Review

Snel, simpel en Amerikaans

In het google-tijdperk zijn kennis en cultuur gratis en moeiteloos beschikbaar. Vervlakt daardoor onze cultuur? Staan de barbaren aan de poort? Of zijn we zelf al cultuurmutanten geworden? De Italiaan Baricco onderzocht deze prangende vraag in een intrigerend essay.

Had u het al gemerkt? Onze cultuur ligt zwaar onder vuur. Hele hordes barbaren zijn gearriveerd en vele andere zijn nog in aantocht; ze plunderen en vernielen stelselmatig het landschap van onze cultuur, van de kleine dorpjes tot de belangrijkste steden.

Cultuur moet volgens de opvattingen van deze barbaren snel en gemakkelijk zijn, in moderne en vooral begrijpelijke taal, gemaakt met de laatste technologie, en oogverblindend spectaculair. Deze barbaren grijpen de macht door alles wat mooi, authentiek en goed was te vernietigen, te vereenvoudigen of onherkenbaar te muteren. Het gebeurt onder onze ogen, maar we staan machteloos. Of willen we eigenlijk niet ingrijpen?

In een essayistische zijstap getiteld ’De barbaren’ doet de razend populaire Italiaanse verteller Alessandro Baricco (1959) een intrigerende poging om deze grote culturele mutatie beter in beeld te krijgen en om een portret te maken van de schuldigen achter deze cultuurafbrokkeling, die afschrikwekkende barbaren.

De bundel werd geboren als een soort feuilleton, waarvan de losse afleveringen tussen mei en oktober 2006 verschenen in de krant La Repubblica. Baricco zag het als een interessant experiment om vanuit een kwetsbare positie, in losse krantenartikelen een boek te maken, ’alsof je in de buitenlucht staat te schrijven, boven op een hoge toren, terwijl iedereen naar je kijkt en de wind stevig waait’.

Luchtig en toegankelijk zijn bijvoorbeeld Baricco’s beschrijvingen van wat hij noemt de ’plunderingen in de dorpen’: op het eerste gezicht totaal verschillende verschijnselen als ’Hollywoodwijn’, ’totaalvoetbal’, en ’megaboekhandels’ blijken op een dieper niveau alle drie resultaten van de barbaarse invasie, omdat ze langzaam maar zeker de plaats innamen van authentieke en waardevolle cultuuruitingen.

Achter de barbaarse overwinningen schuilen vaak dezelfde middelen en strategieën. Baricco somt ze op als een obsessie met techniek en technologische vernieuwing, een voorliefde voor het spectaculaire, de neiging tot versimpeling, snelheid, oppervlakkigheid, én de totale acceptatie van het (Amerikaanse) Imperium.

Al even frequent is de beweging van centrum naar periferie: bij McDonalds gaat het allang niet meer om de hamburger (die is altijd hetzelfde gebleven), maar om wat erom heen zit en wat je erbij krijgt. Iets dergelijks zien we bij kranten. Je houdt niet voor mogelijk wat er, met grote kortingen, bij de krant te koop is in de Italiaanse kiosk: van strijkijzers tot fietsen, van dvd-collecties tot boeken, heel veel boeken. Deze laatste natuurlijk in kant en klare, verzamelbare brokken die mooi in de kast staan: dé Bibliotheek van de Twintigste Eeuw, dé Grootse Italiaanse Klassieken, de Encyclopedie van de Kunst, etcetera. Berucht is de week waarin er van Umberto Eco’s ’De naam van de roos’ een miljoen exemplaren met La Repubblica de kiosken uitvlogen.

Maar uiteindelijk zijn ook dit maar randverschijnselen. Het keizerlijk paleis van de barbaarse invasie bezoeken we allemaal, iedere dag. Het heet Google. De populairste internetzoekmachine staat als geen ander verschijnsel symbool voor de mutatie. Kennis en informatie zijn niet meer iets van mijnwerkers die een tijdrovende afdaling in de diepte maken en daar voorzichtig hun schatten opgraven. De barbaren doen het door snel, speels en moeiteloos over een oppervlak van links te surfen. Horizontaal surfen in plaats van afdalen in de diepte, snel in plaats van langzaam, multitasking in plaats van concentratie en toewijding. Gemak en spel in plaats van moeite en pijn.

Maar dergelijke cultuurpessimistische zwart-wit-visies zijn ook te eenvoudig. Ook Baricco weet niet waar de teloorgang toe zal leiden, hoe onze cultuur er na de invasie zal uitzien, welke gebouwen nog overeind zullen staan, welke in puin zullen liggen. En terecht houdt hij ons voortdurend voor hoe ook in het verleden ingrijpende culturele veranderingen (drukpers, roman, Beethovens Negende Symfonie, paperback etc.) aanvankelijk als barbaars en vervlakkend werden gezien. Zou het nu echt anders zijn?

Ook het voorgenomen portret van die enge barbaren komt maar niet uit de verf. Het hele dier laat zich nooit volledig zien en Baricco ziet zich omringd door schizofrene mutanten. De schizofrenie van de middelbare scholier of student die de ’oude’ culturele waarden van de negentiende-eeuwse burgerij krijgt bijgebracht, terwijl hij zich in zijn vrije tijd achter beeldscherm en televisie volledig overgeeft aan de barbaarse invasie. Zo worden verfijnde beschavingshapjes uiteindelijk een luxe voor goed opgeleide mensen, terwijl alle anderen zich tegoed doen aan cultureel fastfood, gemakkelijk toegankelijk, (bijna) gratis beschikbaar en in oneindige hoeveelheden.

Maar hoe zit het met Baricco zelf? Heeft hij de invasie onbesmet overleefd? Misschien kun je dit hele project wel opvatten als een uiting van zijn eigen mutantenstatus. Het begon al bij de aankondiging ervan als een ware happening: de populaire Baricco zal zijn volgende boek schrijven in de krant. Er gingen interviews aan vooraf, er werd stemming gecreëerd. Ook in het eindproduct zitten veel barbaarse trekjes. Baricco surft over en langs uiteenlopende onderwerpen, converseert, babbelt met zijn lezers, schrijft snel, kort, en vaak zo toegankelijk mogelijk. In het voorwoord zegt hij al: „Ik heb heel weinig gecorrigeerd en bijna niets veranderd: ik wilde graag dat de tekst bleef zoals hij oorspronkelijk was, met zijn zwakheden, zijn onvoorzichtige snelheden, en zijn regelrechte barbaarsheid.” Baricco’s romans en verhalen worden verguisd door gezaghebbende literaire critici, maar zijn zeer populair bij lezeressen en lezers (in die volgorde). Een deel van dit succes dankt Baricco ongetwijfeld aan de hippe en eigentijdse manieren waarop hij met literatuur en media omgaat. Al jaren voelt hij zich goed thuis in deze barbaarse wateren: hij bracht grote klassiekers (de Ilias en Moby Dick) in sterk vereenvoudigde vormen op toneel; hij verscheen vaak en graag op televisie met onder andere een geliefd boekenprogramma; hij debuteerde in 2008 als regisseur. Hoe beter we kijken, hoe duidelijker het wordt: Baricco’s portret van de barbaren is deels ook een zelfportret. Wat belangrijker is: ook wij houden een ongemakkelijk gevoel over na lezing van dit essay. Hoe krampachtig we deze barbaren ook buiten onszelf willen plaatsen en als ’de ander’ willen zien, in meer of mindere mate herkennen we telkens onszelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden