Review

Sjaak heeft heimwee naar luchtkastelen

Wat te doen als je een ballonvaarder bent, oftewel een 'hoogvlieger, luchtreiziger, hemelbestormer, wolkenpiraat, vlamstoker, windvolger, mandzwerver, een ontdekkingsreiziger zonder huis of thuis' op zoek naar luchtkastelen... en je ontmoet een meisje dat op een vaste plek wil leven en jou met je twee voeten stevig op de grond wil zetten?

LIEKE VAN DUIN

Dat overkomt de hoofdpersoon uit 'Sjaak-in-de-mand', het tweede kinderboek van nieuwkomer Tim Gladdines (34). Sjaak lijkt wel vergroeid met de mand onderaan zijn luchtballon, alsof hij erin geboren is. Zijn ontmoeting met het meisje Zee-Mia, op een eiland, is plezierig - ze kunnen goed samen zingen - maar Sjaak is zo'n rusteloos type dat altijd verder moet. En wel alleen. Als Zee-Mia met hem mee wil reizen schrikt hij: dat kán niet, zijn mand is eenpersoons. Dan rukt een storm de palmboom uit de grond waaraan Sjaak geankerd lag en waarin Mia een bladernestje had gemaakt, en het hele zaakje gaat de lucht in. Ze storten neer op een ander eiland waar Mia nu een gezellig tweepersoons nestje in de bomen bouwt en Sjaak laat zien dat hij voeten heeft om mee te lopen. Maar Sjaak heeft nu eenmaal heimwee naar de lucht...

'Sjaak-in-de-mand' is een verhaal met een dubbele bodem: het kan gelezen worden als vrolijk fantasieverhaal zonder meer, maar ook als een verhaal over twee personages die elk in een andere wereld leven, bevriend raken, maar niet samen kunnen leven. Ongeveer zoals in het ontroerende prentenboek 'Amos en Boris' van William Steig: Amos en Boris zijn een muis en een walvis, die zeer op elkaar gesteld raken; maar samenleven is onmogelijk, want de een leeft in het water en de ander op het land.

Gladdines heeft vooral Sjaak fraai uitgewerkt, met zijn zoeken naar luchtkastelen en zijn angst om vast te roesten: “Dan schiet ik wortel op dit eiland en zit ik voor altijd aan de grond. Ik moet er niet aan denken.” Een opvallend verhaal dat veel associaties wekt, over tegengestelde karakters, over zwerven, thuisraken en heimwee naar het onmogelijke, eigenzinnig en raak geïllustreerd door Han Janken.

Tim Gladdines' debuut, 'Teddiewolk' (1996), viel ook al op, maar leek meer voor volwassenen bedoeld dan voor kinderen, ook al schreef hij het als het relaas van een negenjarig meisje dat een denkbeeldig vriendje heeft: een fantasiewezentje dat ze Teddiewolk noemt en dat eruitziet als een roze wolkje. Al snel is namelijk duidelijk dat Teddiewolk een dwangneurose is die steeds gevaarlijker wordt. Eerst is Teddiewolk 'een vriendelijk spook', maar al snel verandert dat; als de ik-figuur een hondje ziet verdrinken denkt Teddiewolk: net goed!, hij steelt uit papa's portemonnee, laat het meisje andere kinderen schoppen en bijten, en asbakken door de kamer gooien. Hij aait haar, maar bedreigt en chanteert haar ook, en laat haar zichzelf verwonden.

Pas wanneer ze alles aan papa en mama heeft verteld verdwijnt Teddiewolk. Maar als haar ouders zeggen dat ze Teddiewolk zelf verzonnen had loopt ze weg: voor haar was hij angstaanjagend echt. Ze kan het niet aan dat Teddiewolk haar eigen projectie was.

Beklemmend verhaal, is je eerste indruk: vast van een kindertherapeut die voor ouders van gedragsgestoorde kinderen schrijft over het stille lijden van hun kind. Mis, Tim Gladdines is docent drama en werkt als verkoper in een kinderboekwinkel. Hij heeft geen enkele vakmatige binding met kinderpsychiatrie, maar kreeg wel positieve reacties uit die hoek. “Al schrijvende merkte ik dat Teddiewolk steeds vervelender werd”, vertelt hij. “Ik wilde met dit verhaal onderzoeken wat waar is en wat niet.”

In twee opzichten is 'Sjaak-in-de-mand' sterker: het is duidelijker een kinderboek zonder in te boeten aan gelaagdheid, en het is minder therapeutisch. Dat wijst op een talent om in de gaten te houden.

Van de stapel debuten van dit jaar valt op dat luchtigheid troef is en dat er met veel plezier overdreven wordt. Zo is 'Vijf citroenen en een varkentje' van Cecile Somers een opgewekt verhaal over het gezin Citroen dat in een 'giga huis' met een 'waanzinnige tuin' woont. Zoon Alex wil schrijver worden en dochter Pipje actrice in Amerika, en loopt alvast weg van huis. Beroemde grootouders, een varkentje, een oude operazangeres en een Weense jongen in een rolstoel stofferen het verhaal, waarin een zekere Aloysius, eigenaar van het landhuis dat de Citroenen huren, voor spanning en mysterie zorgt.

Van Nanda Roep (26) verscheen vorig jaar een buitengewoon amusant debuut: 'Mevrouw Triktrak in de wolken'; vriendelijk, ongecompliceerd en goed geschreven, in de traditie van Annie M. G. Schmidt en Roald Dahl. Dat maakt nieuwsgierig naar haar tweede, het pas verschenen 'Heksenliefde'. Dit verhaal bevestigt de indruk van haar eersteling: het is een goedaardig kolderverhaal over een heks en een tovenaar waarin je 'De griezels' van Dahl herkent, maar dat ditmaal ook aan Paul van Loon doet denken, vooral door de gemoedelijke knipoog waarmee de meest ongeloofwaardige gebeurtenissen smakelijk opgedist worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden