Review

Standvastig, maar met knikkende knieënKATHERINE GRAHAM

Katherine Graham, als voorzitter van de raad van bestuur van The Washington Post Company een van de machtigste vrouwen van de Verenigde Staten, heeft haar herinneringen op papier gezet in Personal History. Over hoe zij de politieke druk weerstond onder Lyndon Johnson, maar vooral onder Richard Nixon, toen The Washington Post het Watergate-schandaal onthulde. Maar vooral hoe zij vanuit het niets en na een persoonlijke tragedie haar weg wist te vinden in de uitgeefwereld. “Natuurlijk kun je het. Je hebt het in je genen.” Katherine Graham: Personal History, Alfred A. Knopf, New York (Van Ditmar, Amsterdam); 644 blz; ¿ 65,65.

“Het was zo intens schokkend en traumatiserend - hij was overduidelijk dood en de wonden waren afschuwelijk om te zien - dat ik naar de ernaast gelegen kamer rende en mijn hoofd in mijn handen verborg. Ik probeerde tot me door te laten dringen dat dit werkelijk was gebeurd, deze ontzettende gebeurtenis die de laatste zes jaar boven onze hoofden had gehangen. Waar hij met mij en met zijn artsen over had gepraat, behalve de afgelopen weken, toen hij er kennelijk zo ernstig over had gedacht”, zegt Katherine Graham in haar memoires Personal History.

De naschok komt een aantal dagen later, bij de begrafenis. De Grahams wonen in Georgetown tegenover een chique begraafplaats, waar alleen de top van de elite een plek kan kopen. Phil Graham had er zijn zinnen op gezet daar een graf te krijgen en toen het hem via connecties inderdaad was gelukt, maakte hij tegen Kay de grap dat ze hem dan alleen maar naar de overkant van de straat hoefde te kruien. Als de stoet op het kerkhof stilhoudt ziet ze tot haar grote ontzetting dat hij niet heeft overdreven. “Zijn graf ligt precies voor een kleine kapel tegenover ons huis en ik kan het elke dag zien. Nu vind ik dat wel prettig, maar in het begin maakte het me erg van streek.”

De dood van Phil grijpt niet alleen diep in haar persoonlijke levenssfeer in, het brengt ook een grote wending in haar maatschappelijke leven. Want het uitgeversconcern The Washington Post Company - dat de krant de Washington Post en het magazine Newsweek op de markt brengt en daarnaast twee televisiestations runt - is zijn voorzitter van de raad van bestuur kwijt en er moet snel een vervanger komen. Enkele weken eerder heeft Katherine Graham in een gesprek met haar hartsvriendin Luvvie Pearson betwijfeld of zij leiding aan het bedrijf zou kunnen geven. Onmogelijk, is Grahams verweer op de opmerking van Pearson dat ze dat wel kan. “Je weet niet hoe moeilijk en gecompliceerd het is. Geen sprake van dat ik het kan.” Maar Pearson houdt aan: “Natuurlijk kun je het. Je hebt het in je genen. Het is belachelijk te denken dat je het niet kunt. Je bent alleen zo naar de achtergrond gedrongen dat je niet meer weet wat je kunt.”

Aanleiding voor het gesprek tussen de twee vriendinnen is een ander drama in het leven van Kay Graham: Phils verhouding met een journaliste van Newsweek en zijn uiteindelijk niet doorgezette verzoek om echtscheiding. In het kader van die huwelijksontbinding wil Phil Graham dat Kay haar financiële aandeel in het bedrijf aan hem overdoet. De echtscheiding wil ze als een voldongen feit aanvaarden, maar haar band met de Post, de krant die door haar vader Eugene Meyer was opgebouwd en waarin hij miljoenen had gestoken, weigert ze op te geven. De door haar in de hand genomen advocaat kan werkloos toezien, want Phil praat wel over echtscheiding, aan de procedure begint hij niet.

Kay's toewijding duurt onverminderd voort. Als ze een vriendin vertelt dat haar man het huis uit is reageert die met: 'Prima'. Nee, het is afschuwelijk, verweert Kay Graham zich. “Zie je dan niet wat hij je aandoet? Dat hij je telkens weer zo vernedert dat je het lachertje van de familie bent geworden?”, zegt de vriendin. Graham, in haar terugblik nu: “Ik was het er niet helemaal mee eens, ik zag wel een beetje wat ze bedoelde, maar Lorraine had geen oog voor de keerzijde - dat hij me had gemaakt. Ik geloofde letterlijk dat hij me had geschapen, dat ik volledig afhankelijk van hem was en ik zag de schaduwkant helemaal niet.”

Met de plotselinge dood van haar man wordt Katherine Graham gedwongen het roer over te nemen. Een gigantisch karwei voor iemand die tot haar 46ste in schaduwen heeft geleefd: niet alleen in die van Phil, maar ook van haar ouders Eugene en Agnes, die bijvoorbeeld in 1933 niet eens de moeite nemen hun dan zeventienjarige dochter te vertellen dat pa de Post heeft gekocht. “Hebben ze je dat dan niet verteld?”, is het enige verweer van moeder.

De eerste stappen als uitgeefster gaan nu eens op de punten van de tenen en dan weer op het pure tandvlees. Niet alleen weet ze niet hoe een redactie in elkaar zit - laat staan dat ze weet wie wat doet - zakelijk is ze ook een nul. “Ik wist vrijwel niets van bedrijfsvoering en helemaal niks van kostenraming. Ik kon een balans lezen noch begrijpen. Ik herinner me dat ik in het begin niets kon volgen van technisch-financiële discussies. Van termen als liquiditeit alleen al ging ik glazig kijken.”

Dankzij het kiezen van goede adviseurs, die ook goede vrienden zijn, en het aanstellen van goede ondergeschikten, zoals hoofdredacteur Ben Bradlee, weet Graham het bedrijf niet alleen overeind te houden, ze doet zelfs zoveel zelfvertrouwen op dat ze bepaalde onhebbelijkheden van Phil overboord zet. Ze tracht bijvoorbeeld niet meer bepaalde politici een steuntje in de rug te geven. President Lyndon Johnson krijgt zo te horen dat hij weliswaar een huisvriend is, maar dat Graham niet van plan is af te wijken van de traditie dat er vlak voor de verkiezingen in de commentaarrubriek geen voorkeur voor hem zal worden uitgesproken.

Beslissend voor haar reputatie en integriteit worden de regeringsjaren van president Richard Nixon, als de Post de publicatie van de Pentagon Papers voortzet nadat een rechter de New York Times, die de belangrijke documenten over de Vietnamoorlog als eerste naar buiten had gebracht, de muilkorf heeft omgedaan. Ondanks de mogelijke juridische gevolgen houdt Graham de rug recht en uiteindelijk spreekt het Hooggerechtshof uit dat er onvoldoende redenen zijn om de publicatie van de Papers te verbieden.

Dè vuurproef wordt voor de leiding van de Washington Post het Watergate-schandaal. Ondanks de enorme druk van het Witte Huis weigert Graham hoofdredacteur Bradlee en de onderzoeksjournalisten Carl Bernstein en Bob Woodward, die beetje bij beetje de reusachtige proporties van het schandaal onthullen, van de zaak te halen.

Cruciaal is het moment dat de Post erachter komt dat minister van justitie John Mitchell als voorzitter van het CRP, het comité voor de herverkiezing van de president, mede-verantwoordelijk is voor de financiering van de Watergate-inbraak uit een geheime pot. De met de op handen zijnde onthulling geconfronteerde Mitchell vloekt en tiert. “Al dat gelul, dat gaan jullie in de krant zetten? Ik ontken alles. Katie Graham komt met haar tiet in een enorme wringer vast te zitten als dat wordt afgedrukt.”

De reactie van Mitchell wordt ook in de Post gemeld, zij het dat het woord 'tiet' wordt weggelaten. Graham wordt niet van te voren van het dreigement van de minister op de hoogte gesteld - 'Het was te mooi om jouw goedkeuring te vragen, Katherine' - iets waar ze het mee eens is. In Personal History geeft ze aan over meer aspecten onkundig te zijn gehouden. Zo weet ze tot op de dag van vandaag niet wie de befaamde Deep Throat is die onder meer met zijn opmerking 'Follow the money' Woodward en Bernstein van doorslaggevende informatie voorzag.

Als blijk van waardering voor haar standvastigheid - die dikwijls met knikkende knieën in praktijk werd gebracht - krijgt ze van bewonderaars een kettinkje met een gouden wringer en een gouden borst, die ze draagt tot een verslaggever dreigt het aan een roddeljournaliste te zullen doorspelen. Maar één geschenk uit die tijd koestert ze als een kostbaarheid. De dag na Nixons aftreden komt Woodward haar kantoor binnen met een echte ouderwetse houten wringer, waarop de handtekeningen van de zes Post-medewerkers die Watergate van begin tot eind levend hebben gehouden. Het voorwerp, dat een antiquair voor tien dollar heeft afgestaan, mits het aan Graham wordt geschonken, heeft nog altijd een ereplaats in het kantoor van de uitgeefster.

Alom is Personal History geprezen als een helder, maar vooral eerlijk en openhartig boek. Maar over één ding houdt ze de lezer in het ongewisse: haar liefdes na de dood van Phil. Vandaar dat iedereen zich afvraagt wat de achtergrond is van een kleine passage, waarin Kay Graham vertelt over een ontmoeting in een Londens hotel met Adlai Stevenson, op dat moment Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties. “Adlai bleef minstens een uur in mijn kamer. Toen hij wegging liet hij zijn stropdas en bril achter, dus sloop ik stiekem naar zijn kamer en legde ze voor zijn deur.” De volgende dag is Stevenson dood. Hij heeft het 'geheim' van de dag daarvoor mee het graf in genomen. Katherine Graham lijkt niet van plan anders te handelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden