Karina Canellakis: “Uiteindelijk moet je ze horen, de musici, het orkest. Alles wat je aan klank en structuur in je hoofd hebt voorbereid, kan in praktijk weer helemaal anders worden. Thuis ben je iets aan het kleien zonder klei.”

Interview Chef-dirigent Karina Canellakis

‘Sekse is irrelevant op de bok’

Karina Canellakis: “Uiteindelijk moet je ze horen, de musici, het orkest. Alles wat je aan klank en structuur in je hoofd hebt voorbereid, kan in praktijk weer helemaal anders worden. Thuis ben je iets aan het kleien zonder klei.” Beeld Mathias Botho

Zaterdag leert Nederland de allereerste vrouwelijke chef-dirigent ooit kennen. In het Concertgebouw leidt Karina Canellakis ’s middags het Radio Filharmonisch Orkest. ‘Vraagt u dat ook aan mannelijke dirigenten?’

Ze wordt de allereerste vrouwelijke chef-dirigent van een Nederlands symfonieorkest ooit. En voor Karina Canellakis (New York, 1981, inmiddels wonend in Amsterdam) zelf is het de allereerste keer dat ze de functie van chef-dirigent gaat vervullen, dat ze dus haar ‘eigen’ orkest krijgt. Canellakis kan relativeren wat ze wil, en dat doet ze tijdens het gesprek opvallend vaak, haar naam gaat hier de annalen in als de eerste cheffin ooit. Natuurlijk zegt het niets over kwaliteit. Maar dat er vóór haar nog nooit een vrouw was die in de ruim anderhalve eeuw Nederlandse orkesttraditie de baas op de bok werd, dat mogen we toch wel benoemen?

“Dat ik er zo onverschillig over doe, ligt eraan dat ik me er echt heel erg over verbaas dat ik hier nog geen vrouwelijke voorganger heb gehad. Kortom: het zal tijd worden, en ik ben er niet verbaasd over dat het nu zover is. Het is een reflectie van het klimaat waarin we leven. Sekse is totaal irrelevant, maar ik zou natuurlijk wel heel gelukkig worden als mijn benoeming hier een inspiratie is voor meiden en vrouwen om de stap naar de bok te wagen. Nu we het er zo over hebben, bedenk ik ineens wel dat ik zelf in mijn carrière als orkest- en soloviolist ook nooit een vrouwelijke dirigent voor me heb gezien. Alleen maar mannen. Absurd eigenlijk.”

Verlovingstijd wordt omgezet in verbintenis

Canellakis is een vlotte en makkelijke prater, vooral als het echt over muziek en partituren gaat. En toch is ze, als die noten even uit beeld raken, ook op haar hoede, een beetje gespannen zelfs. Als ze aan het eind van het gesprek het verzoek aanhoort of het mogelijk is om ­deze week stilletjes en onopvallend een van haar repetities in Hilversum bij te wonen, is er ineens grote twijfel en lichte paniek in haar ogen te ontwaren.

Ze wacht lang met antwoorden, overweegt goed wat ze zal zeggen, maar laat dan toch gedecideerd weten dat ze dat liever niet heeft. “De musici en ik hebben zo lang gewacht op dit moment, hebben er zo naar toe geleefd. Onze verlovingstijd wordt nu omgezet in een heuse verbintenis en daar heb ik eerlijk gezegd liever geen stoorzenders bij. Het is allemaal zo breekbaar en teer. Dus als u het niet erg vindt?”

De ochtend van het gesprek is op de facebookpagina van het orkest het eerste, officiële staatsieportret van de nieuwe combinatie verschenen. Op het podium van het Concertgebouw staat het voltallige Radio Filharmonisch ­Orkest in slagorde opgesteld, de nieuwe chef in het midden. De orkestdirecteur had eerder al aangegeven dat Canellakis in de interviews over haar nieuwe functie slechts één vraag zou tolereren die over haar vrouw-zijn zou gaan. Laten we het dan over de dresscode van vrouwelijke dirigenten hebben. Is die er?

“Vraagt u dat ook aan mannelijke ­dirigenten?”, riposteert Canellakis wat stekelig. Maar mannen gaan toch al honderd jaar hetzelfde gekleed als ze op de bok staan? In een rokkostuum. “Lang niet allemaal hoor”, zegt Canellakis gedecideerd met een wat honend lachje. “Uw vraag doet totaal niet ter zake, en nee, natuurlijk praat ik daar nooit over met vrouwelijke collega-dirigenten. Wat een absurd idee. De orkestmusici zijn allemaal in het zwart gekleed, en dus heeft het een reden dat je je daar als dirigent aan aanpast. Onopvallend zijn, niet afleiden van waar het om gaat als je op de bok staat: de muziek. Weet u, ik draag thuis altijd jeans.”

Viool naar de achtergrond

Canellakis had een behoorlijk goede carrière als violist. Ze speelde onder ­andere in de Berliner Philharmoniker onder leiding van Sir Simon Rattle en in het Chicago Symphony Orchestra met Bernard Haitink als dirigent. Als klein meisje, opgroeiend in een zeer muzikaal gezin, droomde ze ervan om net zo iemand te worden als de wereldberoemde violist Hilary Hahn. Het kostte Canellakis veel zweet en tranen om dat te bereiken, ze heeft er veel voor opgeofferd, zegt ze. En toch komt die viool door haar succesvolle loopbaan als dirigent nu steeds meer op de achtergrond.

“Dat is echt wel een opoffering”, ­bekent ze. “Ik vind het emotioneel ingewikkeld om niet meer al die heerlijke uren met mijn instrument door te brengen, zoals vroeger. Zo tussen alle drukte door speel ik nog wel eens. Vooral het spelen van kamermuziek mis ik heel erg, en ik hoop dat ik daar ooit weer tijd voor zal hebben. Dat ik toch voor dirigeren koos, heeft alles te maken met het volgen van je innerlijke instinct.

Karina Canellakis afgelopen zomer tijdens de First Night of the Proms in de Londense Royal Albert Hall. Beeld Chris Christodoulou

“Ik hield er als klein kind al van om partituren te bestuderen. Mijn vader was dirigent en die zag ik altijd met die geheimzinnige grote boeken vol notenbalken. Het trok me aan. Die herinnering aan mijn vader zal onbewust meegespeeld hebben bij mijn beslissing. Iemand zei tegen me dat ik dan maar lessen moest nemen als ik zo hield van het bestuderen van partituren. En dus had ik al ­dirigeerlessen toen ik twaalf jaar was. En dan is het daarna een kwestie van steeds beslissingen nemen, beslissingen die, hoe klein ze ook zijn, je onbewust een bepaalde richting op duwen. ­Althans, zo zie ik dat. Maar, ik geef toe, uiteindelijk zijn al die beslissingen bij elkaar opgeteld toch best een belangrijke stap op weg naar de bok.

‘Simon Rattle moedigde me steeds enthousiast aan’

“Ik heb gestudeerd bij Simon Rattle, Alan Gilbert en Fabio Luisi. Rattle is mijn grootste mentor geweest, hij heeft me steeds enthousiast aangemoedigd. En ik was een tijdlang assistent van Jaap van Zweden in Dallas. Best bijzonder eigenlijk dat ik nu zijn opvolger word bij het Radio Filharmonisch ­Orkest. Van Jaap weet ik dat hij nog heel af en toe zijn viool uit de kist haalt. We hebben er veel over gesproken.

“Hij reist nu de wereld over als een succesvolle maestro, en weet natuurlijk als geen ander wat de realiteit is. Als je niet vaak genoeg viool speelt, moet je steeds beter je best doen om het fysiek aan te kunnen. Uiteindelijk verlies je de soepelheid in je spieren om goed viool te kunnen spelen.

“Als tiener had ik al zo veel vragen over de muziek die ik speelde en bestudeerde. Over harmonie, over contrapunt, over balans, over hoe houtblazers nou precies werkten. Ik heb zelfs een blauwe maandag hoorn gespeeld. Ik vond het zo’n mooi geluid. De vragen die ik vroeger over muziek had, en niet durfde te stellen, kan ik nu zelf beantwoorden. Het is zo bevredigend om ­details te ontdekken in de muziek die je onder handen hebt.

“En als ik iets niet helemaal begrijp, ben ik niet te verlegen om het dan maar gewoon te vragen aan de musici. Dat is geen zwakte, maar juist je kracht. Communiceren over de noten die je samen speelt. Het schept een band, en juist bij hedendaagse ­muziek kan dat goed werken. Al pratend kom je op ideeën om bepaalde ­passages soms anders in te vullen. Een heerlijk creatief proces, waar ik erg van kan genieten.”

Vrouwelijke chef-dirigenten

Tien jaar geleden publiceerde het Britse tijdschrift Gramophone een lijst met de beste 20 orkesten ter wereld. De lijst was samengesteld na een enquête onder een dozijn gerenommeerde, internationale muziekjournalisten. Het Concertgebouworkest stond bovenaan. Geen van die 20 top-orkesten heeft ooit een vrouwelijke chef-dirigent gehad.

Mirga Gražinytė-Tyla komt uit Litouwen en werd in september 2016 chef-dirigent van het City of Birmingham Symphony Orchestra. Daar krijgt ze steevast uitstekende kritieken. Haar contract is onlangs verlengd tot 2021. Ze kreeg als eerste vrouwelijke dirigent ooit een exclusief contract bij het prestigieuze platenlabel Deutsche Grammophon.

Elim Chan werd geboren in Hong Kong en nam deel aan de masterclasses van Bernard Haitink in Luzern. In 2014 won ze het Donatella Flick Dirigentenconcours, waarna ze mocht assisteren bij het London Symphony Orchestra. In september leidde ze in Amsterdam de Opening Night van het Concertgebouworkest. Vanaf begin deze maand is ze chef-dirigent van het Antwerp Symphony Orchestra.

Susanna Mälkki komt uit Helsinki, waar ze studeerde bij de befaamde pedagoog Jorma Panula. Ze was vanaf 2006 tot 2013 leider van het Ensemble Intercontemporain in Parijs en bouwde faam op met hedendaags repertoire, o.a. van haar landgenote Kaija Saariaho. Ze dirigeerde het Concertgebouworkest al verschillende malen en is sinds 2016 chef-dirigent van het Helsinki Philharmonic Orchestra.

Anja Bihlmaier is geboren in Duitsland en wordt vanaf de zomer van 2021 de tweede vrouwelijke chef-dirigent in Nederland als ze haar functie begint bij het Residentie Orkest in Den Haag. Een van haar mentoren is de Nederlandse dirigent Antony Hermus. 

‘Beethoven en Sjostakovitsj  hebben iets rebels’

Zaterdag dirigeert Canellakis ­‘Aether’, de Nederlandse première van een vioolconcert van Sebastian Currier. De NTR ZaterdagMatinee was er mede-opdrachtgever van. De andere composities op het programma koos Canellakis zelf: de ‘Egmont’-ouverture van Beethoven en de Tiende symfonie van Sjostakovitsj. Die Tiende wordt deze maand in Amsterdam opvallend vaak gespeeld.

Twee dagen al na Canellakis’ uitvoering klinkt in hetzelfde gebouw de interpretatie van Vasily Petrenko en de Oslo Philharmonic en twee weken later zal het Concertgebouworkest dezelfde symfonie onder leiding van Tugan Sokhiev spelen. Canellakis kijkt wat verbaasd als ze het hoort en zegt dan: “Het worden vast drie heel verschillende uitvoeringen, allemaal met hun eigen kwaliteiten.

“Ik houd ervan om Beethoven en Sjostakovitsj in één programma te stoppen. Ze hebben allebei iets rebels, iets rauws en dwingends. Het waren allebei echte persoonlijkheden, er ontstond ­regelmatig rumoer rondom hen. Op mijn allereerste concert met het ­Radio Filharmonisch Orkest speelden we ook Beethoven en ik wilde hem nu terugbrengen, als een link naar die eerste ontmoeting. En Egmont was een Hollander!

“Bij Sjostakovitsj ben ik ervan overtuigd dat er belangrijke boodschappen achter de noten te vinden zijn. Er zit iets extra’s in zijn muziek dat mij in gang zet. Verklankte hij in het langzame deel van de Tiende symfonie de dood van Stalin, die in dat jaar gestorven was? Een periode waaruit elke ­humaniteit verdwenen was. Of gaat die muziek over al die mensen die in Stalins wereld van nul en generlei waarde ­waren? Vangt Sjostakovitsj in het venijnige tweede deel de abjecte persoon die Stalin was in noten? Ik ken de theorieën, neem ze gretig in me op, smul ­ervan. Of het allemaal klopt? Geen idee. Maar de ambiguïteit die dat allemaal oplevert, daarin zit voor mij de grote schoonheid van deze muziek.

Aan de voorbereiding zit een plafond

“Zo’n laatste deel, dat eigenlijk nooit uitkomt bij waar het moet uitkomen. Het is absoluut anders dan die enorme, langzaam opgebouwde climaxen in zijn Vijfde, Zevende of Achtste symfonie. Ja, het is onmogelijk snel en opwindend, maar Sjostakovitsj hakt het deel als het ware in brokken. Het is een finale zonder ziel – zoveel mensen hadden onder Stalin geliefden verloren.”

Canellakis noemt als het meest lastige van dirigeren het voorbereidende werk thuis. Hoe fijn ze het ook vindt om partituren te bestuderen, er zit aan die voorbereiding een plafond. “Uiteindelijk moet je ze horen, de musici, het orkest. Alles wat je aan klank en structuur in je hoofd hebt voorbereid, kan in de praktijk weer helemaal anders worden. Thuis ben je iets aan het kleien zonder klei. Vooral de nacht vóór de eerste repetitie ervaar ik altijd als horror. Daar staat tegenover dat de nacht ná de eerste repetitie meestal gelukzalig is. Na die eerste repetitie weet je welke kant je werkelijk op kunt gaan.

“Ik geloof sterk in de mensen om me heen, en ik voel het als ze me in een ­bepaalde passage nodig hebben. Iedereen brengt zijn eigen visie mee. Nee, ik zie dat niet als het sluiten van een compromis. Van al die ingrediënten probeer je samen iets groots te brouwen.”

Het inauguratieconcert van Karina Canellakis als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest is zaterdagmiddag in de NTR ZaterdagMatinee vanaf 14.15 uur in het Concertgebouw in Amsterdam. Live te volgen via NPO Radio 4.

Lees ook:

Jarenlang dezelfde macho-dirigent op de bok is echt verleden tijd

Een jaar geleden moest Daniele Gatti onder luid #MeToo-tamtam Amsterdam verlaten. Het Concertgebouworkest zit sindsdien zonder chef-dirigent en een nieuwe dient zich voorlopig niet aan. Hoe erg is dat? Is de autoritaire chef-dirigent nog wel van deze tijd?Hoe anders zijn de aanstormende vrouwelijke chefs?

Het dirigentendom is een wittemannenbolwerk, maar er wordt aan de poorten gerammeld

In Nederland hebben we straks twee vrouwelijke chef-dirigenten, Karina Canellakis bij het Radio Filharmonisch Orkest en Anja Bihlmaier bij het Residentie Orkest. Mirga Gražynitė-Tyla is al een groot fenomeen in Birmingham en deze week nog werd de Finse Eva Ollikainen benoemd tot chef van het Iceland Symphony Orchestra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden