Review

Senator Fulbright was alleen progressief over de grens

Bennett Woods: Fulbright: a biography; Cambridge University Press, Cambridge, Groot-Brittannië; 711 blz; ¿ 88,20.

Wie die mening deelt, moet maar eens een uitgebreide blik werpen in de nieuwe biografie van J. William Fulbright, in de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig dè plaaggeest van collegae en vooral de presidenten Lyndon Johnson en Richard Nixon. De eerste een (Democratische) partijgenoot, de laatste behorend tot het Republikeinse kamp.

Er is nauwelijks een tweede politicus te noemen die hen zo voor de voeten heeft gelopen. Ook heden ten dage is Fulbright, die in 1974 verrassend zijn senaatszetel verloor, nog dè verpersoonlijking van het verzet tegen de Vietnampolitiek van destijds.

Het is eigenlijk toevallig dat Randall Bennett Woods, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Arkansas in Fayetteville, zijn stevige biografie van James William Fulbright het licht heeft doen zien. Een collega van hem aan de Universiteit van Wisconsin wilde graag een korte levensbeschrijving in het kader van een reeks, maar tijdens zijn researchwerk, een kleine tien jaar geleden, merkte Woods dat er geen up-to-date biografie bestond van de oud-senator, die begin vorig jaar op bijna negentigjarige leeftijd overleed.

Voor 'Fulbright: A Biography' heeft Woods onder meer in het najaar van 1988 elf dagen lang zes uur per dag met de voormalige politicus gepraat. Die had inmiddels twee lichte beroertes gehad. Soms dommelde Fulbright in, maar zeker één uur per dag, aldus Woods, was zijn geheugen haarscherp en herinnerde hij zich tal van details uit het verleden. Ook later sprak Woods met de oud-senator, maar toen was hij al minder helder van geest.

De Fulbrights - van Duitse afkomst en in Europa Volbrecht geheten - behoorden tot de elite van Arkansas. De ouders van 'Bill' hadden belangen in of bezaten een grote hoeveelheid ondernemingen in Fayetteville, een stadje in het zuiden van de staat. Zo was de plaatselijke krant van hen, alsook een ijsfabriek en een makelaarskantoor. Moeder Roberta was de spil van het gezin en zij moedigde haar zoon aan om na zijn studie aan de Universiteit van Arkansas met een beurs, een zogeheten Rhodes Scholarship, te gaan studeren in het Britse Oxford.

De studie maakte van hem niet alleen een anglofiel, maar volgens latere medewerkers en collega-politici schoeide hij ook zijn politieke denken en doen daarna op Engelse leest: pragmatisch, intellectueel, a-moreel.

Na twee jaar het voorzitterschap van de Universiteit van Arkansas te hebben bekleed - Fulbright was met zijn 34 jaar de jongste in die functie in de Verenigde Staten -werd hij lid van het Huis van Afgevaardigden. Twee jaar was Fulbright Congressman. Zijn triomf was de aanvaarding van een resolutie waarin het Huis (en later ook de Senaat) zich uitsprak voor het Amerikaanse lidmaatschap van de Verenigde Naties. Het stond van toen af aan voor hem vast: de buitenlandse betrekkingen van de VS zouden zijn specifieke aandacht krijgen.

De eerste jaren van het senatorschap kenmerken zich door een slechte verstandhouding met Harry Truman, tussen 1945 en 1953 president van Amerika. Toen in 1952 Truman aankondigde geen nieuwe termijn te zullen ambiëren en het gerucht ging dat Fulbright een van de liefhebbers voor de Democratische kandidatuur was, liet de president weten dat 'die overgestudeerde Oxford-klootzak' over zijn, Trumans, lijk in het Witte Huis zou komen.

Een van de weinige fragmenten in het boek met een anekdotisch karakter gaat over de manier waarop Fulbright in 1959 voorzitter werd van de SFRC, de commissie voor buitenlandse betrekkingen van de Senaat, een van de invloedrijkste instellingen van het Congres.

Het voorzitterschap werd op dat ogenblik bekleed door de negentigjarige senator Theodore Green uit Rhode Island. In de pers verschenen berichten dat Green seniel aan het worden was en dat verdroot de senator zo dat hij per brief zijn aftreden als commissievoorzitter aankondigde. Lyndon Johnson was op dat moment fractieleider van de Democraten en die wilde er, opportunist als hij was, een mooi nummer van maken. Bijkans huilend riep hij Green op zich te bedenken.

Wat Johnson niet verwacht en zeker niet beoogd had: de senator vroeg respijt. Johnson liet Green buiten de zaal bewerken en enige tijd later deelde de man mee bij zijn besluit te blijven. Johnson zuchtte van verlichting, gaf Green zo'n klap op zijn rug dat de hoogbejaarde er bijna in bleef en liet Fulbright vervolgens weten: “Bill, jij bent nu voorzitter”.

Ze konden lange tijd zeer goed met elkaar opschieten, de lange, lompe, boerse onderwijzer van het Texaanse platteland en de patriciër uit Fayetteville. Totdat Fulbright in het openbaar de inval van de Amerikanen in de Dominicaanse republiek afkeurde.

Johnson hield niet van dat soort eigenzinnigheid en dat liet hij de son-of-a-bitch Fulbright merken. De senator kreeg een jaar lang geen uitnodigingen meer voor belangrijke gebeurtenissen op het Witte Huis, werd van diners geweerd en mocht geen gebruik maken van regeringsvliegtuigen.

Zo strafte Johnson een partijgenoot. Dat is nog eens wat anders dan achter in de Air Force One moeten zitten en een praatje van de president mislopen, moet toch zelfs Gingrich toegeven.

Het is nooit meer goed gekomen tussen de twee. De relatie werd alleen maar slechter toen Johnson de commissievoorzitter erin luisde met het (Vietnamese) Tonkin-incident. Op grond van informatie die het Witte Huis hem willens en wetens verdraaid had verstrekt, plaveide Fulbright de weg voor de totale oorlog met Noord-Vietnam. Van toen af tot de ondertekening van het vredesverdrag tussen de VS en Hanoi in 1973 heeft de senator het Vietnambeleid genadeloos op de korrel genomen.

Een boeiende, maar arrogante, eigenwijze, vaak kille en dikwijls onaangename man - dat is het beeld dat Woods van Fulbright creëert. Vooruitstrevend en breed van visie als het gaat om het buitenlandse beleid, conservatief, bijkans bekrompen op binnenlands terrein. Hij heeft tot in de jaren zeventig bijvoorbeeld nooit een vinger uitgestoken voor de zwarte burgerrechtenbeweging. Hij was geen racist uit overtuiging, maar het was politiek niet interessant, zeker niet in Arkansas. Daarin was hij consequent. Hij handelde niet uit moraliteit, maar was praktisch gericht.

Slechts één ding had werkelijk zijn hart: het Fulbright Exchange Program, dat hij in 1948 kreeg ingevoerd. Tienduizenden studenten kwamen sindsdien op kosten van de Amerikaanse staat van over de hele wereld naar de VS en tienduizenden verruimden vanuit Amerika hun blik op de wereld. Het was het troetelkind van een overtuigde internationalist. Niet hoon en spot deerden hem, Fulbright was pas geraakt als je aan zijn Program kwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden