InterviewSophie de Lint

Sophie de Lint leidt De Nationale Opera een nieuw tijdperk in

Sophie de Lint in het auditorium van Nationale Opera & Ballet.Beeld Judith Jockel

Sophie de Lint volgt Pierre Audi op als artistiek directeur van De Nationale Opera. Ze laat in haar eerste seizoen een nieuwe lichting artiesten debuteren, onder wie een paar opvallende vrouwelijke dirigenten en regisseurs. ‘Ik heb de behoefte om close te zijn met de artiesten met wie ik samenwerk.’

Voor wat klopt mijn hart nu echt? Sophie de Lint vroeg het zichzelf ietwat wanhopig af. Ze was achttien jaar en had amper twee weken op de gerenommeerde Solvay School voor Economics & Management in Brussel gezeten. Ze voelde zich er niet op de goede plek en reed gedesillusioneerd terug naar haar woonplaats Genève.

Daar zag ze op televisie een vraag­gesprek met Renée Auphan, die net directeur was geworden van het Grand Théâtre de Genève. De Lint was volledig gebiologeerd door wat ze hoorde en zag, stapte direct in haar Toyota Starlet en racete naar de studio’s van La Télévision Suisse Romande. Ze loog iemand voor dat Auphan haar tante Renée was en dat ze die dringend moest spreken. Dat lukte. Omdat op zondag alle Geneefse horeca gesloten was, praatten de twee vrouwen in Auphans auto. Een witte Renault, herinnert De Lint zich. Daar in die kleine, afgesloten ruimte werd een carrière in de opera geboren.

De Lint, sinds twee jaar artistiek ­directeur van De Nationale Opera (DNO), vertelt het verhaal uit haar jeugd alsof het net gebeurd is. Rode konen op haar wangen. Ze laat een foto van de kleurrijke Auphan zien, met wie ze nog steeds heel goed bevriend is en aan wie ze alles te danken heeft. We zitten in haar kantoor bij Nationale Opera & Ballet. Een veel kleinere kamer dan die van Pierre Audi: “De kamer van Pierre hebben we omgebouwd tot muziekruimte voor onze inpandige Opera Studio. Ik ben hier heel tevreden, omdat ik nu vlak bij de mensen zit die ik elke dag nodig heb, zonder wie ik dit nooit zou kunnen doen.” Ze doet tussendeuren open om te laten zien hoe het artistieke en administratieve cluster van DNO gegroepeerd is. Naaste medewerkers worden enthousiast begroet.

De Lint verhuisde met haar ouders, twee zusjes en een broer van Rotterdam naar Genève toen ze twee jaar oud was. Ze studeerde viool aan het Conservatorium van Genève, maar moest na een ongeluk stoppen met spelen. Ze heeft een bachelor business administration en een master in arts administration aan de Universiteit van Zürich. 

“Mijn moeder speelde piano. Heerlijk om als kind thuis te komen als daar de noten van Chopin ronddwarrelden. Toen ik negen jaar oud was, nam mijn moeder mij mee naar Verdi’s ‘Un ballo in maschera’ met een sterbezetting rondom Pavarotti. Die dure namen zeiden me toen niets, maar ik werd weggeblazen door de muziek en de beelden, en door het gevoel dat daar in de zaal iets heel bijzonders gebeurde. Na afloop was ik extreem opgewonden door al die uitvergrote emoties, en wilde de volgende dag eigenlijk meteen terug. Ik nam het in de jaren daarna heel serieus en nodigde vrienden uit om mee te gaan, als een soort missionaris. Voor vijf francs kon je toen al naar de generale repetities van de opera. Een feest. Ik werd al snel de specialist, die mijn vrienden uitlegde waar ze vooral op moesten letten. Ik was kind aan huis in de opera van Genève lang voordat ik er ging werken.”

Sophie de Lint. Beeld Judith Jockel

Op een nieuwe manier

Het is een week of twee voor de persconferentie van maandag, waarop De Lint haar eerste eigen seizoen presenteerde (zie kader). Ze was al sinds september 2018 in dienst als directeur, maar de twee laatste DNO-seizoenen waren nog voor het grootste gedeelte het werk van Audi, omdat je in de operawereld alles heel ver vooruit moet plannen. Nu kan De Lint haar eigen stempel op het gezelschap drukken en laten zien waar ze met DNO heen wil.

Wat haar betreft moeten de deuren nog verder open, zodat nog meer nieuw publiek naar binnen stroomt. Het is een terugkerend mantra gedurende het gesprek. Dus gaat ze het repertoire verbreden, inzetten op een nieuwe en jonge generatie kunstenaars, maar ook opera op een nieuwe manier presenteren. Bijvoorbeeld met korte filmpjes van vijftien seconden, die op een originele manier de inhoud van de vijftien opera’s in het nieuwe seizoen vertellen.

“Kijk”, zegt De Lint, die haar mobieltje tevoorschijn haalt. “Dit is het filmpje waarmee we Donizetti’s ‘Anna Bolena’ introduceren.” Tegen een kleurrijke achtergrond loopt een persoon, gehuld in zwarte mantel met capuchon gedecideerd van links naar rechts. Anna’s spectaculaire slotaria ‘Coppia iniqua’ begeleidt deze zwarte koningin. Er gaat een vreemde aantrekkingskracht vanuit. En voor ‘Le nozze di Figaro’ zien we een rond Cherubino-poppetje, die zich gek en opgewonden van de rondschietende liefdeshormonen van de ene laag kleding na de andere ontdoet: ‘Non so più cosa son, cosa faccio’ (Ik weet niet meer wat ik ben, wat ik doe). Het ziet er ontzettend grappig uit.

“Dit is echt nieuw”, vertelt een trotse De Lint. “De filmpjes zijn gemaakt met behulp van motion-capturetechnologie. In de brochure staan stills van de filmpjes die je met een QR-code kunt activeren, zodat je ze op je telefoon kunt bekijken. We wilden per se iets anders om onze opera’s te presenteren, iets speels en vrolijks, van deze tijd vooral. De filmpjes zijn abstract, maar brengen in die korte tijd toch iets van de emotie van de opera over.”

Het eerste seizoen van Sophie de Lint

Boito: ‘Mefistofele’ | Saariaho: ­‘Innocence’ | Evers: ‘Kriebel’ | ­Mozart: ‘Le nozze di ­Figaro’ | Verdi: ‘Aida’ | Barry: ‘Alice’s ­Adventures Under Ground’ | Händel: ‘Agrippina’ | Wagner: ‘Der fliegende ­Holländer’ | Evers: ‘Goud!’ | Stravinsky/ Moussa: ‘Oedipus Rex’ / From ‘Antigone’ | Schubert/Gounod/Deane, e.a.: ‘Club Faust’ | Van der Aa: ‘Upload’ | Léhar: ‘Die lustige Witwe’ | Donizetti: ‘Anna Bolena’ | Berlioz: ‘La damnation de Faust’

Vrouwen in de opera

Een vrouw als directeur van DNO, dat is nooit eerder voorgekomen. Maar internationaal, en zeker bij de belangrijkste operahuizen in Parijs, Milaan, Berlijn, Londen, München en New York, hebben nog altijd mannen het voor het zeggen.

De Lint: “Het is waar, al heb ik in Europa wel een vijftal vrouwelijke collega’s. Naast onze koordirigent Ching-Lien Wu, die al een paar jaar bij ons is, komen er voor het eerst vrouwelijke dirigenten in de orkestbak te staan. Joana Mallwitz, een groot talent uit Duitsland, gaat Wagners ‘Der fliegende Holländer’ dirigeren. En Susanna Mälkki debuteert hier als dirigent met de nieuwe opera ‘Innocence’ van haar vrouwelijke landgenoten Kaija Saariaho en Sofi Oksanen. Debuterende vrouwelijke regisseurs zijn Tatjana Gürbaca, die haar visie op Boito’s ‘Mefistofele’ loslaat, en Jetske Mijnssen, die voor ons de komende drie seizoenen de Tudor-trilogie van Donizetti gaat ensceneren. Ze begint met Anna Bolena.

“Ik heb de behoefte om close te zijn met de artiesten met wie ik samenwerk. De opera is wat mij betreft een familiebedrijf, waarin continuïteit heel belangrijk is. Ik omring mij met artiesten die ik goed ken van eerdere posities en wil introduceren aan het Nederlandse publiek. Een familie van artiesten. Er stroomt wat dat betreft echt impresariobloed door mijn aderen. Ik reis veel om nieuwe kunstenaars te ontdekken: zangers, dirigenten, regisseurs, decorontwerpers. En die dan in nieuwe combinaties samenbrengen. Ik word echt gedreven door die impresariokant van het intendant-zijn.

“De eindverantwoordelijkheid voor het gezelschap ligt bij mij. Dat is het grote verschil met de banen die ik hiervoor had. Iemand die het kan weten, drukte me op het hart om die eindverantwoordelijkheid vooral niet te onderschatten. Die opmerking bezorgde me wel wat slapeloze nachten. Toch is het belangrijk voor mij om te blijven reizen, nieuwe artiesten te ontdekken en samen te brengen. Dat was en is mijn allergrootste passie, die wil ik niet verliezen. Met een groot netwerk, kun je onverwachte dingen voor elkaar krijgen. Ik zal daar in deze baan tijd voor moeten vrijmaken. En ik denk dat het lukt, omdat ik zo’n geweldig team om me heen heb.”

Een rave-opera voor onze tijd

Familie om je heen verzamelen dus. Jetske Mijnssen is daar een uitstekend voorbeeld van. De Lint kent en volgt de Nederlandse regisseur al jaren, ging kijken naar haar ensceneringen. “In Zürich heb ik haar kansen gegeven, die ze heel voortvarend heeft opgepakt. Haar ensceneringen daar waren erg succesvol. Zo iemand wil ik erbij houden, en ik wilde haar graag een cyclus aanbieden. Met de Donizetti-trilogie presenteren we meteen drie belangrijke belcanto-titels in ons huis. Het is een uitdaging om ze relevant voor onze tijd te regisseren, maar ik heb het volste vertrouwen in Jetske, zeker in het teamwork met de zangers en de dirigent, belcanto-specialist Enrique Mazzola.

“Ik heb lang nagedacht over hoe ik wilde beginnen. Met welke opera ik mijn eerste seizoen wilde openen. Het is Boito’s ‘Mefistofele’ geworden, vooral omdat ons huis hiermee zijn sterke kant kan tonen. Ons koor kan erin schitteren, en het is een uitdaging voor onze voortreffelijke ateliers. Als tiener was ik geobsedeerd door de overweldigende proloog van deze opera. Ik luisterde er heel vaak naar, het liefst met de volumeknop op de hoogste stand. Heerlijk. Ik hoopte op een gelegenheid om deze opera ooit te kunnen programmeren, en nu diende die zich aan. Zeker toen de nieuwe intendant van de Parijse Opéra, Alexander Neef, de enscenering met ons wilde coproduceren. Het is een titel met raakvlakken naar Verdi en naar Wagner en hij stond op het wenslijstje van regisseur Gürbaca. Dirigent Marco Armiliato gaat er hier zijn debuut mee maken. Het is wonderlijk, maar Italiaanse dirigenten zeggen altijd meteen ja tegen Mefistofele, het staat hoog op hun verlanglijst.

“En we sluiten het seizoen af met een andere grote kooropera, ‘La damnation de Faust’ van Berlioz. Dat doen we met het Concertgebouworkest in de bak, geleid door Berlioz-specialist François-Xavier Roth. De veelgevraagde ­regisseur Calixto Bieito zal hiermee zijn debuut maken in Amsterdam. Goethe’s ‘Faust’ loopt als een rode draad door ons seizoen. Tussen die twee grote producties in maken we samen met onze Opera Studio en Silbersee ‘Club Faust’, een rave-opera. Een soort ‘Walpurgisnacht-rave-opera’ voor onze tijd. Voor het eerst werken we samen met het DeLaMar-theater. We gaan dus de stad in. Samenwerken, ook internationaal, levert veel op. Niet dat het er altijd per se goedkoper van wordt, maar de inspiratie over en weer kan veel opleveren. De reis ernaartoe is daarbij even belangrijk als het uiteindelijke resultaat.

“In Zürich werkten het ballet en de opera vaak samen in producties. Dansers en zangers kunnen elkaar enorm inspireren. Hun emotionele ontmoeting op de bühne bleek een groot effect op de toeschouwers te hebben. Dat gaan we hier ook proberen met Stravinsky’s ‘Oedipus Rex’. Samy Moussa componeerde met ‘From Antigone’ een antwoord op Stravinsky’s partituur, waarin hij het mannenkoor van Stravinsky vervangt door een vrouwenkoor. Dit wordt een echte artistieke ­coproductie met Het Nationale Ballet. Choreograaf Wayne McGregor zal regisseren.”

Ajax-Feyenoord

Deze twee laatste producties zijn onderdeel van het Opera Forward Festival (OFF). De Lint draagt dat door Audi bedachte festival over de toekomst van opera een warm hart toe. Het was zelfs een van de voornaamste redenen om naar Amsterdam te komen. “Het is een briljant idee om dit jaarlijks in maart te organiseren en hier gaan we zeker mee door. OFF is een sleutelmoment in het seizoen om de grenzen van het operagenre te verkennen, ook door middel van nieuwe composities. Dialogen creëren tussen een nieuwe generatie talenten en gevestigde namen. Het publiek hier staat er open voor. Amsterdam kent een kritisch publiek, maar het is kritisch op een goede manier. Dat komt misschien omdat er hier in Nederland niet een eeuwenlange operatraditie is. In operahuizen met een lange traditie gaan liefhebbers vaak vergelijken met wat er vroeger was, en als dat dan niet aan hun verwachtingen voldoet, pruimen ze het niet. Hier is dat gelukkig niet zo. Je merkt het ook aan de zangers – die willen hier graag terugkomen.

“Ik voel me inmiddels goed geaard in Amsterdam, mede omdat ik een lekker huis heb gevonden, niet ver van het werk. Laatst nam iemand me mee naar een voetbalwedstrijd: Ajax-Feyenoord. In het vak waar we zaten was ik als Rotterdamse waarschijnlijk de enige Feyenoord-aanhanger. Ik hield me stil. Het spel zelf deed me niet zoveel, maar die buzz van ruim 50.000 mensen in het stadion vond ik fascinerend. Het is dezelfde collectieve ervaring die je in de opera kunt hebben. In onze supersnelle maatschappij kun je jezelf in de opera drie, vier uur afsluiten, met gelijkgezinden veilig samenzijn. Je voelt je na afloop beter, de ervaring maakt je emotioneel zoveel rijker.

“Ja, ik ben erg optimistisch over de toekomst van de opera en de noodzaak ervan.”

Lees ook:

Het Pierre Audi-tijdperk is na dertig jaar nu echt voorbij

Eigenlijk moet je geen recensie met sterren willen schrijven over een afscheidsgala voor iemand die dertig jaar lang zijn stempel op het culturele leven in Nederland heeft gedrukt.

Pierre Audi: ‘Mijn hart blijft hier, in Amsterdam’

Het succes van DNO is een collectief succes. Je kunt rustig zeggen dat ik hier in Amsterdam mijn familie gevonden heb.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden