Review

Slap en futloos orkest verzandt roemloos onder Herbert Blomstedt

Muziek

Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Herbert Blomstedt. Met MihaelaMartin (viool) en Nobuko Imai (altviool). Werk van Mozart en Beethoven.Concertgebouw Amsterdam, gezien zondag 28/8.

Onder dirigenten als Valery Gergjev en Simon Rattle speelt hetRotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) meestal de sterren van de hemel.Maar bij mindere goden wil de kwaliteit nog weleens wisselen en lijkt hetorkest soms niet te kunnen terugvallen op een acceptabel basisniveau.

Zoals zondagavond, toen het RPhO als afsluiting van zijn tweetourneeconcerten in het Edinburgh International Festival afgelopen week eenbloemlezing voor het Amsterdamse Concertgebouwpubliek speelde. Wat eenevenwichtige, classicistische avond had moeten worden met een concert eneen symfonie, verzandde roemloos onder leiding van gastdirigent HerbertBlomstedt. Blomstedt vertrok in juni na zeven jaar als chef-dirigent vanhet Gewandhaus Orchester in Leipzig, waar Riccardo Chailly hem vanafkomende vrijdag zal opvolgen.

Mozarts 'Sinfonia Concertante' klonk in eerste instantie wel goed in dede grote zaal: lekker vol en wollig. Maar gaandeweg ging die wolligheidstoren en drong het gebrek aan articulatie zich steeds meer op devoorgrond. Van sonoor werd het orkest allengs slapper en futlozer.Blomstedt bleek niet in staat het RPhO enige richting te geven en zodobberden de spelers drie delen lang voort met onbekende eindbestemming.

Saai dus, maar het tegendeel gold voor de twee solisten Mihaela Martinen Nobuko Imai. De violiste en altiste namen risico, brachten alles instelling wat ze in huis hadden, musiceerden kortom voor hun leven. Mooisamenspel, melodieën die gezongen leken, vergeefse pogingen het orkest meete slepen naar een actiever spel. Maar daar stond een plichtmatigdirigerende Blomstedt echt teveel voor in de weg.

De vier delen van Beethovens Zevende symfonie begonnen allemaalvoorbeeldig, dat gaf hoop. Maar vervolgens gebeurden er telkens ietswaardoor de muziek inzakte of zelfs karikaturaal werd. De fluit in heteerste deel bijvoorbeeld, die verdwaald leek in een romantisch soloconcerten tenenkrommend intoneerde. Of de kopersectie, die steeds haar inzettenweer liet jodelen, veel valse tonen blies en er verder ook niet met haarhoofd bij was. Samen met datzelfde koper was de pauk te luid en klonk alseen irritant plastic trommeltje.

Blomstedt hakte Beethovens grote lijn bovendien op in fragmenten, namvreemde tempi en zette in het derde deel de boel bijna stil (terwijl departituur alleen een zachter worden aangeeft). Toen Blomstedt de teugelsliet vieren in het slotdeel, werd het een rommeltje wat articulatie, balansen vorm betreft. Onder Blomstedt werd het luide slot door het RPhO eenkarikatuur, als een jeugdorkest dat te veel cola had gedronken. ArmeBeethoven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden