Spitten naar de wortels van de Nederlandse taal

Beeld Suzan Hijink

Nederland, wat is dat eigenlijk? Flip van Doorn reisde kriskras door het land op zoek naar de oorsprong van taal, grenzen en tradities. Deel 2 van een vierluik: de wieg van het Nederlands stond aan de Zwarte Zee.

Lees hier het eerste deel in deze serie: Baarle Nassau/Hertog: een extatische grenstwist die terugvoert tot 1198. 

Gesproken klanken vervliegen. Een taal is pas werkelijk een taal wanneer de woorden geboekstaafd zijn. Of de hunebedbouwers met elkaar spraken en welke klanken of woorden ze gebruikten, kunnen we onmogelijk achterhalen. Ze lieten geen geschriften na. Ga ik op zoek naar de allereerste in het Nederlands geschreven tekst, dan begeef ik me hoe dan ook op glad ijs. Onze taal is zo geleidelijk en zo lang geleden ontstaan, dat we er met geen mogelijkheid een datum of een plek aan kunnen hangen. ‘Hebban olla vogala’ werd lang gezien als de oudst bekende zin in het Oudnederlands. Het poëtische regeltje dat een kopiist aan het einde van de elfde eeuw in de kantlijn van een religieus geschrift neerkrabbelde, is inmiddels door psalmen, wetten en geloften van nog langer geleden in ouderdom voorbijgestreefd. Op mijn zoektocht kom ik echter niet terecht in een klooster of een bibliotheek.

Betuwse klei

Taalkundigen hebben er nog geen volledige consensus over bereikt, maar de eerste samenhangende reeks tekens die te herleiden lijkt tot het Nederlands is aangetroffen op een plaatje van verguld zilver dat archeologen uit de Betuwse rivierklei opdiepten. Aan het begin van de vijfde eeuw sierde het de opening van de schede waarin een strijder zijn zwaard droeg. Ik heb het bezichtigd vanachter het glas van een vitrine in museum Het Valkhof in Nijmegen. De meeste bezoekers zullen eroverheen kijken. Pal ernaast lonken de blinkende munten van een goudschat uit dezelfde tijd. Die spreken meer tot de verbeelding dan het ondefinieerbare, op pootjes geplaatste stukje edelmetaal. Behalve ornamenten die doen vermoeden dat het afkomstig is uit Neder-Germanië, de regio waar het ook is gevonden, staan in het zilveren schedebeslag 24 runentekens. De vage krasjes zijn nauwelijks te ontwaren. Vier woorden die een zinnetje vormen.

Ik heb geen idee wat er staat. Gelukkig ben ik niet de enige, zelfs runologen zijn het er niet helemaal over eens. Hoogstwaarschijnlijk verwijzen de tekens naar de eigenaar of de schenker van het zwaard, maar uiteindelijk roept het opschrift van het beslagstuk meer vragen op dan het beantwoordt. Wellicht liggen er antwoorden op de vindplek. Dat is Bergakker, even ten westen van Tiel.

Animatie: Suzan Hijink

Een enorme gele M

Het smalle weggetje heeft dezelfde naam als de buurtschap. Mijn auto zet ik stil aan de Bergakker en zonder al te hoge verwachtingen stap ik uit. Dat blijkt terecht. Ik sta op een tussenplek. Geen stad en geen platteland, meer een rafelig doorgangsgebied. Op een lint staan kleine huizen waarvan de meeste zo op het oog kort na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd, al zie ik ook oudere boerderijtjes. Bij een van de weinige panden aan de andere kant van de weg rijdt een meisje op een paard rondjes door een bak. In de verte hangen appels en peren, klaar voor de pluk. De gons van de A15 zal hier dag en nacht klinken, op een flinke steenworp afstand dendert vrachtverkeer van west naar oost en vice versa. Achter een geluidswal zie ik de bovenleiding van de Betuwelijn, parallel daaraan hoogspanningskabels. In een metalen plaatje dat op een laag paaltje is geschroefd staan 47 tekens gegrift die ik begrijp: de ondertitels bij het kunstwerk dat erachter in het veld staat.

Voor het overige weinig taal, weinig tekens. Een bord met de naam van de aannemer die hier aan de wegkant werkt, naambordjes en huisnummers bij de brievenbussen, letters en cijfers op nummerborden van auto’s. En de letter m. Een enorme gele letter M, de poten licht gebogen. Een runeteken, hoog op een paal aan de afrit, dat automobilisten aanduidt waar ze hun trek kunnen stillen.

Zwaardschede

Ik weet ook niet zo goed wat ik op deze plek verwachtte. De eigenaar van het zwaard heeft hier misschien gevochten. Het Romeinse Rijk brokkelde in de vijfde eeuw snel af en anderen stonden klaar om het machtsvacuüm op te vullen. Hij was vast een belangrijk man, misschien ook wel een vrouw – wie zal het zeggen? Niet iedere strijder zal zijn zwaard uit een met verguld zilver beslagen schede hebben getrokken, waarschijnlijk had zelfs niet iedere strijder een zwaard.

Het zou kunnen dat de eigenaar op deze plek is gesneuveld, of zwaargewond afgevoerd waarbij hij de riem met daaraan zijn zwaardschede verloor. Hoe dan ook heeft de oudst bekende tekst in het Nederlands iets met strijd te maken. De eigenaar van het zwaard zal hier niet zijn gaan zitten om zijn dagboek bij te werken. Sterker nog: het is goed mogelijk dat hij de runen op zijn eigen zwaardschede niet kon lezen.

Bij een flauwe bocht in de Bergakker staan zeven bomen wat merkwaardig gegroepeerd, houten hekwerkjes om de stammen. Vanuit de lucht gezien zouden ze een runenteken kunnen vormen. Is dit de vindplaats? Er is verder niets dat daarop wijst. Ik stel me de puinhoop van een slagveld voor. Modder, stank. De lijken van de verliezers achtergebleven op de plek waar ze het leven lieten, misschien provisorisch begraven. Was de eigenaar van het zwaard een van hen? Of bleef alleen dat vergulde zilveren plaatje achter, diep weggetrapt in de klei waarin het een verbluffende 1600 jaar later zou worden gevonden?

Taal van de Franken

In de hedendaagse context is er in dit veld niets tastbaars te vinden dat met de oorsprong van de Nederlandse taal te maken heeft. En toch heb ik het gevoel dat ik hier moet zijn. Een graafmachine van de aannemer heeft de grond omgewoeld. Met moeite kan ik de neiging onderdrukken tussen de kluiten aarde op zoek te gaan naar andere overblijfselen uit het verleden, naar woorden.

De woorden in het runenschrift op het plaatje vertonen overeenkomsten met het Oudnederfrankisch, de taal van de Franken die uiteindelijk in het noordwesten van Europa de macht naar zich toe trokken nadat het Romeinse Rijk ineen was gestort. Met zijn zwaard bevocht een strijder die macht. Zo hielp hij mee met het leggen van de basis van de taal die voortkwam uit de tekens die in de versierde rand van zijn zwaardschede stonden gekrast.

In de weilanden grazen pony’s, paarden, runderen vredig, zich van geen strijdperk bewust. Achter hun ruggen schuiven vrachtwagens voorbij in eindeloze reeksen. Het zijn strijdwagens die over het hedendaagse slagveld van de economie denderen. Landen bestoken elkaar niet langer met zwaarden, maar met handelswaar. De winnaars halen niet alleen bakken met geld binnen, maar koloniseren ook de verliezers. Ze mogen aan de rand van het strijdperk van asfalt metershoge zuilen plaatsen, gesierd met hun runen, hun symbolen. Hun taal infiltreert de onze. In de hedendaagse verhoudingen is een taal een dialect met geld. Milkshakes en cheeseburgers.

Alfa, bèta, gamma

De Germaanse volken die ten tijde van het Romeinse Rijk in het noordwesten van Europa woonden, gebruikten het runenschrift. Degenen die er verstand van hebben, vermoeden dat het een afgeleide is van het alfabet dat de Etrusken aan dat van de Grieken ontleenden. Alfa, bèta, gamma en zo verder tot en met omega. Die lettertekens zijn op hun beurt afgeleid van pictogrammen die de Feniciërs een kleine 2000 jaar voor het begin van onze jaartelling gebruikten.

Het schrift verplaatste zich langs de oude handelswegen via Griekenland naar het rijk van de Romeinen en onderging onderweg kleine aanpassingen. Het runenschrift splitste zich af, maar werd uiteindelijk ook in het leefgebied van de oude Germanen verdrongen. Over de handelswegen van nu glijden opleggers voorbij, waarop namen van transportbedrijven staan geschreven. In de lettertekens van het Latijnse alfabet.

Net als de bodem waarover onze vrachtwagens rijden, de klei waarin we archeologische vondsten doen, is onze taal samengesteld uit elementen die vanuit allerlei uithoeken in de gezamenlijke delta van Rijn, Maas en Schelde zijn beland. Het is een lang verhaal en te ingewikkeld om hier in detail te ontrafelen, maar de wieg van het Nederlands en van de meeste andere Europese talen heeft met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gestaan aan de oevers van de Zwarte Zee.

Uit de taal die de bewoners van dat gebied meer dan 6000 jaar geleden spraken, ontwikkelde zich de Indo-Europese taalgroep.

Als het takkenstelsel van een boom spreidde de taal zich steeds verder splitsend en veranderend naar het westen en het oosten uit. Naast Indo-Iraanse talen als Perzisch en Sanskriet, vinden onder andere de Slavische, Keltische, Romaanse en Germaanse talen hun oorsprong in het Proto-Indo-Europees. Langs handelsroutes, versneld door volksverhuizingen, veroveringen en oorlogen, vonden woorden en klanken hun weg. Klankverschuivingen maakten dat nieuwe taalgroepen ontstonden. De eerste sprekers van het Proto-Germaans leefden waarschijnlijk in het gebied dat wij nu Denemarken noemen.

Fragmentatie

Ongeveer 3000 jaar geleden begonnen zij hun leefgebied te vergroten. Hun taal namen ze mee, maar die fragmenteerde. Uit de West-Germaanse taalgroep ontstonden de talen en dialecten die wij nu spreken. Uiteindelijk legden het Fries en het Saksisch het af tegen de taal van de Germaanse volksstam van de Franken, die dominant werd.

Het huidige Nederlands, met elementen uit talen als het Fries, het Saksisch en het Latijn, ontstond uit het Oudnederlands dat zich in de vroege Middeleeuwen ontwikkelde vanuit het Nederfrankisch. Van die laatste ontwikkeling zou de inscriptie op het schedebeslag van Bergakker getuigen, al verhullen de nevelen van de geschiedenis de precieze betekenis en oorsprong.

Vast staat wel dat de voorlopers van het Nederlands en het Fries afkomstig zijn uit het huidige Denemarken, waar waarschijnlijk ook het runenschrift ontstond. Zowel de gesproken taal als het schrift hebben echter een oorsprong die veel verder naar het zuidoosten gezocht moet worden. Ook onze taal komt van ver buiten onze landsgrenzen.

Dit vierluik is gebaseerd op Flip van Doorns boek ‘Een verzonnen koninkrijk’, dat 25 oktober verschijnt. Uitgever Thomas Rap, 304 pag., € 19,99.

Lees ook:

Het eerste deel in deze serie

Baarle Nassau/Hertog: een extatische grenstwist die terugvoert tot 1198. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden