Sjors en Sjimmie stoffen hun rebelse streken af

Het oude en het nieuwe uiterlijk van Sjors en Sjimmie. Ooit waren ze de populairste striphelden van Nederland.

Sjors en Sjimmie’, wie kent ze niet? Nou, inmiddels is een hele generatie opgegroeid zonder de striphelden. Al twintig jaar is er geen nieuw avontuur verschenen door een slepend conflict – een rechtenkwestie – tussen de makers en uitgever Sanoma. De kou lijkt nu uit de lucht. De uitgever vindt het nu oké dat de rebellen hun rentree maken in het kwartaalblad StripGlossy.

Het stripblad bevat vrijdag twee nieuwe afleveringen waarin de blonde Sjors en de zwarte Sjimmie als vanouds overal de draak mee steken. Zo richt het duo zijn pijlen op het tv-programma ‘The Voice of Holland’, alias ‘The Noise of Holland’. Presentator Ali Bi met zijn weelderige krullenbos komt ook voor schut te staan.

Tekenaar Robert van der Kroft en scriptschrijvers Wilbert Plijnaar en Jan van Die pakken de draad van hun milde satire op waar ze eind jaren negentig waren gebleven. Destijds verbasterden ze al veel namen van beroemdheden. Denk aan Michael Claxon en Madomma, of aan Hans van Lulligenburg en Emiel Ratelkous. De humor sloeg geweldig aan bij het beoogde publiek van vijftienjarige jongens én bij hun ouders.

Vijftig jaar lang waren ‘Sjors en Sjimmie’ – met wisselende makers – de succesvolste Nederlandse stripserie. Maar de productiedruk werd te groot, concludeert StripGlossy in een achtergrondverhaal en in interviews met de makers. In de jaren negentig moesten er zelfs Spaanse tekenaars worden ingehuurd om aan de vraag te voldoen. Dat ging ten koste van de kwaliteit. Lezers haakten af. Het tijdschrift Eppo, de vaste stek van ‘Sjors en Sjimmie’, ging ter ziele. Een vervangend blad redde het in 1999 evenmin.

‘Sjors en Sjimmie’ kunnen bogen op een roemrucht verleden. De blonde ­tiener Sjors, gemodelleerd naar de Amerikaanse stripschavuit Perry Winkle, begon in 1930 in z’n eentje. Op de achterkant van het tijdschrift Panorama kreeg hij zijn eigen serie: ‘Sjors, voorzitter van de Rebellenclub’. Eind ­jaren veertig ontmoette hij zijn zwarte vriend Sjimmie – toen nog Jimmy. De twee waren van meet af aan onafscheidelijk.

Zoeloelippen

Sjimmie oogde aanvankelijk als een stereotiepe ‘neger’ met rode zoeloelippen en gouden oorringen. Van lieverlee sprak hij ook steeds meer in een soort ‘inboorlingentaal’. In 1970 vormde tekenaar Jan Kruis hem om tot een gewone zwarte tiener. Tekenaar Van der Kroft maakte hem vanaf 1975 nog moderner: volstrekt gelijkwaardig aan Sjors. Toch wordt de oude Sjimmie nog geregeld van stal gehaald in discussies over Zwarte Piet. Jammer, vindt Van der Kroft. “Alsof er nooit iets is veranderd.”

Van der Kroft en zijn collega-schrijvers tilden de strip vanaf eind jaren ­zeventig naar een hoger plan. De multiculturele samenleving, hiphop, de straatcultuur met breakdance, skateboarding en graffiti: allerlei nieuwe trends doken in hun werk op. Jongeren herkenden zich daarin.

Opblaaspop

De strip zou nog steeds aanslaan, denkt Van der Kroft, ook bij gamende tieners. “#MeToo, Michael Jackson, geen onderwerp is te gek. Destijds zochten we al graag de grens op. Zo lieten we Sjors en Sjimmie in zee dobberen op een opblaaspop. Dat leverden we vlak voor de deadline in, en daarna trokken we de stekker uit de telefoon, zodat de redactie van Eppo ons niet kon bellen. De ­redactie heeft die keer snel een tekenaar van de Donald Duck opgetrommeld om de pop te veranderen in een opblaaseend.”

In een andere aflevering, op het naaktstrand, liet de redactie overal zwarte balkjes tekenen. “Het werd er alleen maar erotischer door”, herinnert Van der Kroft zich. Wanneer het tot een album kwam, herstelde het makerstrio steevast de brutale versie. Zulke acties zijn wederom te verwachten als de makers nog meer nieuwe afleveringen gaan maken – en daar ziet het wel naar uit. “We hebben er veel zin in. Eens een rebellenclub, altijd een rebellenclub.”

Lees ook:

Waarom de beeldtaal van Suske en Wiske zo conservatief is

De nieuwste Suske en Wiske is racistisch en niet meer van deze tijd, stellen boze lezers. Waarom blijft de beeldtaal van Vlaamse striptekenaars zo conservatief?

Een tweede leven voor het stripboek

Digitale heruitgaves van oude stripboeken hebben de toekomst, zegt John Croezen. In opgefriste versie, en voor een schappelijk prijsje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden