Essay

Slecht geweten over roofkunst leidt tot nieuw etnocentrisme, zo niet tot nieuwe Apartheid

Houten maskers van de Bambara-gemeenschap uit Mali, tentoongesteld in het nieuwe Senegalese Museum voor de Zwarte Beschaving. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Jullie kunst is van jullie: dat is een fout uitgangspunt dat tot nieuwe Apartheid leidt, vindt Henri Beunders.

Nederlandse musea hebben het loket geopend voor teruggave van kunstobjecten uit oud-koloniën. Die kunnen zich melden bij de koepelorganisatie Nationaal Museum van Wereldculturen, ook voor objecten die nooit zijn ‘geroofd’. Het kan genoeg zijn als een land een ‘sterk verhaal heeft over wat een object betekent voor zijn erfgoed en nationale geschiedenis’, zei directeur Stijn Schoonderwoerd in Trouw. “Het is vooral een morele afweging.”

Dit is een erg zwak verhaal. Sterker, deze moraal van angst, schuldgevoel en zelfhaat wordt een giftige cocktail die ‘dader en slachtoffer’ en ’wereldculturen’ niet verzoent, maar een nieuw etnocentrisme veroorzaakt. Noem het Apartheid: ieder zijn eigen cultuur en geen grensoverschrijdend gedrag graag. Dan wordt het ‘Eigen volk eerst’. Overdreven? Volgens de Italiaanse minister van cultuur, Alberto Bonisoli, van de links-populistische Vijfsterrenbeweging ‘moeten onze museumdirecteuren weer uit Italië komen’. En als illegale kunstobjecten niet meer mogen, waarom dan wel illegale vluchtelingen? Italië zet ze al uit waar het kan.

‘Foute’ kunst

Het past allemaal in de westerse trend om ‘foute’ kunstuitingen te verwijderen. Dichtregels gaan van de muur (Berlijn, seksueel suggestief), schilderijen naar het depot (male gaze - mannen staren naar vrouwelijk schoon), hele kunstwerken worden vernietigd (blanke kunstenaar mag geen leed van niet-blanke verbeelden). In Minneapolis werd ‘Scaffold’ van Sam Durant - een schavot waarop ook ooit Native Americans waren opgehangen - in het geheim begraven. Alom grijpt in het Westen de censuur om zich heen - op gedrag, taal en lesstof - om van de universiteiten een safe area te maken. Lees: intellectuele zandbak.

Dit nieuwe iconoclasme en deze nieuwe censuur gaan gehuld in de morele jas van bescherming van een minderheid, elke minderheid, zolang die maar niet blank/wit is.

De kunst uit heden en verleden is gepolitiseerd. Alleen de minderheid mag over de eigen minderheid schrijven of kunst maken; anders is het ‘culturele toe-eigening’. Dus mag een blanke kunstenaar niet langer het lijden van een doodgeschoten zwarte jongen verbeelden. De witte kan namelijk niet voelen wat een zwarte voelt. Dit betekent een verbod op empathie in het leven van ‘de ander’. De radicaalste activisten vinden ook dat een man geen vrouwen meer mag beschrijven in fictie, en dat we geen sushi meer mogen eten. Einde empathie, en einde wisselwerking tussen, oftewel ‘creolisering’ van culturen, tot voor kort als het ei van Columbus gezien om vrede en harmonie in de wereld te bevorderen.

Meer dan vorm en materie

Hetzelfde radicalisme zien we nu bij de omgang met objecten uit ‘de koloniale tijd’. Ook gebruiksvoorwerpen of kunstvoorwerpen die voor eigen gebruik of voor de lokale of buitenlandse markt werden gemaakt, worden nu heilig verklaard als uiting van het wezen van de groep waar ze vandaan kwamen. Dat is een terugkeer naar het totemisme, dat de antropologen van weleer - en ook Sigmund Freud - als het begin zagen van het ontstaan van alle religies ter wereld. Een totem was ‘een ding’ in de natuur (plant, dier, rots, natuurverschijnsel), vereerd als beschermgeest van ‘de stam’.

Links een antiek beeld uit Kameroen en rechts een schilderij uit 2018 van het Cubaanse kunstcollectief ‘The Merger’. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

De Franse kunsthistorica Bénédicte Savoy adviseerde president Macron de koloniale kunst terug te geven; de objecten waren ‘veel, veel meer dan alleen vorm en materie zijn, ze zijn energie, spirituele energie of wat voor energie ook’. Wat weer een koloniale gedachte is: die mensen in Afrika, Azië en Oceanië hechten nog altijd aan dingen, en niet aan ideeën zoals wij in het Westen. Sterker, de schuldbewusten van nu lijden dan aan ditzelfde euvel, zij denken dat een ‘verkeerd verleden’ met één beweging - van ‘veeg ons museum leeg’ - weer brandschoon te kunnen spuiten.

Deze nieuwe moraal van de volkenkundige musea is meer dan geschiedrevisionisme. Zeiden regeringsleiders vroeger dat het kolonialisme, ondanks alle fouten en misdaden, toch ook ‘een opbouwproject’ was geweest, nu heet het ‘onze Holocaust’. Dit zwart-witdenken staat elk gevoel voor praktische bezwaren en praktische oplossingen in de weg. Die oplossingen zijn simpel: doneer musea in die gebieden, begin duo-tentoonstellingen over oude en vooral ook nieuwe Afrikaanse en Europese kunst. En bovenal, bestudeer samen de geschiedenis van die zondige objecten. Dan kunnen die musea eindelijk doen wat ze nooit echt hebben gedaan: de biografie van die objecten schrijven. Dan ontdekken ze snel wat voor onmogelijke klus dat is - alleen al in de musea van het Nationaal Museum voor Wereldculturen zijn het er 200.000.

Verdwenen

De Duitse Stiftung Preussischer Kulturbesitz, beheerder van een aantal collecties met ‘koloniale’ objecten, klaagde onlangs over gebrek aan mankracht; ze hadden in een heel jaar de geschiedenis van zegge en schrijve één object kunnen voltooien. Duitsland heeft in slechts 34 jaar koloniale geschiedenis miljoenen objecten in huis gehaald (Engeland en Frankrijk hebben er nog veel meer natuurlijk). De Kameroense expert Germain Loumpé noemde massale teruggave daarom ‘technisch onmogelijk’. Hoe retourneer je die miljoenen objecten? Naar welk adressen? Daarnaast vreest Loumpé voor ruzies tussen bevolkingsgroepen die elkaar de kunststukken betwisten.

Zonder combinatieteams tussen ‘hier en daar’ is die hele operatie ‘object-biografie’ tot mislukken gedoemd. Dan is het gemakkelijker te doen wat Schoonderwoerd in feite bepleit: gewoon teruggeven bij een ‘sterk verhaal’.

Nederland heeft in 1978 de helft van de Lombok-schat (343 objecten) teruggegeven aan het Nationaal Museum te Jakarta. Begin jaren negentig waren er maar 60 van te achterhalen. Het Belgische Afrika-Museum retourneerde in de jaren tachtig meer dan 100 stukken aan Congo, waar nog maar een derde van terug is te vinden. Dergelijke ervaringen zijn voor Schoonderwoerd geen probleem. “Het is inderdaad niet uit te sluiten dat het gelijk op de veiling belandt of thuis achter slot en grendel.”

Als verduistering te verwachten valt, kan teruggave een soort heling worden. Maar ook daar bekommeren de moraalridders zich niet om. Men wil zich, zegt Schoonderwoerd, niet richten op ‘de juridische kant’, maar een ‘morele afweging’ maken.

Toch zullen ze snel een praktische afweging moeten maken: wie van alle aanspraakmakers krijgt een object terug? De staat die het nu in die voormalige kolonie voor het zeggen heeft? De grenzen ervan zijn door de koloniale mogendheden getrokken. De kunst kan komen van etnische groepen die helemaal niet willen dat hún kunst naar de hoofdstad gaat. Alsof, zeg, het Assense standbeeld van Bartje in Mozambique is beland en ‘teruggaat’ naar het Amsterdamse Rijksmuseum. Zou Drenthe dat leuk vinden? 

De mode om standbeelden van hun sokkel te trekken begon aan de universiteit van Kaapstad in 2015 (‘Rhodes must fall!’) om deze imperialistische bouwer van het Britse imperium in Afrika te verwijderen. Waar de universiteit vrijwel direct aan toegaf.

De rage sloeg over naar de VS waar op 17 augustus 2015 in het zuidelijke Lexington het standbeeld van Jefferson Davis, president van 19de-eeuwse Confederatie, werd verwijderd. Een ware beeldenstorm volgde. Vlaggen en wat er verder herinnerde aan Amerika’s ‘foute’ verleden moesten het ontgelden.

In Europa nam president Macron het stokje over. In 2017 zei hij in Ouagadougou dat hij de kunstobjecten zou teruggeven uit ‘de Franse gevangenschap’.

Van de hele wereld

Op 17 augustus 2015 - dezelfde dag dus dat onder gejuich het foute standbeeld in Lexington werd belaagd - deed het Internationaal Strafhof een interessante uitspraak die dat ‘teruggeven’ raakt, en wel in de zaak tegen Ahmad al Faqi al Mahdi van de jihadistische ‘moraalpolitie’ in Mali. Die sloeg de lemen mausolea uit de 14de en 15de eeuw en een moskee in Timboektoe kort en klein, omdat die een te gematigde islam verbeeldden. Die mausolea waren door de Unesco tot cultureel werelderfgoed verklaard: onvervangbaar, uniek en ‘eigendom van de hele wereld’.

In het vonnis veroordeelde de rechtbank de verdachte tot lange gevangenisstraf, en tot miljoenen herstelbetalingen aan de lokale gemeenschap voor wie die mausolea een ‘geestelijke betekenis’ hadden. Hij moest daarnaast één symbolische euro boete betalen aan de staat Mali, en ook één ‘aan de internationale gemeenschap’. Dit vonnis zegt dus dat lokale kunst niet alleen van de lokale gemeenschap is, maar van de hele wereld.

De roep om ‘koloniale kunst’ terug te geven klinkt al sinds de onafhankelijkheid van die koloniën, maar komt tegenwoordig vooral voort uit de kringen van de voormalige ‘schedelmeters’ bij ons. Zij hebben als antropoloog of kunsthistoricus de afgelopen anderhalve eeuw overal rondgereisd in die zonnige oorden om de autochtone bevolking te bestuderen, en ook om hun objecten mee te nemen als souvenir. Gaan zij zich nu ook excuseren dat ze ‘de Ander’ al die tijd als ‘object’ hebben bestudeerd? Dit is immers het logische gevolg van de protesten tegen hedendaagse kunst over minderheden: de activisten van Black Lives Matter, Indianen of de feministen zeggen nu: “Wij willen niet langer gebruikt worden als grondstof voor jullie kunst.” Als kolonialisme ‘onze Holocaust’ is, welke rol speelden dan de antropologen hierin? Kunnen we die faculteiten antropologie dan niet beter alvast maar sluiten?

Het door Macron met een retorische zweepslag gestarte debat over koloniale kunst kan tot een nieuwe dialoog, tot nieuwe bewustwording leiden, en dat is prima. Geschiedenis is een discussie zonder eind.

Nieuwe kolonisator

Intussen is er een lachende derde: China. Dat is de nieuwe kolonisator van Azië en ook Afrika, en landen als ‘onze kolonie Suriname’ trouwens niet minder. Het asfalteert het halve continent, als nieuwe lijn in de Zijderoute van morgen, en natuurlijk in ruil voor alle mogelijke grondstoffen voor het China van vandaag.

Eind vorig jaar is in de Senegalese hoofdstad Dakar het Museum voor de Zwarte Beschaving geopend, het eerste op het continent. Met dank aan 35 miljoen dollar uit China, dat en passant ook nog een theater en een stadion had gebouwd.

Werk uit de tentoonstelling in het Museum voor de Zwarte Beschaving in Dakar. Beeld AFP

China is een laatste, en sterk, argument om uit te kijken met teruggave van koloniale kunst. Tijdens de Culturele Revolutie hebben de maoïsten vrijwel alle kunst en tempels in eigen land kapotgeslagen: bourgeoiscultuur, weg ermee. Wat er nog aan oude Chinese kunst is, hangt bij ons goed geconserveerd in musea of bij particulieren aan de muur.

Omdat kunst zo is gepolitiseerd dat het ook een belangrijk instrument is in de natievorming - zie Louvre Abu Dhabi - opent China nu op eigen bodem wel honderd musea per jaar. Die dienen gevuld, met spullen uit het Westen, en met alle geoorloofde en, zeggen onderzoeksjournalisten van The New York Times, ook met ongeoorloofde middelen zoals diefstal en chantage.

Ook Afrikaanse landen kunnen oude kunst gebruiken in hun ‘nation building’. Europa speelt nauwelijks nog een rol in Afrika, maar het mag wel die nieuwe musea vullen met de koloniale kunst, als Wiedergutmachung of als poging invloed in Afrika te herwinnen.

Er zijn dus kansen voor een nieuwe samenwerking, ook bij hedendaagse kunst. Want wie een gezamenlijke toekomst wil, kan zich beter richten op de huidige kunstenaars daar. Nu zet veilinghuis Sotheby voor slechts enkele miljoenen per jaar aan oude en eigentijdse Afrikaanse kunst om, en dat bedrag lijkt door de discussie over de koloniale kunst nog lager te worden.

Kortom, eenzijdig as op het hoofd strooien, en koloniale kunst teruggeven zonder nieuwe plannen voor samenwerking bij de oude én stimulering van de eigentijdse kunst - Afrikaanse muziek is heel populair - getuigt vooral van een obsessie met schuld en met objecten, en niet van interesse in Afrikanen en de huidige Afrikaanse kunstenaars. Een slecht geweten is niet alleen een slechte raadgever, het leidt tot nieuw etnocentrisme, zo niet tot nieuwe Apartheid. 

Henri Beunders (1953) is hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef onder meer ‘Publieke Tranen. De drijfveren van de emotiecultuur’.

Lees ook:

Europese musea kunnen zich schrap zetten: koloniale kunst moet terug

Wat moeten we met koloniale kunst van omstreden herkomst? Nou, teruggeven maar. Dat staat in een advies aan de Franse president Emmanuel Macron, dat afgelopen november verscheen. Europese musea kunnen zich schrap zetten.

Nigeria wil geroofde kunst terug

Nigeriaanse cultuurhistorische schatten ter waarde van honderden miljoenen euro’s liggen nog altijd in westerse musea. In Leiden onderhandelt het Afrikaanse land over terugkeer van zijn stukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden