Review

Scorsese schept beelden, Stones doen de rest

Belinda van de Graaf

Regie: Martin Scorsese. Met Mick Jagger, Keith Richards, Charlie Watts en Ron Wood. In 7 bioscopen.

Een van de leukste momenten in Scorsese’s Stones-film zit aan het slot. De Rolling Stones hebben er een avondje rocken op zitten in het New Yorkse Beacon Theatre, waarbij ze door rondvliegende camera’s zijn vastgelegd door Martin Scorsese.

Een van die camera’s heeft het moment gevangen waarop Mick Jagger, Keith Richards, Charlie Watts en Ron Wood hun buigingen maken voor het applaudisserende publiek. Mick draait zich om naar Charlie die eindelijk achter zijn drumstel vandaan is gekomen. Hij heeft zijn jasje tot de adamsappel dicht geritst. In één vloeiende beweging ritst Mick het jasje van Charlie een stukje open. Een echte rocker heeft zijn jasje natuurlijk losjes open hangen! Mick houdt zich aan de afspraken die we met z’n allen hebben gemaakt. Hij komt op in een zwart T-shirt met glittertjes, en als hij later een frisse zijden bloes heeft aangetrokken, zijn de knoopjes tot aan zijn 63-jarige navel open.

De concertfilm die Scorsese met de Stones maakte in het najaar van 2006 – ten tijde van de Bigger Bang tournee – is zo gepolijst, en zo netjes rock ’n roll, dat dit ene ongeregisseerde moment bijna als een verlossing komt. De vier Engelse heren zijn na al die jaren zo op elkaar ingespeeld, en ze weten zo goed hoe ze een publiek moeten inpakken, dat dat weinig verrassingen meer biedt.

Het is als een oud schip dat soepel op kompas vaart, zelfs nu het wat roestplekjes vertoont. Toch doet de aanpak van Scorsese wonderen. Hij koos het Beacon Theatre als locatie, en ging niet in op het voorstel van Mick Jagger om voor een miljoen Stones-fans op het strand van Rio de Janeiro te filmen.

Nee, een relatief klein theater in New York met een gebeeldhouwde, goudkleurige halve zon als achtergrond, waardoor Jagger in een stralenkrans opkomt, als een zonnekoning. Scorsese weet hoe je mythische beelden schept. Jagger weet hoe hij zijn nog steeds jongensachtige lichaam presenteert.

De nummers worden daarbij gelukkig van begin tot eind gespeeld, niet gehinderd door geknip en geplak in de montage. Ook de paar oude interviewfragmenten doen het goed. Sinds Pennebakers fantastische Bob Dylan documentaire ’Don’t Look Back’ uit 1967 doen domme vragen van de pers het goed in muziekfilms, en van die afspraak maakt Scorsese dankbaar gebruik. ’Shine a Light’ is uiteindelijk ook voor een Beatles-fan een fascinerende film van veteranen voor en achter de camera.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden