Sluimerende identiteit van een boer tegen wil en dank

De 55-jarige Helmer (Paul Hoes, rechts) maakt zich los van zijn vader. (FOTO BEN VAN DUIN) Beeld Ben van Duin
De 55-jarige Helmer (Paul Hoes, rechts) maakt zich los van zijn vader. (FOTO BEN VAN DUIN)Beeld Ben van Duin

Bonkig en stug zijn ze, de personages in ’Boven is het stil’. Het taalgebruik dat schrijver Gerbrand Bakker hen in de mond legt is navenant. Korte zinnen, stroeve woorden.

Zelfs in het relaas van de verteller/ik-figuur worden gevoelens amper verwoord. Bakker hanteert een mooi onderkoelde verhaaltrant, die de lezer de ruimte geeft tussen de regels door te lezen en een vermoeden te krijgen van emoties, waarvan de ’ik’ en de anderen zich nauwelijks bewust lijken.

Toneel heeft andere middelen om dat ongezegde vorm te geven en het publiek op een suggestief spoor te krijgen. Stany Crets heeft zich in zijn bewerking door dat besef – zeker van wat lichaamstaal vermag – laten leiden. Naast kort aangebonden dialoogjes blijft de tekst beperkt tot wat noodzakelijk is om overgangen en verhaallijn te kunnen volgen.

Natuurlijk moet een toneeladaptatie dingen laten liggen, zoals de schoonheid en weidse verlatenheid van de Hollandse poldernatuur, die in de roman zo’n hunkerende dimensie geven aan de eenzaamheid van de hoofdpersoon. Maar wat kan daar niet tegenover staan.

Acteurs kunnen je diep in de ziel van zelfs de meest weerbarstige persoon laten kijken, de discrepantie tussen gedrag en onderbewustzijn een expressieve en zelfs roerende meerwaarde geven. Hoofdpersoon Helmer (Paul Hoes) is zo iemand die zichzelf niet laat kennen, laat staan dat hij zelf weet wie en wat hij is. Al heeft hij net, vijfenvijftig jaar oud, de belangrijke beslissing genomen zich van zijn oude vader los te maken.

Al die jaren ongetrouwd en boer tegen wil en dank, als vervanger van zijn ooit verdronken tweelingbroer, wordt hij juist dan geconfronteerd met de puberende zoon van diens toenmalige verloofde. Ook al zo onbeholpen op zoek naar zijn identiteit.

Gezien haar repertoirekeus – ’Lunch’ van Steven Berkoff, ’Kleine Teun’ van Alex van Warmerdam – heeft regisseuse Annelore Kodde wel wat met het moeizame gestuntel van mensen die welsprekendheid niet met de paplepel is ingegoten. Op de sterk hellende vloer en met aarde belegde trap, die vormgever Geert Peymen als boerenambiance bedacht, vertaalt Kodde dat in een passend houterig bewegingspatroon. En een veelzeggende gebarentaal: een stramme arm omhoog zonder te kijken als dagelijkse groet. Met als gevoel vol contrapunt nog een saxofonist als de vroegere knecht, die toen zo delicaat Helmers sluimerende homofilie beroerde.

’Boven is het stil’ is met zorg gemaakt en krijgt desondanks geen onderhuidse gelaagdheid. Met name Hoes als Helmer krijgt te weinig gelegenheid het geschutter van zijn personage meer diepte te geven. Dat wreekt zich vooral in de relatie tussen Helmer en puberjongen, die als het ware wordt afgeraffeld in plaats van te tonen hoe die het diep weggestopte gevoelsleven van Helmer doet ontwaken. Wel vaker vergeten regisseurs de mimische instincten van hun acteurs te prikkelen. De beeldende kracht van een enscenering kan daar alleen maar bij winnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden