Dominique Vleeshouwers: 'Slagwerk is heel fysiek, en iedereen kan wel een beetje trommelen'.

Roaring TwentiesDominique Vleeshouwers

Slagwerker Dominique Vleeshouwers wilde als kind van zeven al ‘rammen’

Dominique Vleeshouwers: 'Slagwerk is heel fysiek, en iedereen kan wel een beetje trommelen'.Beeld Patrick Post

Welke jonge kunstenaars bepalen het beeld de komende tien jaar? Trouw tipt de twintig van de jaren twintig. Vandaag: slagwerker Dominique Vleeshouwers, die zo'n honderd verschillende instrumenten bespeelt. Waaronder koebellen en metalen buizen.

De grote loods waarin Dominique Vleeshouwers (27) repeteert, ligt in het ruige havengebied van Amsterdam-West. Hier zijn in de verre omtrek geen buren die kunnen klagen over geluidsoverlast. Maar goed ook, want Vleeshouwers kan er wat van. Hij is slagwerker van beroep en ramt zo’n beetje op alles wat los en vast zit. 

In de studio staan tijdens het interview alle instrumenten opgesteld die hij nodig heeft – en dat zijn er veel – voor het Tweede slagwerkconcert van de Schotse componist James MacMillan. Een bonte verzameling van xylofoon, trommels, metalen buizen, marimba, crotalen, koebellen, woodblocks en steeldrum. Vanavond speelt hij dat ingewikkelde stuk van MacMillan in het Amsterdamse Concertgebouw, samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat bij deze gelegenheid onder leiding staat van Vleeshouwers partner, dirigente Elim Chan. Het stel heeft er een leuk promotiefilmpje van gemaakt, te zien op YouTube.

Na afloop van zijn optreden krijgt Vleeshouwers de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste onderscheiding voor klassieke muziek, die eerder ging naar onder anderen Janine Jansen, Hannes Minnaar en Lavinia Meijer. Vleeshouwers is de eerste slagwerker ooit die deze prijs krijgt.

Orkestslagwerkers krijgen vaak het meeste applaus

“Slagwerkinstrumenten zijn de oudste instrumenten ter wereld”, zegt Vleeshouwers, nadat hij de indrukwekkende opstelling voor MacMillan heeft uitgelegd. “Maar in de klassieke wereld is er de minste muziek voor geschreven. En dat terwijl het instrumenten zijn – ik heb er zo’n honderd verschillende leren bespelen – die bij mensen heel direct binnenkomen. Slagwerk is heel fysiek, en iedereen kan wel een beetje trommelen. Orkestslagwerkers krijgen vaak het meeste applaus als de dirigent hen laat opstaan. Ik kom uit een klein dorp in het zuiden van Nederland, en daar had je uiteraard een harmoniekorps. Toen ik dat gehoord had als kind van zeven, wilde ik meteen twee stokken. Ik wilde rammen!

“Het geeft mij veel voldoening om dit concert van MacMillan in te studeren, er twee maanden dag in dag uit mee bezig te zijn. Om allerlei nieuwe dingen te ontdekken, om mezelf uit te dagen. Er zitten ontzettend moeilijke passages in waarbij ik in eerste instantie dacht: hoe krijg ik dat voor elkaar? En je moet alles uit je hoofd kunnen spelen, anders lukt het niet. Als ik heel snel van marimba naar de steeldrum moet lopen, dan kan ik niet ook nog de bladmuziek meenemen om die bij de steeldrum op een lessenaar te zetten. Daar is gewoonweg geen tijd voor. Die steeldrum was overigens nieuw voor mij. Geen idee hoe ik die moest bespelen. Dat heb ik dus eerst moeten leren, maar ik heb het geluk dat ik daar vrij handig en snel in ben.

“Maar met alleen die steeldrum ben je er nog lang niet. Zo schrijft MacMillan een toonladder voor die op crotalen (kleine metalen schellen) gespeeld moet worden. Dat is echt een behoorlijke uitdaging. Ook wil hij acht ijzeren buizen laten klinken, maar er staat in de partituur niet heel specifiek bij hoe die buizen eruit moeten zien. Ik gebruik er nu twintig, gewoon hier op het bedrijventerrein bij de buurman gehaald. En eigenlijk hadden we er bij de uitvoering een lichtontwerp bij moeten hebben, dat had het nog specialer gemaakt.”

Verhalen vertellen met behulp van de muziek

Dat laatste geeft aan dat Vleeshouwers meer is, meer wil zijn dan alleen maar uitvoerend musicus. Hij heeft een eigen bedrijf opgericht om muzikale projecten te realiseren, projecten die hij meestal zelf bedenkt. Zomaar een stereotiep concert, dat past niet echt bij Vleeshouwers. Hij wil vooral verhalen vertellen met behulp van de muziek.

“Ik hou echt wel van de huidige muziekpraktijk, maar de orkestwereld is best gesloten. Orkesten zouden zich meer moeten afvragen waarom ze een bepaalde compositie programmeren. Ik denk dat er het komende decennium meer vanuit de inhoud geprogrammeerd gaat worden, meer vanuit de gedachte: dit is wat we willen vertellen. Ikzelf moet me de komende jaren gaan afvragen of ik meer programmeur wil zijn of puur musicus alleen. Voor het Muziekgebouw Eindhoven programmeer ik volgend seizoen de slagwerk-serie ‘World of Rhythm’. Leuke avonden waarop ik zelf ook speel, van Afrikaanse muziek tot van alles wat langs komt.

“Er moet meer ruimte komen voor componisten om vrijer te worden in hun keuzes, en daar spelen programmeurs en concertzalen een belangrijke rol in. Mijn generatiegenoten weten echt wel wat ze leuk vinden en daar komen ze ook heus voor naar de concertzaal. Natuurlijk kan het in de oude setting, maar ik verwacht dat we steeds meer brood zien in een programma zoals ik net gemaakt heb, getiteld ‘Back to Broadway’ met daarin ‘Tapdance’ van Louis Andriessen en muziek van Gershwin en Chick Corea. 

“Dit soort concepten, die ik zelf programmeer, bied ik nu al aan concertzalen aan. Scripts schrijven, mensen ontmoeten, verhalen bedenken over Beethovens doofheid en hoe die zijn muziek beïnvloedde, over breakdancers en over allerlei mogelijke cross-overs.  Dat ik in die projecten dan niet per se zelf de solist ben, voelt wel supergek, juist nu ik deze grote prijs als uitvoerend musicus krijg. Maar ik moet mezelf die vraag stellen en mezelf uitdagen. Het wordt een mooi decennium.”

Dominique Vleeshouwers speelt James MacMillans Tweede slagwerkconcert vanavond en maandag met hetNederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Elim Chan in het Concertgebouw. 

Lees ook:

Tenor Peter Gijsbertsen wordt gezien en gehoord als operazanger

Wie uitverkoren wordt voor de Nederlandse Muziekprijs, krijgt twee jaar de tijd - in Gijsbertsens geval zelfs drie jaar - om zich verder te ontwikkelen. Gaat dat goed, te beoordelen door het Fonds Podiumkunsten, dan wordt de prijs daadwerkelijk uitgereikt. Zo ver is het nu voor Gijsbertsen. Donderdag ontvangt hij de prijs.

Voor Hannes is het nooit goed genoeg

De pianist Hannes Minnaar, die morgen de Nederlandse Muziekprijs krijgt, ontroert door de diepgang van zijn spel. Trouw vroeg naar zijn geheim bij collega’s, leraren en familie.

Roaring twenties

De andere twintigers in deze serie vindt u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden