Review

Soekarno, het mysterie van 'gevaarlijk leven'

In 1999 verscheen het eerste deel van een groots opgezette biografie over de eerste president van Indonesië, Soekarno, geschreven door Lambert Giebels, politicoloog, en veelgeprezen biograaf van Beel. De titel luidde 'Soekarno, Nederlandsch onderdaan. Een biografie 1901-1950'. Onlangs verscheen Deel II -met 565 pagina's net iets dikker dan het eerste deel- met opnieuw de wat nadrukkelijke ondertitel 'Een biografie 1950-1970'. Het dekt de periode waarin Soekarno Indonesië bestuurde, de neergang en val, tot Soekarno's dood in 1970.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Op die aanduiding 'biografie' (dus 'levensbeschrijving') valt nogal wat af te dingen. Giebels zegt het zelf in zijn inleiding al, het levensverhaal van Soekarno is 'tegelijkertijd het verhaal van het ontstaan en de opkomst van Indonesië'. Door Giebels' grote aandacht voor de politieke geschiedenis is het vooral een levensbeschrijving geworden van Indonesië.

Allerlei grote gebeurtenissen, die belangrijk zijn geweest voor de jonge natie, worden in extenso uit de doeken gedaan: de Bandung-conferentie, de kwestie-Nieuw-Guinea, de invoering van de geleide democratie, de confrontatiepolitiek jegens Maleisië en de flirt met de Chinese Volksrepubliek. Maar wat nu meer bepaald de persoonlijke drijfveren waren voor die op confrontatie gerichte politieke keuzes, wordt maar heel summier verklaard. Wat dreef de man om alles ondergeschikt te maken aan de slogan Vivere pericoloso ('Gevaarlijk leven')? Het wordt door de auteur nauwelijks behandeld.

Een voorbeeld van deze manier van presenteren: Giebels toont heel duidelijk aan dat generaal Nasution en Ruslan Abdulgani van grote invloed zijn geweest op Soekarno's wijze van regeren -ik las het nergens beter. Maar de vraag waarom hij deze uitgesproken 'tegensprekers' wél accepteerde, en vele andere, óók integere, politici niet, wordt niet gesteld. De verklaring zou toch iets kunnen leren over Soekarno's denkwijze en karakter?

Pas aan het einde van het boek, in de epiloog (als het hele verhaal al is verteld) zoekt de auteur een karakterologische verklaring voor het, wat hij noemt, 'ondoorgrondelijke gedrag' van zijn hoofdpersoon. Om overigens na drie bladzijden weer verder te gaan met zijn vooral essayerende historische visie. De man achter die uitzonderlijke daden leren wij nauwelijks kennen en daar gaat het bij biografieën toch vooral om? Over bijvoorbeeld Churchill, die in de eigengereidheid en de kunst van het 'gevaarlijk leven' ook zijn sporen heeft verdiend, zijn toch een paar goede biografieën verschenen.

Na het verschijnen van het eerste deel spraken een aantal critici al over de veelheid aan spel- en zetfouten in het boek. Je zou denken dat een uitgever zich zoiets geen tweede keer laat zeggen. Maar ook nu is het weer raak. Nu kun je zulke fouten nog op het conto van haastwerk schrijven, maar een aantal slordigheden in historische zin is veel ernstiger: Zo noemt de biograaf de politicus Chaerul Saleh een Batak. Dit is onjuist, hij is weliswaar Sumatraan, maar een Minang-kabauer. Hij behoorde tot de groep West-Sumatranen rond Soekarno (Hatta, Sjarir, Yassin) die veel heeft betekend in de onafhankelijkheidsstrijd, en als groep een bijzondere plaats inneemt in de geschiedenis, en waarvan de leden dus correct horen te worden benoemd.

Veel erger is de bijdrage over het motor-torpedoboot-incident op 15 januari 1962 bij Nieuw-Guinea. Giebels schrijft dat de boot, die door de Nederlandse marine tot zinken werd gebracht de 'Hariman' was. Moet zijn: 'Harimau' (tijger), want hariman bestaat in het Indonesisch niet. Bovendien, en dat is veel kwalijker, werd niet de 'Harimau', met aan boord commodore Sudarso, tot zinken gebracht, maar een andere motor-torpedoboot, de 'Macan Tutul'. Onder de naam 'het Matjan Toetoel-incident' werd er destijds door de internationale persbureaus over bericht. Hier spreekt een slordigheid die je te denken geeft over de rest van de berichtgeving over een aantal historische belangrijke evenementen.

Jammer, jammer, want Giebels heeft wel degelijk goed greep gekregen op de gecompliceerde en dramatische geschiedenis van de Republiek Indonesië. Hij ordent en interpreteert goed, en weet hoofd- en bijzaken deugdelijk gescheiden te houden. Hij heeft ook nog eens een vaardige en boeiende verteltrant, waardoor de twee omvangrijke delen vlot weglezen. Het beeld van Soekarno dat hij weet op te roepen, imponeert zeker, al blijft hij op het persoonlijke vlak een wat schimmig megalomaan heer.

Maar is Soekarno hiermee recht gedaan? Ik blijf het me afvragen. Oud-generaal Soeharto heeft in zijn eigen autobiografie een ethisch aandoend motief gevonden voor Soekarno's handel en wandel. Hij voert de volgende Javaanse spreuk op: ,,Mikil dhuwur, mendhem jero' - ,,Hou zijn verdiensten hoog en begraaf zijn tekortkomingen.' Laat ik deze hoffelijke Javaanse spreuk maar in gedachte houden ten aanzien van Deel II van de Soekarno-biografie van Lambert Giebels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden