Review

Servies, fatsoen: alles gaat stuk

Irène Nemirovski kwam om in Auschwitz, maar legde voor haar deportatie nog vast hoe snel de Parijse burgerij in de oorlog haar waardigheid verloor. Terecht wordt ze vergeleken met Anne Frank, wier talent ook in de kiem gesmoord werd.

Pieter van den Blink

Wij zijn 'weldenkende mensen' zegt de familie Péricand bij zichzelf in de eerste dagen van juni 1940. En wat doen weldenkende mensen onder alle omstandigheden? Zij houden het hoofd koel en bewaren hun gevoel voor decorum. Boem! Dan slaat er een eerste bom in. Boem! Nog een. Mevrouw Péricand kijkt naar haar bedienden, die 'buiten zichzelf zijn van ongerustheid' en denkt: 'Wat laten ze zich gaan.'. Maar zij weet: 'het volk had nu eenmaal geen geestelijke weerstand.'

Het thema van het boek dat volgt is de ineenstorting, niet alleen van Frankrijk (dat deels bezet wordt en deels collaboreert), niet alleen van Parijs en van alles wat de Péricands bezitten, maar vooral van de geestelijke weerstand, die eigenschap waar de weldenkende mensen bij zichzelf zo op vertrouwen.

Hoeveel bommen zijn er nodig voordat de weldenkende mensen zich net zo laten gaan in hun doodsangst als de bedienden. Niet veel. Het is een kort proces van ontreddering. Kort maar alles ontwrichtend.

Mevrouw Péricand krijgt tijdens de vlucht de zorg voor haar invalide schoonvader toevertrouwd. Ter hoogte van de Loire laat ze hem achter in een hotelletje. Niet omdat de krachten of de middelen haar ontbreken om hem verder mee te nemen, maar omdat ze hem in haar angst vergeet.

De hoofdstukken over de Péricand worden afgewisseld met die over andere meer of minder welgestelden die op de vlucht staan. Het is pure geschiedschrijving in haar meest literaire vorm. Het onthutsende aan het lezen van 'Storm in juni' is, dat naarmate de bommen in steeds grotere getale inslaan, de verwoesting aanzwelt en de dood steeds massaler de plaats van het leven inneemt, naarmate alles dus erger wordt, het verteltalent van Nemirovski tot steeds grotere hoogte stijgt. Tot het bijna niet meer om aan te horen is.

De verklaring van die paradox ligt in de geschiedenis van Irène Nemirovski besloten. Drie jaar na de gebeurtenissen die zij beschrijft, komt zij om in Auschwitz. Dus terwijl je leest over alles wat kapotgaat onder de bommen, van serviesgoed en struikgewas tot trouwplannen en eerlijkheid, weet je: ook zulk talent gaat eraan als het oorlog wordt.

Volkeren op drift, mensen die terwijl ze aan dezelfde gevaren blootstaan elkaar nog, of juist, bestelen. Kortstondig opflakkerend heldendom, nooit op enigerlei wijze beloond of nuttig. En overal kleine kwadrateringen van zinloosheid, van handelingen die op zich al zinloos zijn maar onder een bommenregen helemaal, zoals het vasthouden aan het decorum van de Péricands.

Het tweede beangstigende element in het lezen van dit schitterende boek is dat het weliswaar op uiterst precieze wijze over de Tweede Wereldoorlog gaat, maar ook iets voorspellends lijkt te hebben in de beschrijving van dat proces van ontreddering. Dit gaat over 1940 in Frankrijk, maar het gaat ook over de Balkan in de jaren negentig, over Tsjetsjenië in de afgelopen tien jaar.

Daarom kan alleen wie Irène Nemirovski níet gelezen heeft, zich interesseren voor de felle polemiek omtrent de prijs voor 'jonge veelbelovende auteurs' die haar is toegekend terwijl ze toch al drieënzestig jaar dood is. Wie haar boek wél gelezen heeft, of desnoods maar enkele flarden ervan, begrijpt dat al dat gekrakeel bijzaak is, want hier is een meesterwerk boven water gekomen.

Voorafgaand aan de slimme provocatie door de jury van de Prix Renaudot (in Frankrijk zijn zulke jury's ook altijd bezig zichzelf in de kijker te spelen) was 'Storm in juni' op de Frankfurter Buchmesse dan ook al aan zeventien landen verkocht.

De vreemde (in de zin van ongekende, nergens anders te vinden) manier waarop het oorlogsgeweld hier beschreven wordt heeft ertoe geleid dat Nemirovski in veel buitenlandse kritieken is vergeleken met Anne Frank.

De overeenkomsten gaan verder dan het feit dat beide jonge talentvolle vrouwen op dezelfde manier aan het einde van hun leven kwamen met achterlating van een manuscript. Om een voorbeeld te noemen: ook bij Nemirovski kun je op de meest onverwachte momenten lachen. Met een Frans dédain dat geen tien oorlogen zouden kunnen uitwissen, beschrijft zij de wansmaak van de Duitse soldaten in 1941. ,,De Duitsers deden niet moeilijk, je kon ze al je winkeldochters aansmeren: vrouwencorsetten die nog uit de vorige oorlog stamden, rijglaarzen uit 1900 en linnengoed versierd met vlaggetjes en geborduurde Eiffeltorens die oorspronkelijk voor de Engelsen bedoeld waren. Ze vonden alles mooi.''

De ene oorlog volgt op de andere, maar zulk schrijftalent is onvervangbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden