Koken met Karin

Spruitjesgratin (met pindakaas)

Beeld Karin Luiten

Wij mogen onszelf graag een spruitjesvolk noemen, toch wil het niet echt boteren tussen de Nederlander en die toch zo lieftallige groene minikooltjes. Hoezeer promotiecampagnes ook jubelen over supergezonde vitaminebommetjes vol kalium en fosfor en wat al niet, spruitjes zijn een universeel verfoeide groente, bij oud en vooral jong. 

Op de lagere school konden mijn klasgenootjes kennelijk niks beters verzinnen om me te plagen dan met het rijmpje ‘Karin Luiten houdt van spruiten en springt door de ruiten naar buiten’. Dat van die ruiten was uiteraard klinkklare onzin, maar spruitjes heb ik bij mijn weten inderdaad nooit vies gevonden. En dat terwijl kinderen toch legendarische spruitjeshaters zijn, daar zijn complete boeken en tv-series aan gewijd. 

De bitterheid zou de oorzaak zijn. Bij baby’s valt dat te verklaren, de voorkeur voor zoet is immers aangeboren, net als de afkeer van bitter. Daar hebben we de evolutie aan te danken: in de natuur staat bitter vaak voor giftig, dus dan is het reuze handig als je uit reflex een verdacht besje uitspuugt. Maar juist dat bittere is er de laatste decennia door zaadveredelaars en kwekers vakkundig uitgeteeld, dus wat is nog het probleem? 

Gelukkig zijn er kinderen die de uitzondering op de regel bevestigen en wél spruitjes blieven en de rest groeit vaak alsnog over de aanvankelijke aversie heen. Mits je het hardnekkig blijft proberen. Maar als proberen beperkt blijft tot koken in een pan water en dan hooguit een snuf nootmuskaat erover, dan schiet het met de spruitliefde niet op natuurlijk. Dat verklaart waarom ook menig volwassene nog altijd met een boog om de groene knikkerballen heen loopt.

U weet, ik hou van een uitdaging, daarom roep ik de maand januari uit tot spruitjesmaand. Vier zaterdagen lang ga ik u spruitjes voorschotelen, gegarandeerd anders dan anders en gegarandeerd lekker. Heus. Probeer het nou. Eén hapje op z’n minst. We beginnen met spruitjes uit de oven met pindakaas, want wie houdt er nou niet van pindakaas? Rijst en kip erbij, en u hebt een puik maaltje.

Zelf maken nodig voor 4 personen

800 g spruitjes
100 g pindakaas (met stukjes pinda)
2 volle eetl ongezouten pinda’s
2 eetl gedroogde kokosrasp
2 knoflooktenen
250 ml slagroom
1 limoen
plantaardige olie
wat chilivlokken (uit zo’n molentje)
zout & peper uit de molen

Verwarm de oven voor op 200 °C. Doe pindakaas, slagroom en 1 eetlepel olie in een kom. Pers de knoflooktenen erboven uit. Rasp de schil van de limoen erboven fijn en pers de ene helft dan uit, doe ook erbij (de andere helft wordt niet gebruikt). Maal een paar keer flink met de chilivlokkenmolen en voeg zout en peper toe. Mix kort met de (staaf)mixer tot een gladde, dikkige saus. Maak de spruitjes schoon voor zover dat nodig is, verwijder hooguit vieze kontjes en/of blaadjes. Snij ze in kwarten en schep door de saus. Vet een ovenschaal in met wat olie en doe de spruitjes erin. Strooi de pinda’s en kokosrasp erover. Dek de vorm af met aluminiumfolie. Dit kan allemaal al van tevoren. Zet 45 minuten in de oven, verwijder halverwege het folie voor een geroosterd kleurtje.

Tips

Lekker met rijst en sappige kipsaté: snij 400 g kippendijfilet in kleine stukjes, marineer terwijl de spruitjes in de oven staan in 4 eetl Japanse sojasaus, 2 eetl sesamolie en 2 theel komijnpoeder. Rijg aan 8 stokjes. Bak 6 minuten onder regelmatig omdraaien in de grillpan.

Lees alle recepten van Karin Luiten terug in dit dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden