Beeld Trouw

ColumnGerbrand Bakker

Snoeien en lezen; ik wil maar zeggen, ik heb genoeg te doen

Er staat nog één lezing, in Metz. Op 4 april. Maar Duitsland heeft op het moment dat ik dit schrijf allerlei op slot gedaan, dus zelfs als die lezing niet geannuleerd wordt, is het misschien wel onmogelijk om er vanuit de Eifel heen te rijden. Wie weet is het tegen de tijd dat u dit leest voor ons niet eens meer mogelijk door België heen naar Amsterdam te komen. Dan zitten we hier vast, hoewel dat natuurlijk niet zo voelt, want ik (we) woon (wonen) hier en hondje Floris woont hier ook en die vindt het in de bossen en langs de beken oneindig veel fijner dan in de straten van Amsterdam. En ik heb hier veel meer te doen dan in Nederland. Het is prachtig weer, de tuin lokt. Ik metsel een nieuwe trap, ik verpoot vaste planten, ik heb van buurman Klaus zo’n snoeischaar aan een lange stang geleend, dus kan ik in mijn ogen hinderlijke takken op vier meter hoogte afknippen en eindelijk eens het dode hout uit de oeroude perenboom in de voortuin verwijderen.

Daarnaast wordt momenteel de laatste hand gelegd aan twee boeken van mij die in mei uitkomen. Dat vereist nogal wat heen-en-weer mailen. Ik ben feitelijk klaar, nu was en is het tijd voor flapteksten, aanbiedingsteksten, omslagen, de laatste puntjes op de i, promotionele plannen, voornamelijk door anderen te verrichten. Onlangs, we waren net een paar dagen in Amsterdam, bracht een Poolse bezorgjongen drie grote kartonnen dozen met boeken langs. Die hebben een tijdje in het houthok gestaan terwijl het regende, tot het moment dat buurman Klaus de kachel aan ging maken. Omdat mijn houthok goed gebouwd is, zijn de boeken niet nat geworden. Een dag na onze terugkeer zette de Poolse bezorgjongen zijn witte busje stil voor de poort en vroeg hij – met handen en voeten – of die drie dozen goed binnengekomen waren. Dat vond ik erg aardig van hem, al sputterde buurman Klaus nog wat tegen. Iedereen had die boeken kunnen stelen!

Schrijvers die schrijvers beoordelen

In de drie dozen zaten tachtig boeken. Het was de eerste zending voor de Anton Wachterprijs. Allemaal boeken van debutanten. Eerstelingen. Te beoordelen door een jury bestaande uit schrijvers (Kees ’t Hart, Marja Pruis, Joke Linders en ik) en een juryvoorzitter, Geart de Vries, een Fries.

Ik meen te begrijpen dat dat verboden is door Eus, want ja: schrijvers die schrijvers beoordelen, dan heb je te maken met kruiwagens, handen boven hoofden, onzuivere voorkeuren. Ik denk dat dat wel meevalt. Juist omdat het debutanten zijn, ken je niemand.

Hoe dan ook, wat ik maar wil zeggen is dat ik genoeg te doen heb. Ik hoef me niet te vervelen, sterker nog: steeds zie ik die enorme stapel staan en denk ik: ik moet eens gaan lezen. Het is zelfs zo dat mijn vriend meer uit de stapel gelezen heeft dan ik, en hij geeft er zijn mening ook nog over. Maar áls ik bezig ga, pak ik het zo aan: ik lees twintig bladzijden en dan weet ik genoeg. Dan gaat het boek aan de kant en krijgt het een kruisje op de lijst, of ik lees verder. ‘Maar op basis van twintig bladzijden kun je toch geen oordeel vormen?!’ zullen mensen uitroepen. Nou, riposteer ik dan, dat kan dus wel. En stel nu dat ik het helemaal verkeerd gezien heb, als de andere vier een volstrekt andere mening hebben, lees ik het boek alsnog. Dat is het voordeel van een jury. Het is een groep mensen die samen tot een oordeel komt. Het liefst in een oneven aantal, want dan pas valt er goed te stemmen.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden