Boekrecensie

Simon Winder neemt je in ‘Lotharingia’ van de hak op de tak mee door Noordwest Europa

Duitse troepen in 1914, onderweg 'van München via Metz naar Parijs'. Beeld Bettmann Archive

In zijn trilogie wil begenadigd causeur Simon Winder na ‘Danubia’ en ‘Germania’, nu alles weten van ‘Lotharingia’.

Simon Winder had in zijn nieuwe boek graag uitgebreid geschreven over Amsterdam, die fascinerende, prachtige stad met een rijk, maar donker verleden. De Britse uitgever en auteur doelt op de roemruchte Gouden Eeuw toen de hoofdstad veel rijkdom en aanzien verwierf, ten koste van veel leed in de uitgebuite koloniën.

Maar Amsterdam ligt net buiten het gebied dat de Britse historicus had afgepaald: een brede strook vanaf het noorden van de Jura en Zwitserland via de Elzas, het Saarland, het Groothertogdom Luxemburg (‘dat alleen maar bestaat omdat Frankrijk en Pruisen het niet de moeite waard vonden om er in de jaren zestig van de negentiende eeuw om te strijden’) en Duitstalig België naar het zuiden van de Lage Landen, en dan via de rivieren naar de Noordzee. Amsterdam, hoe mooi en interessant ook, ligt te veel naar het noorden en zou het verhaal dat hij te vertellen heeft hebben afgeleid.

Lotharingia, noemt Winder het gebied waarvan hij de geschiedenis beschrijft, onderdeel van het grote Karolingische Rijk dat na de dood van Karel de Grote in 814 door zijn kleinzonen werd opgesplitst in drie delen; Lotharius I kreeg het gebied ruwweg tussen het huidige Frankrijk en Duitsland, van Midden-Italië tot de Noordzee, en zijn drie zonen deelden dat opnieuw op, en zo ontstond Lotharingia, of Lotharingen, het onderwerp van dit boek.

Leiden

Maar gelukkig liggen er wel een paar andere Nederlandse plaatsen die het vermelden waard zijn. Sluis in Zeeuws-Vlaanderen bijvoorbeeld waar in 1340 de Engelsen de Fransen een gevoelige nederlaag toebrachten en dat nu zo ongelooflijk Engels aandoet, aldus Winder; als hij er rondstapt heeft hij het gevoel dat hij in z’n geboortestreek Kent is.

Of neem Leiden: als Winder naar het continent zou willen verhuizen, dan naar Leiden. Die prachtige universiteit, die schitterende hortus, het is allemaal fascinerend! Ja, eigenlijk zou hij er zo willen wonen. Maar Winder heeft zijn gezin nog niet zo gek weten te krijgen. Er is nog een hele serie Nederlandse steden en dorpen waar de auteur mee wegloopt, hij komt soms woorden tekort om ze te bewieroken. En net als veel van zijn landgenoten is hij gek van het Nederlandse voetbal; hij legt de lezer uit waarom Oranje Oranje heet.

Lotharingia is het slot van een trilogie. Eerder schreef Winder ‘Germania’, over Duitsland dat pas in 1871 een land werd maar waarvan de delen natuurlijk een hele geschiedenis hebben, en ‘Danubia’, ruwweg het Habsburgse Rijk; beide boeken werden zeer goed ontvangen.

Leiden, hortus botanicus. Beeld Hollandse Hoogte

Cliché

De aanpak van dit boek is ongeveer hetzelfde. De auteur, werkzaam bij de grote Britse uitgeverij Penguin, heeft het hele gebied doorkruist, elke stad bezocht en ook vele dorpen en geen museum, slagveld, of herdenkingsplaats overgeslagen. Hij vertelt met kennis van zaken, een soepele pen en aanstekelijk enthousiasme wat er in Lotharingen door de eeuwen allemaal is gebeurd, wat de oorzaken en de gevolgen waren van al die oorlogen die de streek door de eeuwen hebben geteisterd. Het levert bij elkaar een leerrijk, leesbaar, maar bij vlagen ook vermoeiend boek op.

Het is een gebied met een bewogen geschiedenis, om maar eens een cliché uit de kast te halen - Simon Winder is er zelf ook niet vies van (een paragraaf heet ‘Het verdriet van België’). Pagina’s lang schrijft hij over Metz, dat net als het nabijgelegen Straatsburg door de jaren heen zowel Frans als Duits geweest is. Die tweespalt is overal te zien: de bovenstad rond de kathedraal is op en top Frans met luiken, ijzerwerkjes, bochtige straatjes, katholiek, artistiek, vreemde geurtjes. De benedenstad is daarentegen een typisch product van het Duitse Keizerrijk: bombastisch, rechthoekig, humorloos, een zichtbaar afvoersysteem ‘en ook een paar knettergekke gebouwen’. Illustratief is ook Metz’ ‘markante’ station dat de Duitse keizer Willem II eind negentiende eeuw liet bouwen. Het was bedoeld als westelijk eindstation van het Duitse volk en was zo ontworpen dat binnen de kortste keren militaire treinen konden worden geladen en gelost; dat kwam de Duitsers bij het begin van de Eerste Wereldoorlog goed uit.

Met hetzelfde gemak vertelt Winder een paar pagina’s lang over Antoni van Leeuwenhoek. Hij schijnt geen aangenaam mens geweest te zijn, maar het belang van zijn werk valt niet te overschatten. “Zijn doorbraken van het soort ‘de wereld is hierna nooit meer hetzelfde’ waren de ontdekkingen van de zaadcellen en micro-organismen.” Volgens Winder kun je die op één lijn stellen met de ontdekking van Amerika. Van Leeuwenhoek werd een gevierd man, hij kreeg vanuit alle delen van de wereld hoog bezoek: Peter de Grote en de Britse filosoof John Locke; de laatste kwam om het sperma van een hond te bekijken.

Opgeblazen condooms

Winder strooit lustig met zulke anekdotes, ditjes en datjes, zinvolle maar soms ook onzinnige wetenswaardigheden. Hij hoort ze van deskundigen ter plaatse, of plukt ze van internet. De auteur wil gewoon alles weten: als hij naar het Belgische Stavelot gaat, leest hij zich van te voren in en vertelt hij de lezer welke rol deze plaats heeft gespeeld bij het Ardennenoffensief van de Duitsers in 1944, en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ondertussen kan hij niet nalaten te melden dat hij Stavelot bezocht in een bus vol lawaaiige schoolkinderen die opgeblazen condooms over de hoofden van de passagiers lieten vliegen.

Die anekdotes verstoren soms Winders verhaal. Hij is als de overenthousiaste geschiedenisleraar die van de hak op de tak springt, zijwegen inslaat, dat ene detail nog even vertelt, en o ja, dat moet je ook nog weten - het is soms wel heel vermoeiend. En dan gaat de auteur in het nawoord ook nog onthullen wat hij allemaal heeft moeten weglaten!

Maar er staat ook veel tegenover. Winder weet de aandacht toch vast te houden, komt met verrassende dingen, heeft vaak een opmerkelijke kijk op bekende geschiedenisfeiten, interpreteert ze op een persoonlijke en vaak humoristische manier en brengt gebeurtenissen in Lotharingia door de eeuwen heen moeiteloos met elkaar in verband. Na lezing van dit boek weet je wel behoorlijk wat meer over de lange, interessante en bloedige historie van deze Europese streek.

Oordeel: leerrijk, leesbaar, maar bij vlagen vermoeiend boek.

Simon Winder, Vert. Conny Sykora
Lotharingia
Spectrum; 504 blz. €34,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden