InterviewSigrid Nunez

Sigrid Nunez: ‘Mijn schrijfstudenten houden niet van lezen’

Sigrid NunezBeeld Marion Ettlinger

In 2018 breekt de Amerikaanse Sigrid Nunez internationaal door met haar roman De vriend. Nu verschijnt haar nieuwe roman: Wat scheelt eraan? Opnieuw een ontroerend relaas over vriendschap, liefde, onmacht en medeleven.

Een ongeneeslijk zieke vrouw vraagt een vriendin om haar gezelschap te houden in de laatste maanden van haar leven, in een gehuurd huis in New England (VS) dat, zo zegt ze, het juiste decor biedt voor wat de bedoeling is. De vrouw wil het moment van haar dood zelf kiezen, ze heeft de pillen in huis, maar ze wil dan niet alleen zijn. ‘Dit is een nieuw avontuur’, zegt ze. ‘Ik heb geen idee hoe het zal uitpakken. Stel dat er iets misgaat.’ De vriendin is overigens niet de eerste die ze het vraagt, voegt de zieke er droogjes aan toe, twee vriendinnen weigerden al. ‘Zo zijn mensen. Ze willen hoe dan ook dat je blijft vechten.’

Het ongewone verzoek vormt een sleutelmoment in de nieuwe roman van de Amerikaanse Sigrid Nunez (69), What are you going through? (Wat scheelt eraan?), voor zover je in deze plotloze roman van een sleutel­moment kunt spreken. We kruipen in de huid van een naamloze verteller, een oudere vrouw, schrijfster en schrijfdocent, New Yorks; geestig, erudiet, opmerkzaam, associatief. Een thriller op het nachtkastje van een airbnb leidt tot overpeinzingen over schrijver Patricia Highsmith en haar liefde voor criminelen, een ontmoeting in de sportschool tot een exposé over het ouder wordende vrouwenlichaam. In bezigheden en gedachten herinnert deze verteller aan die in Nunez’ vorige roman De vriend. In De vriend werd de ‘ik’ opgeschrikt door de zelfmoord van een goede vriend, een literatuurprofessor, waarna ze zijn hond opvangt, een Deense dog, een enorm beest dat eigenlijk niet in haar appartement past. In Wat scheelt eraan? is het de zieke vriendin die een beroep doet op de ik-figuur.

De vriend, haar zevende roman, bezorgde Sigrid Nunez in 2018 de National Book Award. Het boek werd vertaald in 25 talen, waaronder het Nederlands, en ook hier enthousiast ontvangen. “Ik kreeg een automa­tische salarisverhoging als schrijfdocent”, zegt ze nu, “maar verder is er niet zoveel veranderd. Als ik die prijs eerder gehad dan was mijn carrière wel anders verlopen, maar de vraag is of ik dan nog had durven schrijven.”

Nu is er wel snel weer een nieuw boek dus. Opnieuw een heerlijk patchwork aan gedachten, gesprekken, zijsporen, inclusief een pratende kat en passages uit een obscure thriller. In haar reflectie op vriendschap en verlies is Wat scheelt eraan? delicater nog dan De vriend, ontroerender ook. Onmacht, ongemak, medeleven, Nunez stelt het allemaal heel terloops en licht, vaak geestig aan de orde. Tussen de verteller en de zieke vriendin ontwikkelt zich een bijzondere liefde, een stilzwijgend verbond dat hen (en de lezer) verrast. Het product van een scherpe intuïtie en voorstellingsvermogen, zo blijkt in een gesprek via Skype met de auteur, want hoewel het relaas de vorm heeft van een memoir is het allemaal verzonnen, vertelt Nunez vanachter haar bureau in haar New Yorkse appartement.

“Ik heb nooit een groter plan”, zegt ze. “Ik begin ­altijd bij een eerste idee. Nu was dat het idee dat de verteller, een vrouw die erg op mij lijkt, in een provincieplaats vier uur verderop een sombere toespraak over klimaatverandering bezoekt. En dat ze dan gaat logeren in een airbnb. En dat de airbnb een kat beloofde, maar dat die er niet is. Zoals dat gaat. Dat de vrouw die plaats bezoekt vanwege haar vriendin in het ziekenhuis, verzon ik pas later. En dat de zieke vriendin haar vraagt om met haar die reis te maken bedacht ik nog weer later. Zo ging het ook bij De vriend. Eerst was er de vriend die zelfmoord pleegde, de hond die de vrouw erft van hem, verzon ik pas op bladzijde 30.”

Beide boeken gaan over vriendschap en verlies. De vriend over hoe de ander een vreemde blijft, Wat scheelt eraan? juist over intimiteit. Komt dit nieuwe boek voort uit het vorige?

“Dit boek komt zeker ook voort uit het vorige. De verteller reageert op het verzoek van haar vriendin zoals de vrouw uit het eerdere boek ook zou reageren. Ze reageert zoals de meeste mensen zouden reageren, denk ik. Ze twijfelt. Maar ze waren samen jong, en dat is belangrijk. Als ze toch instemt blijft ze de situatie eerst ontkennen. Ze houdt zichzelf lang voor dat de vriendin de euthanasie toch niet door zal zetten. Maar dan berust ze en verbindt ze zich, en ontdekt ze dat ze eigenlijk nergens anders zou willen zijn.”

Eerlijkheid vormt een rode draad in het boek. De zieke vriendin hekelt huichelarij. In een lotgenotengroep vertelt een vrouw dat ze voelt dat haar man opgelucht is bij het idee van haar aanstaande dood. Iedereen spreekt haar tegen – heel pijnlijk is dat.

“Dat is een terugkerend probleem in het lijden toch? Mensen willen alleen maar horen wat ze aankunnen. Ze weten niet hoe ze moeten reageren, daar schamen ze zich voor, en dat duwen ze dan weg door iemands slechte boodschap tegen te spreken. Het is ook een bekend probleem in healing groups dat mensen alleen zeggen wat ze denken dat ze moeten zeggen. Hoe treurig is dat. Je wil als mens niet alleen zijn in het sterven, maar dan moet je dus nog steeds, zelfs in dat proces, een rol spelen, je zorgen maken om je imago. Een vriend van mij die ziek was, wilde stoppen met werken. Hij was doodmoe. Maar zijn omgeving wilde maar dat hij aan het werk bleef. Hij was gewoon redacteur. Ik vond het schrijnend.”

Sigrid Nunez Beeld Clement Pascal

U gebruikt de memoir-vorm maar u put niet uit uw eigen leven. Die autofictie zet de lezer ook op het verkeerde been.

“Alleen mijn achtergrond kan ik gebruiken: het lezen, het schrijven, het lesgeven, het ouder worden. Verder vind ik mijn eigen leven niet zo interessant. Over de verteller kom je in dit nieuwe boek ook niet zoveel te weten, ze dient vooral als oor voor andermans verhalen. Ik wil juist graag over die andere levens nadenken en over dingen die zouden kunnen gebeuren.

“Overigens voel ik veel sympathie voor lezers die hun bekomst hebben van autofictie, die zeggen dat die schrijvers alleen voor andere schrijvers schrijven. Ze gaan er alleen onterecht van uit dat alles in autofictie echt gebeurd is, dat ze je dagboek lezen.”

Heeft de pandemie uw leven veranderd, uw schrijfroutine?

“Oh zeker. Toen het begon was ik me de hele dag aan het voorbereiden, zonder iets op papier te krijgen, ik kon niet eens lezen. Hele dagen nam ik alleen het nieuws door. En toen kwam de moord op George Floyd. Veel demonstraties vonden plaats in mijn buurt. Op gegeven moment zat ik CNN te kijken en herkende ik mijn eigen gebouw dat in brand stond op tv. Ik kon de brand ruiken.

“Nu zijn we maanden verder en het schrijven lukt nog steeds niet. Ik weet gewoon niet zeker wat ik wil schrijven. Ik wacht op een begin. Ik wil niet over de pandemie schrijven, maar ik kan er ook niet niet over schrijven. Ik denk nu aan een historische roman zodat ik er niets mee hoef.

“Verder is het leven ook niet zo veranderd trouwens. Ik ben gewend aan alleen zijn. Ik ga wel veel naar buiten, interessant was dat toen de stad uitgestorven was. Nu is het alweer veel drukker buiten. Ik ben ook weer met lesgeven begonnen. Dat zal me hopelijk ook weer aan het schrijven krijgen. Ik moet wel weer een project vinden. Anders voel ik me wel erg nutteloos.”

Voor u begon met schrijven volgde u een ballet­school. Heeft die ervaring u geholpen als schrijver en als schrijfdocent?

“Oh ja, daar ben ik heel dankbaar voor. Een beetje zoals mensen zeggen dat ze blij waren om naar kostschool te zijn geweest, of het leger in. Mijn leven thuis was chaotisch, mijn ouders hadden een slecht huwelijk, we woonden in een woningbouwproject. Ik was zeker geen ongelukkig kind, maar het was heerlijk om deze plek te hebben waar je alleen maar dat ene kon doen. En het was een heerlijke plek: Manhattan, de muziek, de studio, het kijken naar beroemde dansers. Plus: niemand loog tegen me, zoals ze wel tegen kinderen liegen over de prachtige verhalen die je hebt geschreven. De docenten schreeuwden. Het waren Russen. Mijn mislukking daar was heel leerzaam. Ik begon veel te laat met ballet. Ik was 14, it was never going to happen. Maar om te mislukken na zo hard werken was een goede ervaring. Er is zoveel mislukken in het schrijven en nu was ik al eens afgewezen op jonge leeftijd. En dat had ik overleefd.”

Het ballet leerde u te falen?

“Het leerde me discipline. Soms word ik erg moe van mijn schrijfstudenten. Ten eerste werken ze niet hard, ten tweede kunnen ze niet tegen kritiek. En dan denk ik aan die jonge dansers, atleten, die zo hard werken, pijn accepteren. Kinderen in feite. Mijn studenten zijn achter in de twintig en ze willen alleen maar geprezen worden. Schrijfstudenten begrijpen het idee van oefening ook niet. Een collega van me merkte op dat haar beste eerstejaars de atleten waren. Die begrijpen het idee van een coach. De coach mag zeggen dat iets rotzooi is, dat het echt beter moet. Dat kan je in een schrijfklasje niet zeggen. Niemand zou het begrijpen. Ze zouden denken dat er iets mis is met je.”

Is dat iets nieuws? Kon dat 50 jaar geleden wel?

“Zelf heb ik op Barnard schrijflessen gevolgd bij Elizabeth Hardwick die studenten stevig op hun plaats zette. Kritiek wordt ontmoedigd nu. In ieder geval hier in het workshopsysteem is het erg moeilijk om eerlijk te zijn, you have to tiptoe around it.”

In De vriend citeert u de dichter Rilke die het schrijven een roeping noemt, dat om isolement vraagt en toewijding.

“Precies. Mijn schrijfstudenten lachen daarom. Een danser begrijpt dat direct.”

Maar misschien komt dat verschil ook omdat het onderwijs in schrijven relatief nieuw is?

“Misschien, maar het probleem is ook dat iedereen schrijft, overal. Als je gitaar of viool speelt, zijn de klanken die je in het begin voortbrengt zo gruwelijk, niemand zegt er iets moois over. Niemand danst meteen vol gratie. Maar mijn studenten begrijpen niet dat het eerste wat je opschrijft onbeholpen is, dat je het moet leren. Omdat ze altijd taal hebben gebruikt en omdat iedereen schrijft, denken ze dat alles wat ze opschrijven oké is. Ze begrijpen niet wat een slechte zin is.”

Zijn ze geen goede lezers dan? Dan moet je toch ook de goede en de slechte zin kunnen herkennen?

“Dat is een ander probleem waar ik het in De vriend ook over heb. Veel van mijn schrijfstudenten lezen niet. Vroeger wilde je schrijver worden omdat je van lezen hield. Nu zeggen studenten heel vaak dat ze niet lezen, dat ze niet van literatuur houden. Dat zijn er ieder jaar meer.”

Waarom willen ze dan schrijven, als ze niet willen lezen?

“Dat bedoel ik. Het is heel vreemd. Ieder jaar heb ik er meer in de klas zitten die me vertellen dat ze niet willen lezen, maar die wel willen schrijven en door anderen gelezen willen worden.”

Bio

Sigrid Nunez (1951) groeide op in woningbouwproject Fort Green, in de buurt van Chinatown, New York, als dochter van een Chinees-Panamese vader en een Duitse moeder. Als twintiger werkt ze bij The New York Review of Books en woont ze enkele jaren in huis bij Susan Sontag, met wier zoon David Rieff ze dan een relatie heeft. In 2011 zal ze een heerlijk memoir over Sontag publiceren: Sempre Susan. Ze debuteert in 1995 als romanschrijver met het ook in het Nederlands verschenen Een veertje op Gods ademtocht. In 2018 wint ze de National Book Award voor De vriend. Wat scheelt eraan? is haar zevende roman.

Sigrid Nunez
Wat scheelt eraan?
Vert. Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Atlas Contact; 212 blz. € 22,99

Lees ook: 

De schrijfster, de Deense dog en hun dode vriend. 

Sigrid Nunez vindt het grote publiek met haar roman over rouw, de band tussen mens en dier, en de literatuur.

Hoe verover je een plek onder de Amerikaanse zon?

Sigrid Nunez: Een veertje op Gods ademtocht. Vert. Molly van Gelder. Anthos, Baarn; 199 blz. - ¿ 29,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden