dan dertig jaar woonde.

Wapengekletter, devotie en een vleugje middeleeuwse erotiek

De Russische Tsaren speelden graag riddertje, maar dan wel in historische harnassen. Hun prachtige collectie van middeleeuwse wapens en kunst is nu te zien in de tentoonstelling ‘Romanovs in de ban van de ridders’ in de Amsterdamse Hermitage.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden