InterviewSebastiaan Kemner

Sebastiaan Kemner won de Nederlandse Muziekprijs: ‘Liederen zingen op de trombone, dat is heerlijk’

Sebastiaan Kemner: ‘Iets over muziek te zeggen hebben, dat wilde ik’. Beeld Fleur Bijleveld

Trombonist Sebastiaan Kemner, winnaar van de Nederlandse Muziekprijs, speelde nooit in een fanfare of harmonie zoals bijna al zijn collega’s. Hij komt gewoon uit Leiden en houdt van moderne muziek. ‘Ha, lekker, Birtwistle’.

Een grote, glimmende toeter die ook nog kan schuiven. Sebastiaan Kemner (30) was als achtjarig jongetje bij de eerste aanblik ervan gefascineerd en verkocht. Hij ging trombone spelen. En dat heeft hij al die jaren erna zo vlijtig, gepassioneerd en goed gedaan dat hij de nieuwste winnaar is van de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsprijs die er voor een musicus is.

Grote verrassing meteen bij het begin van het gesprek: Kemner komt niet uit Brabant of Limburg. Van zo’n beetje alle goede koperblazers in Nederland stond hun wieg in een van die provincies. “Ik ben gewoon in Leiden opgegroeid”, lacht Kemner. “En ik heb nooit in een fanfare of harmonie gespeeld. Dat is inderdaad de natuurlijke biotoop waar een koperblazer zijn eerste ervaring opdoet. Mijn biotoop was Bill Baker’s Big Band van mijn vader. Hij was daar dirigent, arrangeur en speelde op allerlei instrumenten. Ik vond het prachtig en wilde zelf ook. Het was vanaf het begin leuk, ik heb nooit echt geworsteld met het instrument.”

‘Je hebt wel extra rekening te houden met de buren’

Pas later – ‘Als kind denk je over dat soort zaken niet na’ – kwam Kemner erachter dat aan een trombone ook wat nadelen kleven. Zo is het bijvoorbeeld een groot ding waar navenant best veel geluid uit komt. Dus met studeren heb je wel extra rekening te houden met de buren. Hij beaamt dat er wel eens problemen zijn geweest, maar in overleg kom je daar volgens hem wel uit. Een ander nadeel, dat er maar weinig muziek voor trombone is geschreven, heeft Kemner omgebogen naar een voordeel.

Sebastiaan Kemner treedt met het Residentie Orkest en zangers van het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Nicholas Collon op 21 november in de Doelen (onder voorbehoud). Met gelijkgestemden ontwikkelde Kemner de site lonelinoise.com over de kracht van moderne muziek. Op 25 november gaat die in de lucht.

“Ik ontdekte al snel dat het niet bij mijn persoonlijkheid past om met mijn toeter ergens achteraan in een orkest te gaan zitten, hoewel dat soms ook erg fijn kan zijn. Ik zit liever in een zaal om naar een Brahms-symfonie te luisteren dan op een podium, waar ik met mijn trombone drie symfonie-delen stil moet zijn en pas aan het slot mag spelen. Iets over de muziek te zeggen hebben, dat wilde ik. Op mijn zestiende ging ik in jeugdorkesten spelen. Die zijn vaak leuker dan professionele orkesten, en toch was het niet echt iets voor mij. Ik wist toen al dat ik als trombonist geen orkestbaan ambieerde. Dan ben je meteen al een vreemde eend.

‘Je kunt met moderne muziek andere emoties uitdrukken’

“Als je solomuziek wilt spelen kom je al snel bij moderne muziek uit. ‘Sequenza V’ voor solo-trombone van Luciano Berio was een ontdekking voor mij. Daar zit zoveel in. Berio was een begin, en het is een lijfstuk geworden. Ongelofelijk moeilijk om te spelen. Sommige passages zijn haast niet te doen, ook niet voor mij. Op de eerste auditie voor de Nederlandse Muziekprijs heb ik Sequenza V gespeeld. Ik ontdekte dat je met moderne muziek andere emoties kunt uitdrukken. Wel vaak de minder plezierige emoties, maar het moet niet altijd over schoonheid gaan toch? Er is zoveel meer. Ik ben nu zo gehersenspoeld qua muziek dat als ik mijn koptelefoon opzet om relaxed naar iets te luisteren, het meestal iets hedendaags is. En dat ik dan ook echt denk: ‘Ha, lekker, Birtwistle’ bijvoorbeeld.”

Als je als musicus toegelaten bent voor het Nederlandse Muziekprijs-traject moet je met plannen komen hoe de beschikbare beurs te besteden. Bij Kemner liep dat traject langs twee wegen.

‘Zingen op de trombone, heerlijk’

“Ik wilde de zangerige kant van de trombone onderzoeken. Als je trombone speelt, dan trilt je hele lichaam mee, alsof je aan het zingen bent. En natuurlijk moet je net als zangers ademen voor elke nieuwe frase. Die overeenkomst met de menselijk stem wilde ik uitdiepen. Ik kreeg als coach zangeres Claron McFadden toegewezen. Ik ben zanglessen gaan nemen, en ben op een koor gegaan. Liederen op trombone zingen, dat is heerlijk. In die van Ravel kun je zo veel suggereren.

“De tweede weg voerde naar Oxford waar ik twee jaar lang een master musicologie heb gedaan. Studeren daar is anders dan in Nederland. Er is een sterke traditie en een al even sterke link met de uitvoeringspraktijk. Ik ben nu bezig met promoveren. Mijn onderzoek gaat uiteraard over hedendaagse muziek en hoe je die communiceert met het publiek. Het is vaak muziek die niemand meer begrijpt. Vanaf Schönberg ging het ‘mis’, hoor je vaak, maar dat is nu al honderd jaar geleden. Dan moet je constateren dat de klassieke muziek met Mahler een stille dood is gestorven.

‘Je moet lef hebben en het goed uitleggen aan het publiek’

“Je kunt het publiek de schuld geven, dat het nergens voor open staat, of je kunt de componisten de schuld geven dat ze zulke ingewikkelde muziek schrijven. Maar dat is totaal onproductief. Wij als uitvoerenden moeten daar iets aan doen, kunnen daar een rol in spelen. Composities bij elkaar zoeken die eigenlijk niet kunnen, maar toch heel goed blijken te werken. Je moet lef hebben, en het goed uitleggen.”

Kemner heeft zelf het programma samengesteld van het concert waarop hij de Nederlandse Muziekprijs krijgt uitgereikt. “Ik heb gekozen voor ‘Canzone per sonare’ van Wolfgang Rihm, een stuk voor altrombone en twee groepen instrumentalisten die ver uit elkaar zitten. Dan doe ik een stuk van Nicholas Moroz, een componist die ik in Oxford leerde kennen. Het is geschreven voor trombone, vier sopranen en zes speakers. Dus ook een ruimtelijke compositie. En daaromheen speel ik met collega’s uit het Residentie Orkest de 16de-eeuwse muziek die Andrea Gabrieli voor de San Marco in Venetië schreef. Het is de bedoeling dat de zaaldeuren van de Doelen rondom openstaan, zodat de klanken van buiten naar binnen door de ruimte zweven.”

Lees ook:

Lucie Horsch: Soms denk ik, kan ik nu niet één keer even makkelijk doen?

Vroeger vond Lucie Horsch zichzelf een beetje saai, omdat ze altijd met haar muziek bezig was. Op zoek naar perfectie. Nu niet meer. ‘Al zou ik straatmuzikant zijn, ik wíl spelen.’ De blokfluitist krijgt dit jaar de Nederlandse Muziekprijs.

Slagwerker Dominique Vleeshouwers wilde als kind van zeven al ‘rammen’

Welke jonge kunstenaars bepalen het beeld de komende tien jaar? Trouw tipt de twintig van de jaren twintig. Vandaag: slagwerker Dominique Vleeshouwers, die zo’n honderd verschillende instrumenten bespeelt. Waaronder koebellen en metalen buizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden