Review

Speuren naar dat andere

Fotografe Annie van Gemert wist met haar camera door te dringen tot achter de muren van beschouwende kloosterorden. Haar portretten zijn naamloos, hebben bijna iets van iconen. In een boek en een expositie toont zij voorbij en huidig kloosterleven in sobere zwart-witbeelden.

Zijn ze gelukkig? De meesten zeggen van wel maar fotografe Annie van Gemert laat het in haar portretten van kloosterlingen toch in het midden. Serene portretten, niet godzalig of onaards.

De tanige, frisse, stokoude, brave, strenge, verstilde koppen laten nog wat te raden over, alsof hun echte geheim toch aan de binnenkant zit.

Annie van Gemert (1958) maakte eerder fotoboeken van meisjesinternaten en van grote gezinnen. De laatste tien jaar heeft zij zich gestort op kloosters van beschouwende ordes, daar laten ze buitenstaanders – zeker die van de andere sekse – zelden tot het heilige der heiligen toe.

Soms even – dan komt bij hoge uitzondering een tv op bezoek, zoals in een serie van de KRO, maar in het algemeen zijn media van het vlees en de wereld, die kloosters en hun bewoners van de ware zaken afleiden. Tegelijk kunnen tv, kranten, foto’s de kloosterboodschap duizendvoudig uitzaaien in goede aarde en op dorstende zielen.

In het boek ’Kloosterlingen’ dat deze week verschijnt, met een expositie in het Limburgs Museum in Venlo, bewijst Van Gemert dat zij bij de kloosters kennelijk het vertrouwen heeft gewonnen.

Zo was zij op bezoek bij de ’arme clarissen’ in Eindhoven, die wel de strengste orde in Nederland mogen heten. Met enige bombarie en publiciteit trokken enkele Amerikaanse nonnen in 1990 naar deze nieuwe behuizing maar sindsdien kwamen zij nauwelijks meer achter hun tralies vandaan. Van Gemert met haar camera zocht hen op. Ze mocht een halve dag. Kapelbezoekers zien hooguit twee handen aan het klokkentouw, ze horen om de hoek de ijle stemmen. Het fotoboek laat de vrouwen zien, haast als moslima’s hals, haar, oren, alles tot en met de enkels bedekt – maar op blote voeten zo frivool als hippies.

Alle beelden zijn in zwart-wit: in kloosters is kleurige opschik uit den boze of onnodig. Strak, grijs, de kleuren van de seizoenen en paramenten, het komt allemaal prima tot zijn recht in de sobere foto’s.

De kleurenserie van de ’roze zusters’ van Steyl en het Cenakel springt eruit. Het móést gewoon, die sierlijke roze pij onder het witte scapulier en de witte sluier, het staat de zusters goed en waardig, of ze nu negentig zijn of dertig.

Over de bewoners van de slotkloosters kun je geen verhaal of beeldverhaal met droge ogen vertellen zonder de teloorgang in de laatste decennia.

Deels met oude foto’s (maker, jaar, gelegenheid onbekend) voert Van Gemert de kijker langs het pad van groei en bloei, van kleiner en grijzer, tot definitieve sluiting en verkoop met een klein restant – hoelang nog? – in een kloosterbejaardenoord. Mensen zijn in zestig, zeventig jaar kloosterleven exact die weg gegaan die ze met religieuze volharding positief bleven zien.

Annie van Gemert ging naar kloosters waar ze het tij keerden – soms met import van elders, tijdelijk, want het moet toch van hier komen. Hier en daar zie je het gebeuren, haast nooit de jonge meisjes en jongens van vroeger, van roomse boerderijen uit de buurt met te veel kinderen, maar mensen met een leven en relaties en omzwervingen achter de rug, niet-katholieken vaak, ex-dominees of ook die zich lang van kerk, God en gebod verre hielden. Niet iedereen blijft, ook niet wie ampel en bij volle verstand over de ongewone keus heeft nagedacht.

De ongeveer 200 foto’s vult Annie van Gemert aan met enkele interviews, onder meer met monniken van de abdij van Maria Toevlucht in het Brabantse Zundert. Broeder Frans is tachtig en heeft het allemaal meegemaakt: het heel strenge trappistenleven toen hij na de oorlog kwam. Slapen in je ene pij op de ene slaapzaal, wassen zo’n beetje met een natte handdoek, bevel is bevel, standsverschil tussen paters en broeders, geselen en altijd zwijgen. Broeder Frans kon er goed tegen maar heeft de veranderingen even vlot meegenomen: douches, een eigen kamertje, inspraak, bezoek aan familie. Af en toe ontvlucht hij de ’drukte’ in zijn éénpersoonskluis. De soberheid bij de trappisten is er nog steeds – het is geen luxeleventje. Maar broeder Frans schudt wel eens het hoofd. Toen hij kwam had hij een schooltas bij zich met wat onderbroeken en een paar gebedsboekjes. Hij moest het allemaal inleveren. Nu ziet hij nieuwe novicen met een verhuiswagen arriveren. Misschien heeft het hem juist deze week nog deugd gedaan dat een beginnende postulant, maar met vele rijpe jaren ervaring, toch gewoon als pelgrim te voet door de regen zich met een enkele rugzak bij de kloosterpoort kwam melden. Dozen met kleren, boeken, geluidsapparatuur zullen hem trouwens wel vooruit zijn gegaan.

Annie van Gemert heeft goed begrepen dat het in haar portretten van zusters en broeders niet gaat om wie erop staat. De foto’s zijn naamloos, ze hebben bijna iets van iconen en je kijkt naar die gezichten, niet of je Jan of Truus herkent, niet broeder Frans of zuster Annunciata maar of je bij het speuren iets gewaar wordt van dat andere, erachter, of dat andere (Andere?) bij geval naar je terugkijkt.

Des te spijtiger dat de fotografe van een andere essentie van het contemplatieve kloosterleven zo weinig heeft begrepen: doe het geringe handwerk zorgvuldig, strijken, vlees inpakken, brood bakken, maïs inkuilen, d’s en t’s goed schrijven. Zo veel aandacht als zij heeft voor haar foto’s zo onnodig slordig is zij in de teksten, niet alleen die in het Latijn. In de wereld mag je de fotografe prijzen voor haar mooie werk. Maar ze had een betere redacteur of corrector verdiend. Al na een halve dag in het klooster weet je dat dat loont.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden