null

Glitteren, gloeien en broeien

Showtime! Hoe Berlijn de pandemie-blues met klatergoud te lijf gaat

Beeld ANP / EPA

Met een overdonderende, fonkelende, grootse en glitterende revue in jaren twintig-stijl wil Berlijn de pandemie de stad uit jagen. Dat lukt, heel even.

Andrea Bosman

Uit de bovenkant van de stoelen voor ons blaast zachtjes koele lucht. Een fonkelnieuw beluchtingssysteem. We kijken uit over de grote, verwachtingsvolle zaal met een kleine tweeduizend bezoekers en met een breed, diep showpodium dat het grootste ter wereld schijnt te zijn: dat van het Friedrichstadt-Palast in Berlijn, een van de laatste overblijfselen van de oude DDR met zijn maffe mix van betonnen Plattenbau en art deco.

Een van de laatste theaters ook op aarde waar de grootschalige revue, met zijn wortels in de jaren twintig, zo in ere wordt gehouden. Tientallen dansers warrelen in fladderend zwart latex over het podium, een duistere sfeer. Zijn het vleermuizen, zoönose vleermuizen misschien?

Blonde pruiken, gouden pakjes en zeer lange benen

Dan stijgt, achter het orkest, heel traag een reusachtige, uit lampen opgebouwde gouden zon op. De dageraad breekt aan, zo subtiel en gloedvol dat we het niet kunnen helpen een zekere ontroering te voelen. Tegelijkertijd werpen de dansers hun kostuums af, ze blijken er blonde pruiken, blote gouden pakjes en zeer lange benen onder te dragen. Ze schrijden rond, ze dansen, ze begroeten de zon.

Alles glinstert, glittert, gloeit en broeit. Overdadig. Dat is revue, zoals de Berlijnse krant der Tagesspiegel schreef: ‘van alles te veel en dan tegelijkertijd’.

Andrea Bosman is redacteur van Tijdgeest. Ze studeerde moderne Westerse letterkunde in Utrecht, en een jaar germanistiek in Berlijn.

We (vrouw, man, dochters) zijn naar Berlijn gereisd om naar Arise te kijken. Een show die zich, als we de Duitse kranten mogen geloven, enkel in superlatieven laat uitdrukken en waarmee het Friedrichstadt-Palast, na anderhalf jaar gesloten te zijn geweest, in september royaal heropende.

null Beeld

Op de een of andere manier is de drang om hier te gaan kijken onweerstaanbaar. Een snelle escape naar iets vertrouwds, na anderhalf jaar corona.

Veertig benenzwiepende danseressen in barbiepakjes

Hoe lang geleden is het dat ik in de Hauptstadt was? De stad waar ik sinds mijn zeventiende veel kom, mijn eerste buitenlandse reis alleen, en waar ik twee semesters germanistiek studeerde in het jaar dat de muur viel. Een stad ook waar ik me sneller thuisvoelde dan in mijn eigen studentenstad.

Zeker in die eerste jaren, toen West-Berlijn nog een eiland was voor iedereen die zichzelf anders vond. De ideale aanwaaistad voor de licht ontwortelden.

Aan de show is alles groot, groter, grootst. Meer dan honderd artiesten uit 26 landen, bijna zestig dansers, vijf componisten (twee nummers zijn geschreven door Tom Neuwirth, alias songfestivalwinnaar Conchita Wurst), drie scenarioschrijvers, acht choreografen, drie kostuumontwerpers. De show bevat de breedste kickline, Girlsreihe ter wereld: veertig benenzwiepende danseressen in identieke barbiepakjes op een rij. En een enorme hoeveelheid techniek, waarbij op zeker moment het ganse podium in een indrukwekkende waterpartij met spetterende fonteinen en watervallen zal veranderen.

Arise, in de gebiedende wijs ook nog eens

Er is dan ook een ongelooflijke 11 miljoen euro gestopt in Arise, wat letterlijk ‘Sta op’ betekent. Een motto dat passend klinkt voor een christelijk muziekfestival, maar nu naadloos lijkt aan te sluiten bij een breed gevoelde behoefte om de pandemie en alles wat het leven de afgelopen tijd dof en monotoon maakte af te schudden.

In de gebiedende wijs ook nog eens. Pandemie-exorcisme, las ik ergens, of: hoe de zinnelijkheid het wint van de plaag. Dat moeten we gaan zien.

null Beeld

Zou de show werkelijk dat effect hebben? Van een nieuwe huid, de oude afgeworpen, van zonnestralen en hernieuwde hoop? Dan moet het recept van de helende, escapistische revue onmiddellijk over heel Europa verspreid worden.

Op straat is de pandemie nog volop aanwezig

Een lichte aarzeling voel ik ook, want normaal zou ik in Nederland niet zo snel kaartjes kopen voor zo een show. Zou het vooral de wens zijn dit zo te voelen en helpen die jubelende stukken in de feuilletons van de kranten daarbij, om de mythe in stand te houden?

Zo leer je Berlijn echt kennen

Rijksdag, Alexanderplatz of hip Friedrichshain: dat kennen we nu wel. Voormalig Berlijn-correspondent Wim Boevink neemt u mee langs de kleine sporen, de fijne lijnen.

Want in de werkelijkheid van alledag is in de straten van Berlijn de benauwenis van die plaag nog volop aanwezig. Niks post-pandemie. Overal zijn mondkapjes gevraagd. In winkels, cafés, restaurants, musea, metro’s, bussen, ja zelfs in de buitenlucht op de bekende zondagse rommelmarkt op de Strasse des 17. Juni.

En zoals we gewend zijn in Duitsland zullen we, mochten we het mondkapje onverhoeds vergeten zijn, of zomaar met zijn tweeën een draaideur in stappen, daar in een mum van tijd door een oplettende medeburger streng op worden gewezen. En dan vallen er nog de nodige slachtoffers van de diverse lockdowns te betreuren: cafés en restaurants, winkels die niet (meer) of nauwelijks open zijn. Zelfs het bekende café Savigny in Charlottenburg niet.

Latex handschoentjes voor smetvrije bediening

De dag dat we Arise gaan zien, brengen we eerst een bezoek aan het hagelnieuwe, reusachtige Humboldt Forum, het opnieuw opgebouwde Stadtschloss in het oude hart van de stad dat deze zomer openging. Die mix van pure nostalgie aan de buitenkant en gladde, imposante hedendaagsheid aan de binnenkant willen we niet missen. Ook hier heerst nog steeds pandemie: online reserveren voor een tijdslot.

null Beeld

Overal in het gebouw, waar een indrukwekkende 30.000 vierkante meter (!) met verschillende exposities op ons wacht, zijn mondkapjes verplicht. Bij het betreden van Berlin Global, een nogal interactieve, educatieve expositie ‘over de relatie van Berlijn met de rest van de wereld’ hebben we een soort smartwatch nodig en ook latex handschoentjes om de diverse touchscreens smetvrij te bedienen. Al snel hebben we zweethanden.

In een van de zalen stuiten we op het Kaiser-panorama, rond 1900 een populair fenomeen: een fraai gelambriseerd paviljoentje, waaromheen meerdere bezoekers tegelijk – als in een peepshow – kijken naar stereofotografie: nostalgische plaatjes van Berlijn. Elke keer als een bezoeker opstaat na een blik in dat verleden, komt een medewerkster van het museum bijna ongemakkelijk snel met plastic handschoenen, een doekje en ontsmettingsmiddel om alles ijverig schoon te poetsen.

Pas als we zitten mag het mondkapje af. Showtime!

Ook ’s avonds, in het Friedrichstadt-Palast is er de check van corona-app plus identiteitsbewijs, mondkapjes en lange rijen. Bij de wc’s een lange rij en een medewerkster die met plastic handschoenen, doekje en een fles schoonmaakmiddel elk net bezocht toilet induikt. Pas als we op onze stoelen zitten mag het kapje af. Eindelijk ademen. Showtime!

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Het is niet zo raar dat die combinatie van sombere tijden en escapistische revue zijn wortels heeft in de zogenoemde Goldener Zwanziger, de beroemde en beruchte jaren twintig van de vorige eeuw, die helemaal niet zo golden waren, maar waar Berlijn geen genoeg van lijkt te krijgen.

Helemaal nu, nu de nieuwe jaren twintig zijn aangebroken. Een periode die steeds opnieuw, als in een eindeloze looping, naar voren getoverd kan worden, tot het moment dat het bruine gedachtegoed de straten serieus verovert. En dan begin je weer van voren af aan.

Een met schuld beladen periode, die toen nog onschuldig leek. Niet voor niets is de misdaadserie Babylon Berlin – die door hedendaagse scenarioschrijvers is geschreven, maar zich in de jaren twintig afspeelt – zo succesvol. Ook buiten Duitsland, zodanig dat er in de stad allerlei tours met gidsen langs de filmlocaties worden aangeboden. Een nieuwe serie over die periode van dezelfde makers schijnt in aantocht te zijn.

Dansen, zuipen, snuiven

Al zijn de verschillen reusachtig, de parallellen zijn aanlokkelijk. Ook in de vorige jaren twintig was het een dansen aan de rand van de vulkaan. De vrijheid lonkte, maar tegelijk gierde de inflatie rond. Berlijners begaven zich in de talloze bars, danslokalen en cabarets om de angst voor de toekomst weg te dansen, zuipen en snuiven.

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Met de diepe afgronden van de voorbije oorlog in de rug en het ondergronds borrelende fascisme in aantocht werd de preutsheid van de keizertijd afgeschud – en hoe.

De best prikkelende, maar toch kuisblote pakjes van de danseressen in Arise stellen weinig voor vergeleken bij de performances van naaktdanseressen als Anita Berber, ‘de wildste vrouw van de Weimarrepubliek’.

Maar dat naaktdansen toen had iets grimmigs. In het tijdschrift Geo lees ik over ‘kalkwit geschminkte vrouwen’, hun naakte lijven slechts in een sluier gehuld, engelen des doods die met hun lijven draaien alsof hun spoedige ondergang nabij is. “Ze dansen de waanzin en de syfilis, de plagen, de zelfmoord en het sterven.”

De zucht naar vervlogen tijden

Toen ik rond de millenniumwisseling met een beurs voor Europese journalisten wederom een jaar in Berlijn woonde – om juist ook die mythes waarmee de stad zich zo graag omringt te onderzoeken – dook die zucht naar vervlogen tijden al overal op. Vooral naar de jaren twintig, maar ook naar andere periodes. In de cultuurbijlagen van de kranten, de feuilletons, maar ook als we op de fiets – met een peuter in een fietsstoeltje – de stad doorkruisten.

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Op de opnieuw opgebouwde Potsdamer Platz werd café Josty ‘heropend’, ooit een vermaard lokaal waar kunstenaars en schrijvers kwamen, van Theodor Fontane tot Erich Kästner en Ernest Hemingway. Ze schonken er net als toen goede Bohnenkaffee, serveerden twaalf soorten Kuchen, er lagen stapels internationale kranten.

De manager hoopte uiteraard op dezelfde avantgarde clientèle als vroeger, maar verstopt onder de brave hoed van het Sony-centre, toch een soort Hoog Catharijne, zag ik dat niet zo snel gebeuren.

Niet alleen die jaren twintig werden steeds opgeroepen; er werd toen al over dat cliché geklaagd. In die jaren werd ook het beeld van Der alte Fritz – koosnaampje voor Frederik II, koning van Pruisen en verbannen in DDR-tijden – weer op zijn oude plek op Unter den Linden neergezet, hoog op zijn paard. Kopieën van militaristische beelden keerden terug op het nabijgelegen museum het Zeughaus.

Waarom niet fris vooruitkijken?

Als buitenstaander was het moeilijk te begrijpen, die zucht naar restauratie van een al zo lang verdwenen verleden dat ook vele schaduwzijden had. Waarom niet fris vooruitkijken, de toekomst in?

null Beeld

Het in de Tweede Wereldoorlog beschadigde keizerlijk paleis, het Stadtschloss, was in de jaren vijftig opgeblazen door het DDR-regime. De DDR bouwde er het Palast der Republik, waar de Volkskammer zetelde. Het gebouw met zijn oranjekleurige spiegelramen werd vanwege de overdadige verlichting ook wel grappend Erichs Lampenladen genoemd, naar de laatste leider van de DDR, Erich Honecker.

Maar na de Wende in 1989 moest ook dit opzichtige DDR-symbool gesloopt (oké, er zat veel asbest in) en begon de discussie over herbouw.

Het is bijna ongelooflijk, om het nu in volle pompeuze glorie te zien liggen, als een fata morgana. Het is er, vele jaren, veel vertraging en vele honderden miljoenen euro’s verder, toch gekomen. Ondanks de vele exposities die je er kunt zien, voelt het als een lege huls waar men zich geen raad mee weet, passend bij een stad waar de jongste geschiedenis zoveel zichtbare en onzichtbare lagen heeft achtergelaten.

Oohs, aahs en een oorverdovend applaus

Terug in de zaal, waar de steekvlammen die op het podium worden uitgespuwd zo groot zijn dat we de hitte in ons gezicht voelen. Waar danseressen in stomende hoepels boven ons hoofd zweven. Waar het ene moment het podium volstroomt met dansers in oogverblindende kostuums, kleurrijk, fantasievol, herinnerend aan het beroemde Triadisches Ballett van Oskar Schlemmer, het andere moment Amerikaanse en Russische trapeze-artiesten met doodsverachting door de lucht vliegen, oohs en aahs krijgen en een oorverdovend applaus. Ook van ons.

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Na de pauze zijn alle reserves overboord gegooid. Wegdragen kun je ons na het spetterende waterballet, als oplichtende kwallen, flirterige gouden Neptunessen, levende waterlelies en aanstekelijk dansende oranje Nemo-vissen door de fonteinen huppelen. Wat is dit allemaal? We laten het met een brede glimlach gebeuren.

Het verhaal? Ach. ‘Liefde is sterker dan tijd’, luidt de ietwat kleffe ondertitel van de show, maar we zouden niet in Duitsland zijn als er niet een wat ernstiger, Faust-achtig draadje was. Een fotograaf, Cameron, die de inspiratie, de kleur, de zin in het leven is kwijtgeraakt en die door een Mefisto-achtige figuur – die Zeit heet – op een tijdreis wordt gestuurd om de demonen te verjagen en zijn muze terug te vinden. Letterlijk.

Ook is een er zangeres genaamd Licht, die de fotograaf, jawel, het licht wil laten terugvinden. Van Zeit mag Cameron zijn muze nog één keer zien, als een soort Orpheus en Eurydice.

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Het is deze muze, een rol van Kediesha Mcpherson, die de vierde wand doorbreekt en zich als enige direct tot ons, het publiek richt. Ze zegt zo blij te zijn dat we er weer zijn. Dat zij er weer zijn. “Maar zonder jullie zijn wij niks, de illusie die wij willen maken, werkt alleen als jullie er naar willen kijken.”

Een illusie, een ontsnapping. Heel even. Want als ik bij het verlaten van de zaal mijn mondkapje vergeet, gebaart een theatermedewerkster naar haar mond. ‘Maske, bitte.’

Lees ook:

Rem Koolhaas maakt het Berlijnse icoon KaDeWe weer een baken van luxe

Ook voor niet-shoppers is het leuk om bij KaDeWe binnen te lopen, om te kijken wat sterarchitect Rem Koolhaas ervan maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden