Review

'Soms deugden veldwachters niet'

Albert L. Kort (1955) is leraar geschiedenis.

’Vijftien jaar geleden ben ik begonnen met een promotieonderzoek naar armoede en armenzorg op Zuid-Beveland. Toen ben ik voor het eerst de figuur van de veldwachter tegengekomen: niet alleen als controleur, maar ook als armenbestuurder die het gedrag van bedeelde mensen in de gaten moest houden. Hij werd ook ingeschakeld bij de uitbesteding van weeskinderen. Ik ontdekte dat de veldwachter een sleutelfiguur in de samenleving was, die ontzettend goed op de hoogte moet zijn geweest van de dagelijks gang van zaken in een dorp, hij kwam met van alles in aanraking.

Het is ook een interessant figuur omdat de veldwachter een van de weinige, gewone mensen in de geschiedenis is geweest die schriftelijke sporen heeft nagelaten: via z’n sollicitatie, via een brief waarin hij protesteerde tegen z’n voorgenomen ontslag, er is soms zelfs een autobiografie bewaard gebleven zodat we ook de denk- en ervaringswereld van de veldwachter kennen. Ik kwam tot de conclusie dat de man een apart boek waard was.

Over het algemeen genomen was het een gewone man van tussen de 25 en 40 jaar, die moest kunnen lezen en schrijven, vaak een oud-militair, die toch wel trots was op zijn functie. Hij was de enige in het dorp die – gewapend met een soort sabel – de orde moest proberen te handhaven. Hij straalde gezag uit, hij was de persoonlijke dienstknecht van de burgemeester, die hem trouwens ook vaak als voetveeg gebruikte. In die zin was hij ook wel een beklagenswaardig figuur.

Het ging ook ontzettend vaak mis. In mijn boek staan talloze voorbeelden van veldwachters die voor geen centimeter deugden, dat maakt het wel smeuïg, ja. Er zijn wel een paar verklaringen voor dat niet-functioneren aan te wijzen. Ze moesten een enorm werkterrein bestrijken, zonder fiets of wat dan ook. Ik noem het voorbeeld van Wissenkerke op Noord-Beveland, een gemeente van vierduizend hectare met zegge en schrijve één veldwachter.

Ze werden bovendien buitengewoon slecht betaald, in 1850 nog geen tweehonderd gulden per jaar, dat was minder dan wat een landarbeider verdiende. Om in leven te blijven moesten ze hun toch al enorme takenpakket uitbreiden met allerlei nevenwerkzaamheden waardoor hun functioneren als veldwachter natuurlijk in het gedrang kwam. Legio zijn de voorbeelden van veldwachters die aan lager wal raakten, aan de drank, of die zelfs tot misdaad vervielen.

Zes jaar geleden ben ik met het onderzoek begonnen, naast m’n beroep: ik ben leraar geschiedenis aan een middelbare school. Het was ontzettend leuk werk, een van de leukste dingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. In de klas ben je een doorgeefluik van wat andere mensen geschreven hebben over een onderwerp. Hier zat ik met de neus zélf op bronnen. Het was wel arbeidsintensief. Er is nergens een centraal archief van veldwachters, je moet alle gemeentelijke archieven af en dat van de commissaris van de koningin. Het was monnikenwerk, maar wel monnikenwerk van het leuke soort. Om praktische redenen moest ik me beperken tot de veldwachter in Zeeland, maar mijn bevindingen zijn ook illustratief voor de provincies buiten de randstad, want het gaat natuurlijk wel over het platteland.

Ik schrijf liever geschiedenis over mensen dan over gebouwen. Het is veel petit histoire: dorpsintriges, roddels, gestoorde familieverhoudingen, maar het zijn wel de krachten die in die tijd de geschiedenis bepaalden. Mensen hadden vroeger een beperkte horizon, die beperkte zich in de regel tot de kerktoren van het eigen dorp. In die smalle wereld speelde de veldwachter een centrale rol.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden