Spoedbehandeling met de oren

'De heelmeesters' speelt zich af onder artsen. Hierboven een wachtkamer in Abidjan, Ivoorkust. (Trouw)Beeld AFP

Je zou Abraham Verghese een arts-zonder-grenzen kunnen noemen: zijn leven speelde zich af op drie continenten. Even kosmopolitisch als zijn leven is zijn debuutroman ’De heelmeesters’. Maar hoewel Verghese ons meeneemt naar Ethiopië en Amerika, maken zijn beschrijvingen van de medische wereld meer indruk dan de gevarieerde

Schrijvende artsen zijn in de Engelstalige literatuur geen uitzondering. De traditie reikt van Smollet in de achttiende eeuw tot Arthur Conan Doyle in de volgende en Somerset Maugham in de daaropvolgende eeuw. Met zijn roman ’De heelmeesters’ voegt Abraham Verghese zich bij dit gezelschap.

Behalve op een medische, kan Verhese ook bogen op een rijke en gevarieerde culturele achtergrond. Zijn kinderjaren bracht hij door in Ethiopië, als jongen woonde hij in India, het land van zijn ouders, nog weer later verhuisde hij naar de VS, waar hij niet alleen zijn papieren als arts behaalde, maar ook deelnam aan de beroemde Iowa-schrijversworkshop. Tegenwoordig is hij zowel een productief schrijver als hoogleraar geneeskunst aan de universiteit van Stanford. Volgens eigen zeggen laat hij zich inspireren door de Egyptische chirurg Naguib Mahfouz – niet dezelfde als de schrijver en Nobelprijswinnaar.

Klinkt dat allemaal erg internationaal? Klopt. De wereld is nu eenmaal gekrompen en de tijd dat een handvol bereisde Europeanen en Amerikanen ’andere’ culturen voor ons kwam uitleggen, ligt achter ons. Nu doen mannen en vrouwen uit die culturen dat zelf. Een voorbeeld is Verghese, die zijn indrukwekkende debuutroman bevolkt met Indiërs van uiteenlopende afkomst, met Engelse mannen en vrouwen, een enkele andere Europeaan, met Amerikanen, Ethiopiërs en Eritreeërs. Het decor waartegen hun levens zich afspelen is al even ongewoon - ziekenhuizen in minstens drie verschillende continenten - maar klinkt nooit hinderlijk ’exotisch’ of afstandelijk.

’De heelmeesters’ is een vloeiend geschreven, soepele roman met goed uitgewerkte personages en scènes. Perfect is hij niet. Het begint meteen al moeizaam met een pompeuze, weinig originele openingsscene: een mythische bijna-maagdelijke bevalling van een Siamese tweeling die meteen van elkaar én van hun ouders gescheiden wordt.

Als al dat gedoe achter de rug is, komt de auteur pas op dreef, in het verhaal van de jongens, dat wil zeggen van één van hen, Marion: het andere deel van de tweeling, Shiva, fungeert meer als aangever, zeker niet als hoofdfiguur. Voor beide jongens geldt dat ze opgroeien in een maatschappij die nooit helemaal de hunne zal worden.

Marion is zich vrijwel vanaf zijn geboortedag bewust van zijn uniciteit, van het feit dat zijn afwezige ouders - een tijdens de bevalling gestorven Indiase non en een met de noorderzon vertrokken Engelse chirurg - hem hebben achtergelaten zonder kans ooit helemaal Ethiopisch te worden. En zo groeit de tweeling ook op, want hun adoptieouders – de onafhankelijke Hema en de rustig-effectieve Ghosh – zijn arts en beschouwen alleen de operatiekamer als hun thuis – waar die ook staat.

Het verhaal voltrekt zich op verschillende niveaus. Allereerst is er de gefabuleerde verwekking en geboorte van de jongens en hun sprookjesachtige jeugd in de nadagen van Haile Selassie. Maar terwijl ze opgroeien dringt zich een realistischer verhaal over Ethiopië naar de voorgrond. En als Selassie’s regime scheuren begint te vertonen, raken de jongens onvermijdelijk diep betrokken bij de (licht gefingeerde) coup tegen de keizer, met onvoorziene gevolgen. Toch overleven ze - tot de volgende coup. En hoewel Marion nu ouder is en geen illusies meer koestert, is hij toch totaal niet voorbereid op wat hem uiteindelijk wegrukt van zijn geboorteland: een onterechte aanklacht van illegaal verzet.

Hij vlucht naar de derde locatie van deze roman, Amerika, waar zijn vader als chirurg naam heeft gemaakt, maar dat in niets lijkt op het Beloofde Land. Dit is een Amerika waarin een medische staf van immigranten de onderkant van de samenleving oplapt.

Verghese beschrijft het sentimenteel noch boos, hij lijkt simpelweg verbaasd dat het rijkste land ter wereld zijn kwetsbaarste burgers uitlevert aan mensen die zélf kwetsbaar zijn - alleen op een andere manier.

Wat de vorm betreft aarzelt dit boek tussen realisme en een vorm van magisch realisme: het eerste ligt Verghese het beste, vooral zijn beschrijving van operaties en van de medische wereld is geslaagd.

Maar het meest fascinerend vond ik het pure plezier dat in zijn boek spreekt uit het stellen diagnoses. Geen van de zinnen die daarbij in mijn hoofd opkomen is mooier dan deze: „Welke spoedbehandeling voltrek je met je oren?” Het antwoord, ’woorden van troost’, zegt veel over Verghese's eigen filosofie als arts.

Als arts én als leraar heeft Verghese door de jaren heen gepleit voor wat wel de ’aan de rand van het bed- methode’ wordt genoemd, de praktijk om rustig te luisteren naar de patiënt en hem gerust te stellen. In zijn roman versmelt deze ideologie met zijn interesse in geschiedenis en leidt, op een unieke manier, tot een boek dat enerzijds gaat over bepaalde culturen, plaatsen en tijden, maar die tegelijk heel nadrukkelijk overstijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden