Tv-recensie

Sinan Can is een verrijking voor de Nederlandse documentaire

Sinan Can staat zichzelf toe om emotioneel te worden. Beeld Maaike Bos

In mijn hoofd klinkt ingetogen applaus voor documentairemaker Sinan Can (40) en zijn reis naar IS-gebied in Syrië en Irak. Deze man is een van de moedigste programmamakers die we in Nederland hebben. 

En deze reis voor zijn tweeluik ‘In het spoor van IS’ was de ergste die hij heeft gemaakt, vertelde hij aan journalistenvakblad Villamedia.

“O tering”, zucht hij in een verwoeste straat in Mosul. “Ooh er liggen dooie mensen daar.” De Iraakse miljoenenstad was hoofdstad van het IS-kalifaat en is net bevrijd door het Iraakse leger en verschillende milities. Sinan Can draait zich om en leunt met de handen op zijn knieën. Achter hem nemen militairen selfies met de doden.

Het is zo wrang en helder tegelijk: niet alleen de stad, ook de menselijke waarden zijn door de oorlog verwoest. Hij ademt er zwaar van en als kijker voel ik me bedrukt.

Zijn reis door IS-gebied heeft hem zo diep geraakt dat hij thuis de stress niet weg kreeg en slapeloze nachten had. Waarom deed hij dit eigenlijk?, vroeg hij zich af. Eerder maakte hij prijswinnende series als ‘Onze missie in Afghanistan’, ‘Bloedbroeders’ (over de Armeense genocide) en ‘De Arabische storm’ (vijf jaar na de Arabische Lente). Voor die laatste twee riep het Humanistisch Verbond hem uit tot Journalist voor de Vrede. Het zijn reflecterende documentaireseries, waarin hij vanuit verschillende perspectieven gebeurtenissen probeert te plaatsen.

Loonstrookjes

Voor zijn nieuwe tweeluik stapt hij met regisseur Jochem Pinxteren en cameraman Bruce Amende vers de smeulende puinhopen in. Ze reizen langs de sleutelplekken uit de recente IS-geschiedenis. Naar de moskee in Mosul waar Abu Bakr Al-Baghdadi het kalifaat uitriep, naar Falluja waar de Amerikanen een hevige nederlaag leden. Daar loopt ‘onze’ Turks-Nederlandse jongen in een veel te smal kogelvrij vest en met een aangedaan gezicht. Dapper en waanzinnig. Moest dat nou, zo’n risico nemen?

Sinan Can vindt van wel. Hij wilde weten hoe het kalifaat functioneerde en wilde er zijn voor alle sporen waren uitgewist. Nu vond hij zelfs loonstrookjes van IS-strijders, met toeslagen voor overwerk... Zo goed waren ze dus georganiseerd. Hij wist ook als eerste journalist te filmen dat mensen terugkeerden in hun verbrokkelde huizen. Als Sinan Can hen aanspreekt, heeft hij voor het Arabisch geen tolk nodig. Hij zegt dat hij het Midden-Oosten goed kent en weet hoe hij zich daar kan bewegen. Ja, Can is een verrijking voor de Nederlandse documentaire.

In deel 1, ‘Geschiedenis van het kwaad’, probeert hij het ontstaan van IS verklaren, maar hij noemt helaas geen bronnen. Wat is objectief in dit sektarische gebied? Hij moet reizen onder begeleiding van sjiitische militairen, waardoor soennitische mensen niet met hem durven praten, merkt hij. De rol van de Amerikanen is duidelijk. Die maakten de cruciale fout om na de val van Saddam Hoessein de Baath-partij te ontbinden en 350.000 mensen (ook militairen) op slag werkloos te maken. Velen sloten zich aan bij IS, en zoeken nu verder. Hopeloos. Maar Can wordt niet onverschillig, de ellende kan hem nog steeds raken. “Ik ben een emotioneel mens. Ik bouw geen schild. Een dood kind went nooit”, zegt hij in Villamedia. Dat vind ik knap, en ergens hoopvol.

Lees hier meer tv-recensies

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden