Column

Soms is het jammer dat we zoveel weten van schrijvers

Beeld Maartje Geels

Het was als met sommige diepzeedieren, tot een kwart eeuw geleden wisten we van het leven van schrijvers eigenlijk weinig af. 

Je zag er wel eens een glimp van op de achterflap van hun boeken, dat W.F. Hermans een paard te eten gaf, dat Vestdijk rookte, de omvang van het geslacht van Wolkers, maar daar bleef het bij. Het hoorde ook niet, het ging immers om hun werk, niet om hun leven. Je voelde de adem van de geleerden in je nek die zeiden dat je in de literatuur naar de tekst moet kijken en niet naar de maker. Door loslippigheid van Simon Vinkenoog kwamen we erachter dat de dichter Achterberg iemand vermoord had, maar in zijn teksten mocht je die kennis eigenlijk niet teruglezen.

Aan het eind van de vorige eeuw kwam daar verandering in. Overal bloeide human interest, die nieuwe bloem op het oude veld, schrijvers werden geïnterviewd, verschenen plots in talkshows op tv. En de biografie, tot dan toe een volstrekt ondergewaardeerd genre, begon aan een inhaalslag, zelfs achterstallige schrijvers van voor de oorlog, zoals Marsman, ter Braak, Slauerhoff kregen ineens een huiselijk bestaan, minnaressen, je zag ze als het ware de vuilnis buiten zetten.

In 2004 werd onze nieuwsgierigheid beloond met het Biografie Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voortaan mocht het ook van de wetenschap. Inmiddels verschijnt de ene biografie na de ander, Wolkers, Verweij, Van Lennep, ik heb nog geen tijd gehad om ze in de kast te zetten. Soms is het jammer dat we zoveel weten van schrijvers. Niet omdat ik er niet tegen kan dat het gewone mensen waren maar de buitenwacht schrikt er kennelijk van op. Dat Jan Hanlo gecastreerd was vanwege zijn pedofilie, dat Du Perron, de musketier, een kleinzielig jaloers mannetje was, dat Vestdijk zijn zaad op het tapijt van Henriëtte van Eijk morste. Tjonge wat een last als je daarna nog 'De koperen tuin' of 'Het land van herkomst' moest lezen.

En dan nu Lucebert: fout geweest in zijn jeugd. Fout! Erger kan het niet in Nederland. Als we het geweten hadden, zouden we hem direct literair hebben kaalgeschoren en hebben gedetineerd. Maar we wisten het niet, nou ja een beetje, er was iets met hem in de oorlog, zoveel wist ik er wel van. Maar wat? Ach weet je, Aantjes, Weinreb, Günther Grass. Maar nu weten we het: hij ging vrijwillig in Duitsland werken, liep een tijdje weg met de nazis. Ik snap dat de schrijver van 'Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia' daar later niet over wilde praten. Hij stierf nog voor we wat opener over de oorlog (en de VOC en de politionele acties) werden. Twee overheersende reacties: geschoktheid en het gevoel dat zijn duistere verleden zijn poëzie juist de goeie kant opgestuurd heeft. Van beide heb ik geen last. Je weet nu eenmaal niet, hoeveel biografieën ze ook schrijven, wat er allemaal in het hoofd van een schrijver omgaat anders dan wat hij ervan heeft opgeschreven.

Goed, fout, antisemiet, filosemiet, lebensbejahend, achterdochtig, het heeft allemaal grote literatuur opgeleverd alsmede rotzooi, prutswerk. Soms zou je die oude tijden terugwensen, toen schrijverslevens er nog niet toe deden.

Lees hier de recensie van de biografie van Lucebert.

Lees hier meer columns van Rob Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden