Review

SPEELSE TANGO MET DE DOODGeerten Meijsing koestert zijn depressie als een kleinood

Ze was 85 jaar, gezond, levenslustig en ogenschijnlijk opgewekt. Haar man was dood en haar kinderen hadden lang geleden het huis verlaten. Op een dag nam zij een grote plastic zak vol spruitjes, leegde hem zorgvuldig boven de tafel, trok de zak over haar hoofd en stikte. Zij werd gevonden met op elk oog het blad van een spruitje. Ze komt voor als noot in 'The Savage God' (1971), de mooiste studie over zelfmoord ooit geschreven, van de Britse literatuurcriticus A. Alvarez. Zomaar en zonder ophef, maar letterlijk uit het leven gegrepen.

In haar laatste daad liet de vrouw zich nog net even betrappen op een gewoontegebaar van een lang leven als ordelijke huisvrouw. Je zou erom kunnen schateren als het niet zo droevig was. Net als om de woorden van de depressieve patiënte die jaren geleden opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis: “Zet mij maar buiten in de regen bij de ratten.” Ze had priemende, angstige ogen en een spits gezicht. Door het raam zag je de regen met bakken uit de hemel komen. Het is een zin met een gouden randje, een tikje theatraal, maar even triest als geestig. Hysterisch misschien, maar toch subliem.

De meeste depressieve mensen lijden in stilte en zeggen nog maar amper iets. Een enkeling lijkt te zwelgen in zijn somberheid. Sommigen hebben zich in hun depressie verschanst alsof het een veilige vesting betreft.

In de Bijbel schreeuwt Job het uit van verontwaardiging en woede om wat hem allemaal is afgepakt. Zijn reactie lijkt sprekend op die van de 45-jarige schrijver Erik Jan Provenier in de vandaag verschenen roman 'Tussen mes en keel' van Geerten Meijsing. Natuurlijk is het erg voor een schrijver als zijn laatste pennenvrucht een mislukking blijkt en zijn vriendin een ander verkiest, zoals Provenier overkomt, die voor negenennegentig procent met Meijsing samenvalt.

'Tussen mes en keel' is autobiografie, helle- en hemelvaart ineen. Het is de vraag of bijna vierhonderd pagina's met gekrenkte trots en gelamenteer om een geflopt boek en een meisje dat jou niet langer wil, niet wat overdreven is. Wellicht heeft Meijsing de melancholische duisternis scherper in beeld willen brengen dan de Amerikaanse schrijver William Styron deed in 'Darkness Visible' (1990). Meijsing is daar naar mijn idee niet helemaal in geslaagd.

Na 'Tussen mes en keel' houd ik een lichte voorkeur voor Styrons boek. In een zinderend betoog van slechts 84 bladzijden maakt deze auteur een einde aan elke onduidelijkheid over hoe verschrikkelijk dit zwarte zelfmoordmonster kan zijn.

Daar staat tegenover dat 'Tussen mes en keel' behalve ironie een grote dosis zelfspot bevat: “Je rug was een en al zweetgebraad. Ik klampte mij aan mijn gekrompen geslacht vast: een waterig gevalletje als een reeds uitgediende paddestoel in de herfst. Kneep je erin, dan kwam er alleen wat verstuifde inkt uit.” Een impotente schrijver in dubbele zin.

Opvallend is de glansrol die de psychiater krijgt toebedeeld. De man geeft hem als huiswerk een boek van Nietzsche op. In plaats van een saaie sukkel blijkt deze psychiater een cynische maar toegewijde arts die Provenier tot in diens Italiaanse woonplaats met een fax achtervolgt met de mededeling dat deze zich zo gauw mogelijk in Nederland moet laten opnemen, omdat hij 'een levensgevaarlijke ziekte' heeft.

'Tussen mes en keel', naar een citaat uit 'The Anatomy of Melancholy' (1621) van Robert Burton, is een moedige, literair niet onverdienstelijke roman, maar met een strakkere verhaallijn zou het boek beslist dwingender en pregnanter zijn geweest.

In het laatste hoofdstuk wordt alles nog eens samengevat. Er staat weinig nieuws in, of het moest de opmerking van Burton zijn dat hij begonnen was te schrijven over melancholie om van die aandoening verlost te worden. Net als Provenier, die ten slotte tot het inzicht komt dat hij aan een onmogelijke liefde geleden heeft. Pas toen hij daarvan verlost was, kon hij weer schrijven. “Het einde van elk liefdesverdriet is het pijnlijke inzicht dat het hele leven is als een straf.” Maar voordat hij zowel sadder als wiser is geworden, heeft hij menige zelfmoordpoging en diep dal achter de rug.

Provenier is niet wat je noemt een aardige jongen. Vroeger zouden psychiaters zo'n persoon een hystericus hebben genoemd; sinds de jaren tachtig is dat label door narcisme vervangen. De psychiater strijkt hem wijselijk nooit tegen zijn narcistische haren in. Hij omzeilt de vraag naar wie de macht heeft of wie in feite de grootste is heel knap met opmerkingen dat de klant koning is en dat hij Provenier eenvoudig slechts ten dienste staat.

Het grote probleem is bij Provenier niet zijn fijnbesnaarde of dysthyme gemoed, maar het feit dat zijn register geen moderato kent. In de Amsterdamse kliniek waar hij zich laat opnemen ontpopt hij zich als redder van zijn medepatiënten. Jegens de leiding is hij een grote klier, een querulerende oproerkraaier met grensoverschrijdend gedrag, die de zusters zit te jennen of hen probeert te versieren. Een ijdele kwast die altijd alles beter weet.

Maar emotioneel is hij de kleine jongen gebleven die, verstoken van de moederborst, zijn ellende volledig uit moet schreeuwen. En iedereen zal dat weten ook. Persisterend noodkreet-gedrag, volgens de onlangs overleden psychiater Bastiaans hét kenmerk van hysterie.

Tussen deze jammerklachten door probeert de schrijver de spanning er danig in te houden door de roman royaal te besprenkelen met een overdosis aan al of niet betaalde lust. Alsof je naar de nieuwste Nederlandse film zit te kijken, waarin men voortdurend uit de kleren moet omdat je als filmproducent anders (internationaal) niet voor vol wordt aangezien. Houd toch je kleren aan, denk ik dan, we zijn toch geen konijnen. Wat impliciet blijft, spreekt immers veel sterker tot de verbeelding.

Het geheim van de echte depressie schuilt hem juist in de verstilling, in de uitval van stroom, in schuldgevoel en concentratieverlies. Maar schuldgevoel heeft de hoofdpersoon nooit van zijn leven gekend, het lag altijd aan de anderen. Schuldgevoel ziet hij als een overblijfsel van de traditionele psychiatrie die hij zo haat. Nu mag men in een roman natuurlijk van alles verzinnen maar op dit punt maak ik ernstig bezwaar. Schuldgevoel is echt een symptoom van een depressie. Maar bij Provenier staat het gevoel van vernedering en krenkbaarheid voorop.

Dat Provenier lijdt aan een bipolaire stoornis (type II, terugkerende depressies met een enkele hypomane episode) is duidelijk, maar waarom hij behandeling met lithium weigert niet. Aangezien hij zijn hypomanie niet wil missen, beweert hijzelf, wat de motor zou zijn voor zijn creativiteit. Maar dit is in flagrante tegenstelling met het feit dat hij de door het anti-depressivum opgeroepen hypomanie verderop in het boek ineens als een hinderlijke bijwerking beschouwt.

Helemaal ongeloofwaardig is zijn bewering dat hij zijn manische buien altijd voor de hulpverlening verborgen heeft weten te houden. Ik snap best dat Meijsing een mooi boek heeft willen schrijven, maar mooi is nog niet hetzelfde als authentiek. Een ander probleem is hoe je in vredesnaam Nietzsche kunt lezen als je echt depressief bent.

'Tussen mes en keel' leunt zwaar op 'Touched with Fire' (1993) van de Amerikaanse psycholoog Kay Redfield Jamison, al noemt Meijsing dit boek niet expliciet. In 'Touched with Fire' betoogt Jamison, sinds 1986 hoogleraar psychiatrie aan de John Hopkins University School of Medicine in Washington, dat het geenszins toeval is dat een onevenredig groot aantal kunstenaars, vooral dichters, aan depressies of aan manisch depressieve ziekte lijdt, nu algemeen bipolaire stoornis genoemd. In haar visie vallen de manisch depressieve bodem en het artistieke temperament in veel gevallen zelfs volledig samen. In haar boek veegt zij de vloer aan met al die eigenzinnige manisch depressieve kunstenaars die geen lithium willen slikken omdat dit middel hun creativiteit zou aantasten.

Het is jammer dat Meijsing geen kennis heeft genomen van 'An Unquiet Mind - A Memoir of Moods and Madness' (1995), waarin Jamison meeslepend verhaalt van haar jarenlange dooltocht door het 'knekelhuis'. Jamison (50) is zelf manisch depressief. Het aanvaarden van lithium als stemmingsstabilisator verliep bij haar niet zonder slag of stoot, wat goed voorstelbaar is bij een persoon die als jong meisje koppig weigerde volwassenen met onderdanige revérences te vereren. Ook zij balanceerde op het randje van een peilloos diep ravijn.

De overeenkomst is frappant. Bij Provenier (47) begint met 16 jaar de ellende met een eerste zelfmoordpoging. Jamison is ook 16 jaar als ze de eerste manisch depressieve symptomen krijgt. Bij Jamison eveneens een onstuimig liefdesleven. Met 28 jaar neemt ze voor het eerst lithium, stopt daar na een half jaar weer mee, waarna ze opnieuw manisch wordt. 'An Unquiet Mind' is geen roman, maar uit het leven gegrepen.

'Tussen mes en keel' is een studieus en leerzaam boek, wat een roman niet eens hoeft te zijn. Van de filosofische beschouwing over het zelfmoordvraagstuk heb ik bijzonder genoten, en ook van de speelse tango met de dood die dr. A. Kirchner met de hoofdfiguur danst.

Gelukkig loopt het goed af, wat geenszins gold voor Carlo Michelstaedter uit Gorizia, een geniale jongeman die in het Grieks met zijn vrienden converseerde en die met 23 jaar een kogel door zijn hoofd schoot, op de ochtend nadat hij zijn boek 'La persuasione e la rettorica' voltooid had. Dat is pas mooi, roept de hoofdpersoon. En: “Het is lekker om dood te gaan”.

Nu weet ik het zeker. Geerten Meijsing moet dol zijn op toneelspel. “Er bleef mij niets over om te verliezen, behalve mijn lichaam, waarin twee zielen hadden gehuisd. De verbindende draden en nutteloze samenhang waardoor mijn leven bijeen was gehouden, hadden als stofrag en roet mijn ziel gezwart.”

Er staan prachtige zinnen in dit boek. Maar over ratten in de regen wordt helemaal niks vernomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden