Societyschilder, zakenvrouw én feministe/Wilhelmina vond portret schandelijk duur

Je kan er in het trappenhuis van paleis Soestdijk niet omheen. Meer dan levensgroot zijn koningin Wilhelmina, prins Hendrik en de toen vijfjarige prinses Juliana in 1914 door de kunstenares Thérèse van Duyl-Schwartze geschilderd.

FRED LAMMERS

Het koninklijk gezin stak zich voor die gelegenheid in zeventiende eeuwse kostuums, afgekeken van portretten van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Louise Henriëtte, het dochtertje van het stadhouderlijk paar, stond model voor Juliana. Het was lang poseren in een zomer waarover koningin Wilhelmina aan haar moeder Emma meldde dat ze smolt van de hitte.

Thérèse Schwartze maakte werk van haar koninklijke opdracht. Ze was er een jaar mee doende. Daar hing dan ook het vorstelijke prijskaartje van twintigduizend gulden aan. 'Een reuzensom', oordeelde de koningin toen ze de rekening gepresenteerd kreeg. Haar secretaris, baron Van Geen, gaf er blijk van dat de tegenvallende nota ten paleize voor enige opschudding zorgde. In de marge van de rekening schreef hij 'schandelijk duur'.

Maar mevrouw Schwartze wist wat ze waard was. Haar naam als society portrettiste was al lang gevestigd en daar liet zij zich naar betalen.

Dat ze al in de jaren tachtig van de vorige eeuw door het hof werd binnengehaald, droeg niet weinig bij aan haar succes. Zij schilderde, na door de toenmalige Amsterdamse burgemeester Gijsbert van Tienhoven bij de Oranjes te zijn geïntroduceerd, in 1881 al de jonge koningin Emma met de eenjarige Wilhelmina. In 1897 begon zij aan het veel geroemde inhuldigingsportret van Wilhelmina. Daartoe kleedde, heel curieus, Wilhelmina zich op 18 februari 1897, ruim anderhalf jaar voor haar inhuldiging, al in haar inhuldigingsgewaad voor het maken van foto's die Thérèse Schwartze gebruikte bij het schilderen.

Deze maand tachtig jaar geleden overleed de schilderes. Op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam is nog het ietwat griezelige grafmonument te zien. Het werd door haar jongere zuster Georgine vervaardigd aan de hand van het dodenmasker van Thérèse.

In de Agnietenkapel van het Universiteitsmuseum in Amsterdam is tot half februari een bescheiden tentoonstelling aan Thérèse Schwartze gewijd. Dit om het verschijnen van een boek over haar leven en werk reliëf te geven.

Dat boek, 'Thérèse Schwartze, een vorstelijk portrettiste', is het resultaat van een jarenlange studie door Cora Hollema, zakelijk leider van een bedrijvencentrum en Pieternel Kouwenhoven, kandidaat notaris in Rotterdam.

Voor Pieternel Kouwenhoven begon dat toen zij in 1989 als afstudeerproject van haar toenmalige studie kunstgeschiedenis Schwartze als onderwerp koos. Ongeveer gelijktijdig organiseerde Cora Hollema in het Zeister Slot een overzichtsexpositie van Schwartze. De twee vrouwen vonden elkaar in deze gemeenschappelijke interesse.

Bij Cora is het vooral haar belangstelling voor vrouwen in de kunst die haar in deze richting heeft gedreven. “Ik ben ook afgestudeerd op een schilderende vrouw, de op Vlieland levende en werkende zeeschilderes Betsy Akersloot-Berg. Bij het voorbereiden van die tentoonstelling in Zeist kwam ik met Pieternel in contact, die heel veel materiaal over Thérèse had verzameld. Zij heeft mij toen als stagiaire geholpen bij die expositie”.

Een eeuw geleden, bij het aantreden van koningin Wilhelmina, werd in Den Haag de Nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid gehouden. Het door Thérèse Schwartze geschilderde inhuldigingsportret nam daar een centrale plaats in op de afdeling 'beste kunstenaresen'. Een vrouw op de hoogste post die Nederland kent en een schilderes die veel mannelijke collega's overtrof, waren prachtige voorbeelden om duidelijk te maken dat vrouwen niet langer als tweederangsburgers behandeld wilden worden.

Cora Hollema: “Thérèse Schwartze was een feministe pur sang, al liet zij zich daar vanwege zakelijke overwegingen niet op voorstaan. Zij was een zakenvrouw, iets dat in die tijd ook ongebruikelijk was”.

Je kunt zeggen dat Thérèse Schwartze, hoewel haar naam nog regelmatig opduikt in verband met haar vorstelijke portretten, een vergeten figuur is geworden. Pieternel: “Het grootste deel van haar werk is particulier bezit. Aan de hand van catalogi en het opdrachtenboek, dat de moeder van Thérèse jarenlang nauwgezet bijhield, hebben we achterhaald dat ze zo'n duizend portretten heeft gemaakt. Zowel in olieverf als in pastel, daarin was zij heel bedreven. We hebben er 370 kunnen traceren. Telkens duiken er nog nieuwe, ons onbekende portretten op. Dat is altijd weer spannend. Mensen die iets van Thérèse hebben, kunnen ons geen groter plezier doen dan dit te melden”.

Thérèse Schwartze woonde aan de Prinsengracht 1085. Naarmate haar welstand toenam, zij overleed als miljonaire, kocht zij ook de twee aangrenzende panden aan. Haar atelier is daar nog steeds te vinden, dankzij de inzet van de huidige bewoner, de musicus Jaap Spigt.

Hollema en Kouwenhoven willen actie gaan ondernemen om dat atelier voor de toekomst veilig te stellen. Cora Hollema: “Het zou zich prachtig lenen om er een Thérèse Schwarzte museum in te richten”.

Schwartze was duidelijk het kind van haar minder bekende schilderende vader. Johan George leerde haar schilderen. Toen Thérèse zes jaar was, nam haar vader haar al mee naar het Amsterdamse Trippenhuis waar zij zag hoe haar vader in opdracht een portret van De Ruyter kopiëerde. Als jong meisje hielp zij haar vader met het uitvoeren van portretopdrachten en droeg daarmee achter de schermen bij aan zijn succes.

Thérèse Schwartze trouwde in 1906 met Anton van Duyl, de vroegere hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, de krant die haar altijd lovend recenseerde. Cora Hollema: “De twee onderhielden toen al dertig jaar een liefdesrelatie. Getrouwd werd er pas toen de vrouw van Van Duyl was overleden. Toen Van Duyl zelf in de zomer van 1918 overleed had het leven voor Thérèse geen zin meer. Zij liet iedereen die het maar wilde horen weten 'geen doel meer hier beneden te hebben'. Zij overleed, 67 jaar oud, op 23 december 1918. Haar uitvaart op Tweede Kerstdag 1918 had iets weg van een vorstelijke begrafenis. De belangstellenden stonden rijen dik langs de Amsterdamse grachten waar de lijkstoet passeerde”.

Pieternel Kouwenhoven: “Haar hele leven heeft Thérèse Schwartze zich gekoesterd in het succes hoewel zij op het laatst steeds meer concurrentie ging ondervinden van society-fotografen die ook prachtige portretten leverden”.

Er kwam ook, zij het voorzichtig, kritiek op haar als ouderwets betitelde aanpak. Daar trok zij zich ogenschijnlijk niet veel van aan. In 1904 verscheen in het satirisch weekblad 'De ware Jacob' al een vernietigende karikatuur met erbij een gedicht waarin haar werkwijze werd bespot:

'Trees is 'n groote schilderes/

en telt als portrettist voor zes!/ Zij schildert voor een mooien duit,/ Den een of and'ren ijdeltuit./ Het is haar alles om het even,/ Als ze maar fraaie lapjes geven.'

Aan alle wensen van haar klanten werd voldaan. Toen zij in 1910 prinses Juliana moest schilderen liet de bezorgde koningin Wilhelmina via haar secretaris baron Van Geen weten dat er direct in olieverf moest worden gewerkt. Het stof, afkomstig van voorstudies in krijt, mocht het prinsesje niet inademen. Pieternel Kouwenhoven: “Thérèse was een schilderes die de werkelijkheid mooier maakte. Wilhelmina kreeg bijvoorbeeld een dunnere taille, iets dat zij wel kon waarderen”.

Achter de schermen nam Thérèse geen blad voor de mond. Werkend aan een portretopdracht in Duitsland luchtte zij haar hart over haar opdrachtgeefster als volgt: “Het oude wijf is bijna gereed, dat wil zeggen haar infame kop”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden