Review

Snarenwonder van twee planken

De Vlaming Jan Van Kelst bedacht de Kelstone: een gitaar en basgitaar ineen die je bespeelt als een piano, maar dan makkelijker.

In de jaren zeventig ontwikkelde de Amerikaan Emmett Chapman de Chapman Stick, een elektrisch snaarinstrument waaruit je met een speciale vingertrommeltechniek (’tapping’) een rijk amalgaam van bassen, solo’s en harmonieën kunt toveren. Toetsenist Joe Zawinul en bassist Tony Levin speelden erop en ook de Belgische singer-songwriter Jan Van Kelst besloot zich erop te bekwamen.

„Na vijftien jaar oefenen kon ik er nog voor geen meter op swingen”, vertelt Van Kelst openhartig. „Wat mij vooral aan het ding tegenstaat, is dat het, net als een gitaar, over je schouder hangt en je het instrument dus altijd moet stabiliseren. Dat doe je met de hand waarmee je ook de snaren indrukt. Daarbij moet je deze hand ook nog eens gekromd om de hals van het instrument leggen. Al met al geen optimale uitgangspositie om je vingers vrij te bewegen.”

„Muziek is beweging, een energie die direct vanuit je lichaam, met zo weinig mogelijk omwegen, in klank moet overvloeien. Daarom zing ik graag. Maar ik wil ook liedjes schrijven. Met een instrument waarop ik gemakkelijk kan componeren en mijzelf met zo weinig mogelijk technische en fysieke beperkingen kan begeleiden. Zodat ik mij helemaal op de zang kan concentreren en natuurlijk op de ’schoon meiskes’ in het publiek.”

In de jaren tachtig had Van Kelst een hitje met ’So Sad’. „Het liedje was een aanklacht tegen de opmars van de techno en house. Het was ook een uiting van frustratie. Jaren oefenen hadden mij nauwelijks succes gebracht. En dan opeens weet de eerste de beste toondove boekhouder met een beetje kennis van computers een megahit te scoren door wat ingeblikte beats achter elkaar te plakken en daar bakken geld mee te verdienen.”

„In mijn liedje zing ik: ’And maybe in a year or two; I will change my point of view’. En inderdaad laat ik mij nu technobeats met toffe solo’s eroverheen goed smaken. Maar als muzikant heb ik niets met digitale techniek. Daarmee ben je te weinig fysiek bij de muziek betrokken.” In een tijd dat de digitale ontwikkelingen elkaar in no time opvolgen, komt Van Kelst nu dan ook met een puur analoog instrument, waarbij de omzetting van snaar naar klank zo direct mogelijk gaat.

„Het idee kreeg ik toen ik op een dag mijn Chapman Stick plat op tafel neerlegde, een beetje verstrooid op de snaren begon te ’tappen’ en merkte met hoeveel gemak mijn handen over het instrument bewogen, hoe intuïtief ik expressie aan virtuositeit kon paren, terwijl ik tegelijkertijd heerlijk dromerig door het raam naar buiten kon blijven kijken.”

„Ik heb een technische opleiding gevolgd, maar had totaal geen ervaring met instrumentenbouw. Door helemaal af te gaan op mijn gevoel en steeds tegen mijzelf te zeggen: ’houd het simpel en vanzelfsprekend ’, kwam ik uiteindelijk tot het prototype van de Kelstone: twee op een statief rustende fretboards, elk bespannen met negen snaren en elk met een bereik gelijk aan dat van de piano. Op het ene bord speel je de baslijnen, op het andere de melodieën en akkoorden. Net als de toetsen van een piano sla je de snaren aan met je vingertoppen. Maar het instrument heeft enkele belangrijke voordelen boven de piano:”

„Door beide fretboards gespiegeld tegenover elkaar op te stellen, zijn je handen bij het spelen niet meer gespiegeld zoals op een piano. Ook kun je makkelijker akkoorden spelen dan op een gitaar of piano. Dezelfde samenklank kun je met dezelfde greep op elke gewenste plek van het instrument neerleggen doordat de snaren in gelijke verhoudingen tot elkaar zijn gestemd (in kwarten). Dat kan zowel in horizontale als verticale richting. Zo kun je dus met één hand wel drie tot vier octaven omspannen, probeer dat maar eens op een piano of gitaar!”

„Een ander voordeel is dat je veel meer expressie in de muziek kunt leggen dan op een piano, eenvoudigweg omdat je de snaren direct met je vingers aanslaat. Daarvoor kun je beter de ’single’ Kelstone gebruiken, met maar één fretboard. Dan kun je de snaren die je met de ene hand ’hamert’ of tokkelt of aanslaat (want je hoeft niet per se te ’tappen’), bewerken met je andere hand, door er bijvoorbeeld overheen te glijden, ze te buigen of er extra boventonen uit te halen.”

„Het is een elektrisch instrument, dus moet je er wel zowel een bas- als een gitaarversterker bij kopen. Daartussen kun je allerlei effectenpedalen zetten en de Kelstone bijvoorbeeld laten klinken als een elektrische gitaar. Maar je blijft een instrument horen dat nooit een gitaar kan zijn, omdat je er dingen op hoort gebeuren die je onmogelijk op een gitaar kunt doen.”

Van Kelst, die drie jaar geleden nog in een kroeg werkte en niets wist van marketing of businessplans, weet zijn instrument overtuigend te promoten. En dat is ook niet moeilijk met alle praktische en innovatieve oplossingen die hij bedacht voor allerlei problemen van ergonomische en speltechnische aard. Hij heeft inmiddels al een internationale octrooiaanvraag lopen en voerde al gesprekken met Yamaha over een grootschalige productie.

Nu moet Jan Van Kelst de uitvoerende muziekwereld nog overtuigen. „De meeste muzikanten zien die negen snaren en denken: amai, zes is al moeilijk zat. Voor pianisten en gitaristen is het inderdaad een lastig instrument, omdat ze geconditioneerd zijn door hun eigen manier van spelen. Nile Rodgers van de Amerikaanse funkband Chic heeft er eventjes op gespeeld, maar kon er totaal niet mee uit de voeten. De Kelstone is ook niet bedoeld als alternatief voor de piano of de gitaar, het is een autonoom instrument met een eigen taal.”

Er zijn nog geen echte ’Kelstoners’, al kunnen we het instrument binnenkort misschien horen in bands als Voicst en Kraak & Smaak. Vooralsnog is het dus vooral aan de maker zelf de mogelijkheden van zijn uitvinding uit te dragen. „Dat betekent veel oefenen. Ik hoop dat ik op termijn de zaken kan uitbesteden, zodat ik dan rustig mijn liedjes kan schrijven en kan bijdragen aan de ontwikkeling van de taal van dit nieuwe instrument. Want de Kelstone zal pas echt van zich doen spreken als zijn bespelers uit een breed vocabulaire kunnen putten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden