Review

Sjostakovitsj' 'Vijf' op zompig gras en in behaaglijk pluche

AMSTERDAM - Tweemaal klonk zondagavond, aan weerszijden van de Amsterdamse Van Baerlestraat, de Vijfde symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Om acht uur begon het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit werk onder leiding van Valeri Gergjev in de tent op het Museumplein als slotconcert van de Uitmarkt. Dik een uur later viel de symfonie in de grote zaal van het Concertgebouw te beluisteren, vertolkt door Charles Dutoit en het NHK Symphony Orchestra uit Tokio.

Of iemand beide uitvoeringen compleet heeft meegemaakt, valt te betwijfelen. Want geen liefhebber zal de kans hebben laten schieten om te gaan luisteren naar de bij leven al legendarische pianiste Martha Argerich, die voor de pauze in het Concertgebouw het derde pianoconcert van Sergej Prokofjev speelde. Ooit maakte zij met haar plaatopname van dit werk een onuitwisbare indruk. Nog steeds speelt zij het gaaf, vol vuur, groot van lijn en met oor voor details. Begeleid door het eveneens gaaf musicerende orkest, met vaste hand geleid door de secure Dutoit, wist zij het Amsterdamse publiek in vuur en vlam te zetten.

Dat was knap, want gemakkelijk had Argerich het niet. Ze moest op een zeer dof klinkende vleugel spelen, waarmee zij ondanks haar felle toucher onmogelijk boven het orkest kon uitkomen. Daardoor bleven er veel van haar kwaliteiten helaas onopgemerkt. Begrijpelijk dat Argerich ondanks het langdurige applaus niet tot een toegift te bewegen was. Dit in tegenstelling tot in december 1998, de laatste keer dat zij in Amsterdam overigens ditzelfde pianoconcert van Prokofjev uitvoerde, toen met het Koninklijk Concertgebouworkest.

Prokofjevs concert sloot fraai aan bij het eerste werk dat deze avond op het programma stond, 'Ceremonial, an Autums Ode' voor sho en orkest van Toru Takemitsu. De sho is een oeroud Japans mondorgel. Bijzonder is dat op de pijpjes samenklanken gespeeld kunnen worden. In de twee solo's, die in de grote zaal prachtig ijl klonken, maakt Takemitsu dankbaar gebruik van de mogelijkheden van deze voorloper van het pijporgel. Soliste was Mayumi Miyata, de bekendste bespeelster en promotor van de sho. Haar solo's omlijstten een atmosferisch klankstuk voor orkest, aangenaam voor het oor, maar qua harmonieën wel erg afgekeken van Messiaen.

Omdat het Uitmarktconcert al om acht uur begon en het zomerconcert in het Concertgebouw een kwartiertje later, bestond de mogelijkheid de eerste tien minuten van Gergjevs uitvoering van Sjostakovitsj' Vijfde symfonie mee te maken. De orkestklank werd op het Museumplein uitermate beroerd door huizenhoge luidsprekers versterkt. Desondanks viel op dat Gergjev met zijn Rotterdammers in de opening van het stuk een veel grotere muzikale spanning wist op te roepen dan Dutoit met zijn Japanners. Dat was vooral vanaf het moment dat de piano gaat meespelen en de beweging in het orkest steeds sneller wordt. Die acceleratie viel bij Dutoit nauwelijks op. Bij Gergjev daarentegen kostte het me moeite juist in deze passage het zompige grasveld van het Museumplein in te ruilen voor het pluche van het Concertgebouw.

Overigens was ook Dutoits uitvoering van de symfonie in veel opzichten boeiend. Het Japanse toporkest speelde uitermate precies, de contrastminnende Dutoit op de voet volgend in knap ensemble- en solospel. Toch raakte ik de indruk niet kwijt dat de musici te veel in een mooie klank bleven steken. De lyrische afsluiting van het eerste deel klonk alleen maar lieflijk; de onderhuidse spanning, zo kenmerkend voor Sjostakovitsj, was te weinig voelbaar. Zulke momenten waren er ook in het largo. Het spetterende orkestspel in delen twee en vier maakten veel goed, maar konden dit gebrek aan diepgang niet verhullen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden