Review

Socialist worstelt met milieu

Bjorn Engholm, Vom offentlichen Gebrauch der Vernunft, Claassen Verlag GmbH Dusseldorf.

JAN WOUT VRIEZE

Doch hoezeer dergelijke boeken ook een sterk public-relations-karakter hebben, ze verraden toch vaak meer dan louter hoe een politicus wil overkomen. Zo ook het boek van de minister-president van Sleeswijk-Holstein en SPD-partijvoorzitter Engholm. Zijn 'Vom offentlichen Gebrauch der Vernunft' wordt in Duitsland met des te meer aandacht gelezen, daar Engholm zo niet als kleurloos, dan toch als weinig geprofileerd geldt. Zeker wanneer men hem vergelijkt met ex-kanselierskandidaat Oskar Lafontaine. Laatstgenoemde was met zijn radicale ideeen en zijn vaak nog veel radicalere uitspraken de schrik van conservatief Duitsland. Maar wie is, zo vraagt men zich ook een jaar na zijn verkiezing tot partijvoorzitter af, eigenlijk Bjorn Engholm.

Hij schrijft dat hij in zijn boek zijn ervaringen wil verwerken uit de 21 jaar dat hij beroepspoliticus was. Hij werd geboren in 1939 in de Noordduitse Hanzestad Lubeck en kwam in 1969 voor de SPD in de Westduitse Bondsdag. In '77 werd hij staatssecretaris en in '81 minister van onderwijs. Na de val van de regering-Schmidt keerde hij terug naar Sleeswijk-Holstein, om daar oppositieleider te worden. Na twee mislukte aanlopen werd hij daar in 1988 minister-president.

In het eerste deel van zijn boek gaat Bjorn Engholm in op de toestand en de toekomst van de representatieve democratie, waarbij hij ruime aandacht besteedt aan het verschijnsel politiek schandaal. Geen wonder, daar Engholm een van de bekendste schandalen uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek, de zogeheten Barschel-affaire, van nabij heeft meegemaakt. Zonder de louche spionage-praktijken van zijn voorganger als premier zou Engholm het nu waarschijnlijk niet zo ver gebracht hebben.

Aansluitend aan het fenomeen 'politiek schandaal' gaat Engholm in op de rol van de media, die hij ziet als een alternatieve volksvertegenwoordiging. Helaas, aldus Engholm, schieten de media daarbij meer en meer te kort. Hij hekelt met name de in de media veel geuite kritiek op 'partijpolitieke ruzies'. Zijn politieke meningsverschillen niet de essentie van de democratie? Impliceert een dergelijke kritiek niet de roep om een sterke man, vraagt Engholm zich af.

Veel bedreigender is echter in Engholms ogen de rol van het tv-journaal. Allereerst leidt de anderhalve minuut zendtijd per item tot een gevaarlijke versimpeling. Kom ik goed over, is tegenwoordig belangrijker dan de vraag of de argumentatie steekhoudend is. Bovendien brengt de behoefte aan mooie plaatjes 'symbolische politiek' met zich mee. Het tv-journaal brengt pseudo-gebeurtenissen: de ene minister streelt zeehondjes en zwemt over de Rijn, een ander plakt voor de camera affiches over de hervormingen in de gezondheidszorg en een derde gaat op een tank zitten, om over het nut van vliegshows te orakelen. "En zelf buigt men zich, de storm in de rug vervloekend, over de gaten in dijk bij Dagebull, omdat de fotograaf dat motief zo aardig vindt" , schrijft de Sleeswijk-Holsteinse premier niet zonder zelfkritiek.

Engholm realiseert zich terdege, dat de politici het spel meespelen. Ook wanneer het om de verloedering van het taalgebruik gaat. Dat is in Duitsland een gevoelig thema, vooral wegens de ervaringen met het nazi-Duits. (Het bekendste voorbeeld is het begrip 'Endlosung' voor de moord op zes miljoen joden.) Engholm hoort om zich heen holle leuzen en een overvloed aan persoonlijke aanvallen. Typerend voor het manipuleren met de taal is een uitspraak van de Saksische premier Biedenkopf uit de tijd van de sociaal-liberale coalitie; de CDU moest, aldus haar toenmalige secretaris-generaal, proberen de sleutelbegrippen van haar tegenstander te 'bezetten' en zo de regering 'sprakeloos' maken.

Ronde Tafel

Meer inhoudelijk ziet de premier van Sleeswijk-Holstein als grootste probleem van de representatieve democratie dat steeds meer van de politiek verlangd wordt, terwijl diezelfde politiek juist tot minder in staat is. De politiek neigt er ook zelf toe zich alles toe te eigenen. Vervolgens kan ze de gedane beloftes niet waarmaken, verliest daardoor vertrouwen en sturingsvermogen. De problemen zijn tegenwoordig, zoals dat in een van Engholms vele spreuken heet, 'komplex, global und langfristig'. De politiek daarentegen is, 'einfach, regionalistisch und kurzatmig'. Het voorbeeld dat Engholm hier aanvoert, is het broeikaseffect. Hoe complex en wereldomvattend dat probleem ook is, de politiek houdt zich nog steeds voornamelijk met symptoombestrijding bezig.

Engholm ziet de uitweg uit de crisis vooral in een andere stijl van regeren. Hier spreekt duidelijk de sociaal-democratische premier die de verantwoordelijkheid heeft overgenomen in een land, dat 38 jaar door de CDU is geregeerd. Openheid, cooperatie, consensus en doorzichtigheid zijn de trefwoorden van een ideaal, dat door de Zweedse praktijk is geinspirerd. "Zoveel mogelijk acteurs zo vroeg mogelijk erbij betrekken, zodat maatregelen op elkaar worden afgestemd en zoveel mogelijk in overeenstemming met de betrokkenen worden ontwikkeld, uitgevoerd en ten slotte ook steeds weer bekritiseerd en verbeterd worden" . Nodig is volgens Engholm een Ronde Tafel, waaraan politiek, bedrijfsleven, vakbonden, maatschappelijke organisaties en wetenschappers hun plaats hebben.

In Nederland waar ondertussen de grenzen van de inspraak duidelijk zijn geworden en waar eerder het te veel aan consensus een politiek probleem dreigt te worden, klinken dergelijke ideeen wellicht achterhaald, maar in de gepolariseerde Duitse politiek zijn het geen overbodige vernieuwingen. Dat Engholm dit streven naar consensus werkelijk in de praktijk probeert te brengen, bewijzen zijn grote populariteit en de toenemende kritiek binnen de Sleeswijk-Holsteinse SPD.

Engholm riep na de machtswisseling in 1988 een onafhankelijke denktank in het leven, zocht het gesprek met de oppositie en had weinig haast met het inlossen van verkiezingsbeloften als onderwijshervorming en het afscheid van de kernenergie. Wel kreeg Sleeswijk-Holstein een nieuwe grondwet, die de burger meer inspraakrechten verleende en het openbaar bestuur democratiseerde. Doch de belangrijkste verandering na '88 was toch wel die qua stijl. Dat laatste kwam onlangs tijdens de verkiezingscampagne in Sleeswijk-Holstein duidelijk naar voren. Toen Engholms belangrijkste opponent CDU-lijsttrekker Ottfried Hennig als Bonner staatssecretaris van defensie door de levering van Oostduits oorlogsmaterieel aan Turkije in het gedrang kwam, weigerde Engholm daar politiek munt uit te slaan: hij verbood zelfs SPD-pamfletten, die het aftreden van Hennig eisten! De kiezers beloonden de SPD vier jaar na het Barschelschandaal dan ook met een nieuwe absolute meerderheid.

Open vragen

Het afscheid van de idee van de maakbare samenleving en het propageren van een nieuwe politieke stijl kan behalve in de praktijk ook in het tweede deel van Engholms boek getoetst worden, wanneer hij ingaat op tal van maatschappelijke problemen. Centraal staat daarbij de milieuproblematiek. Met de SPD bekent ook Engholm zich tot de leus 'ecologisch, sociaal, economisch sterk'. Kwalitatieve groei is het nieuwe toverwoord.

Het is altijd spannend te lezen, hoe sociaal-democraten met hun nieuwe ecologische bewustzijn en hun herziene staatsopvatting worstelen. Een ingrijpen door de staat komt in het licht van de nieuwe problemen toch weer op de voorgrond. De staat moet 'effectief tegensturen', terwijl we toch net gelezen hadden, dat dat staatsingrijpen in het verleden vaak op niets is uitgelopen. Het socialistische bloed kruipt, waar het niet gaan kan. Groei, aldus Engholm, schept 'speelruimte', maar die groei mag alleen 'ecologisch en sociaal' zijn. Hoe ziet een dergelijke groei eruit? Is groei dan uberhaupt nog mogelijk? Evenzo onbeantwoord blijft de vraag, of groei nog nastrevenswaardig is in het licht van de bestaande overvloed en verspilling.

Zo blijven in Engholms 'Vom offentlichen Gebrauch der Vernuft' meer vragen open, ook wanneer het over binnenlandse veiligheid of stadsvernieuwing gaat. Het boek geeft het beeld van de redelijke, genuanceerde politicus, maar de argumenten - en daar ging het volgens Engholm in de politiek toch om - zijn niet altijd even overtuigend.

Hoop

Engholm blijft echter optimist en het laatste deel van zijn boek draagt dan ook de titel 'de werkelijkheid en de hoop'. Die hoop put Engholm uit de 'verlichting'. Hij beroept zich op Kant, die het onvermijdelijk achtte dat het publiek zichzelf verlicht, als men het maar de vrijheid laat, van zijn 'Vernunft in allen Stucke offentlich Gebrauch zu machen'.

Voor de 'onzeker geworden veertiger' Bondsrepubliek Duitsland ziet Engholm mogelijkheden voor een tweede jeugd. De politiek heeft een nieuwe uitdaging nodig en die ligt in de enorme problemen, die nu op de republiek afkomen. Cruciaal is daarbij volgens Bjorn Engholm de moed tot consensus: materialisten en post-materialisten moeten proberen, zo heet het in Engholms (de voorzitter van een arbeiderspartij onwaardige) jargon "die unterschiedlichen und weweils fur sich begrundbaren Wertorientierungen und Zielvorstellungen in einen schopferisch-dialectischen Prozess zu einem qualitativ neuen, hoherwertigen Konsens zusammenzufuhren" .

Het citaat weerspiegelt in zekere zin de SPD-voorzitter zelf: aan de ene kant de nieuw-linkser van vroeger, het jonge parlementslid uit 1969, aan de andere kant de gematigde, ervaren bestuurder. Als zodanig kan Engholm misschien de verschillende vleugels binnen de SPD verzoenen en wellicht ook een breder kiezerspubliek aanspreken, dan de 33,5 procent die Lafonataine december 1990 achter zich wist te krijgen.

Het grootste probleem zal daarbij zijn, sociaaldemocratische kopstukken als de deelstaatpremiers Lafontaine en Schroder en de nieuwe SPD-fractievoorzitter in de Bondsdag, Klose in een team onder te brengen. In de regering van Sleeswijk-Holstein is Engholm een dergelijke teamvorming gelukt; in Bonn zal hij daaraan nog een harde dobber hebben. Het aanspreken van een breed publiek zal hem eerder lukken. Met zijn 'Vom offentlichen Gebrauch der Vernunft' heeft Engholm bewezen, zich in ieder geval wel goed te kunnen verkopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden