Review

Siebelink prikkelt onze fascinatie voor absolute overgave

Jan Greven

Vraag een verliefde ziel naar haar redenen. Als antwoord krijg je gestamel of, op zijn best, gemeenplaatsen. Dat ze zo leuk lacht. Dat hij zulke innemende ogen heeft. Dat soort onnavoelbare onzin. Mensen zijn niet in staat onder woorden te brengen wat hen ten diepste raakt en dat komt omdat ons verlangen een duistere kern heeft. Wie verliefd is, verbindt een eigen creatie, het ideaalbeeld van de geliefde, met een reëel bestaande persoon. Waarom juist dat ideaalbeeld? Waarom juist die ene persoon? We weten het niet.

Geldt hetzelfde voor geloof? In januari 2005 verscheen ’Knielen op een bed violen’ van Jan Siebelink. Voor de hoofdpersoon Hans Sievez is het geloof allesbepalend. Maar als hem gevraagd wordt waarom hij gelooft en wat zijn geloof voor hem betekent, komt hij niet verder dan gestamel. Zelfs tegenover zichzelf is hij niet helder. Hij heeft een hartstochtelijk verlangen naar God. Maar zijn verlangen heeft, net als het verlangen van de verliefde ziel, een duistere kern die hij niet onder woorden kan brengen.

Het boek raakte een gevoelige snaar. Er werden meer dan vijfhonderdduizend exemplaren van verkocht. Hoe kan een boek waarin geloof en religie zo centraal staan zo’n weerklank vinden in dit door en door geseculariseerde land? Nostalgie? Heimwee naar een verloren God? Of komt dat door die mystieke, onbegrijpelijke kern? Kunnen we, door die kern nader te analyseren, zicht krijgen op de religieuze beleving van Sievez en op religieuze beleving in het algemeen?

Twee godsdienstfilosofen van de VU, Edwin Koster en Wessel Stoker, legden deze vragen voor aan een zestal filosofen en psychologen. Die antwoordden via de denkbeelden van voor hen persoonlijk belangrijke denkers. Een beetje ingewikkeld procedé. Maar via via weet je nu wel hoe uiteenlopende geleerden als de Amerikaanse socioloog Peter Berger, godsdienstpsycholoog William James, filosofen als Emmanuel Levinas, Charles Taylor, Martha Nussbaum, Paul Ricoeur, William Alston en Paul Moyaert en godsdienstpsycholoog Antoine Vergote denken over het geloof van Sievez.

Om de clou meteen maar te verraden: niet positief. Sievez kan eigenlijk alleen bij William James door de beugel. Maar volgens James is religie dan ook een strikt persoonlijk antwoord op twijfel, angst en zondigheid. Twijfel aan de zin van het bestaan. Existentiële angst voor het kwaad. Een diep besef van persoonlijke zondigheid. Religie draait om persoonlijke verlossingservaring.

Precies zo is het bij Sievez. Als hij God maar echt ervaren heeft. Dan is het goed. Maar juist op het punt van de echtheid van de Godservaring is hij onzeker. In het boek wordt hij er over ondervraagd door een vierschaar, die na veel wikken en wegen een echte Godservaring constateert. Maar overtuigd is hij niet. De twijfel blijft. Tot op zijn sterfbed.

Tragisch, maar had je anders verwacht? Nee, zeggen alle denkers uit de bundel, met uitzondering dus van James.

Een mens die alleen staat voor God, met niets tussen hem en God in, is net zo onzeker over zichzelf, net zo stamelend over wat hem overkomt als een verliefde over zijn verliefdheid. Wil er iets komen van zekerheid, dan moet er iets tussen God en mens in geschoven worden. Een ander door wiens ogen God naar ons kijkt (Levinas). Een symbolische praktijk omdat een symbolische werkelijkheid als God alleen indirect, via symbolen, benaderd kan worden (Moyaert). Zonder zo’n bemiddeling, alleen aangewezen op zichzelf, blijft de gelovige een homeless mind, sociaal dakloos, vervreemd van de wereld (Berger). Sievez vertoont dwangneurotische en hysterische trekken. Niet door de religie, maar door zijn persoonlijkheid (Vergote).

Kortom, Sievez gelooft verkeerd en dat zal wel waar zijn. Het zal wel waar zijn dat een ’goed’ geloof het rustiger en doordachter aanpakt. Dat je via via beter kunt geloven dan onbemiddeld in een één op één in relatie tot God.

Allemaal heel verstandig opgemerkt. Maar de meer dan een half miljoen Nederlanders die Siebelink kochten, deden dat niet om een verhaal te lezen over religieuze pathologie. Ze deden dat uit fascinatie voor absolute overgave. Geloofsovergave door de hoofdpersoon. Liefdesovergave tot over de dood door zijn vrouw. Ze herkenden de hunkering naar absoluutheid. Daardoor werd de snaar geraakt. Door het extreme begrijpen wij, mensen van het huisje, boompje, beestje, onszelf een beetje beter als de hartstocht van liefde of geloof ons van onze voeten dreigt te slaan. We zoeken wijsheid en zelfinzicht – geen betere religie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden