Schwitters tart de logica en het ongerijmde

De Duitse kunstenaar Kurt Schwitters (1887-1948) is zijn eigen inventie. Werkend in de geest van zijn tijd, creëerde hij een geheel eigen stijl ('Merz' genoemd), die een amalgaam is van het kubisme, dada en expressionisme. De collage speelt in het werk een cruciale rol. Niet alleen op het platte vlak, maar ook in de ruimtelijke stukken, zoals de 'Merzbau'-installaties die de kunstenaar in drie opeenvolgende ateliers construeerde. Met dit Merz-werk is Schwitters wereldberoemd geworden. Rudi Fuchs vindt dit beeld te eenzijdig en probeert met een expositie in het Stedelijk Museum een andere blik op het oeuvre te werpen.

Fuchs heeft Schwitters ergens in de jaren zeventig in zijn hart gesloten. Zijn Duitse kunstenaarsvrienden zagen de Merz-ist als hun geestelijk vader en dat opende ook de ogen van de Stedelijk-directeur. Voor Fuchs kreeg de Duitser ineens een plaats, die hem (in zijn ogen) lang was onthouden.

In de jaren zeventig deed de visie op het modernisme van de Amerikaan Greenberg nog volop opgeld. Greenberg rubriceerde het modernisme als een opeenvolging van stijlen, waarin de ene stroming op de andere reageerde met de abstractie als glorieus eindresultaat, het heilige doel waarnaar werd gestreefd.

Ook Schwitters werd in dit keurslijf geperst, wat vrij simpel kan met de aan het kubisme en Dada verwante Merz-kunst. Wat werd weggemoffeld, waren de expressionistische, figuratieve schilderijen die Schwitters tijdens zijn hele carrière maakte en die niet in Greenbergs visie pasten.

Om die visie te corrigeren, publiceerde Fuchs een kleine tien jaar geleden het artikel 'Conflicten met het modernisme of de afwezigheid van Kurt Schwitters'. Dit verhaal is het fundament voor de tentoonstelling in het Stedelijk en staat opnieuw afgedrukt in de catalogus bij de expositie. Fuchs claimt dat dit de eerste tentoonstelling is (overigens georganiseerd samen met Siegfried Gohr), waarin een werkelijk breed beeld van Schwitters wordt geschetst. Vijf jaar geleden was er echter al een groot retrospectief dat Parijs, Valencia en Grenoble aandeed en dat ook alle aspecten van het oeuvre toonde. Sterker nog in de monumentale catalogus die bij het retrospectief verscheen, staat ook Fuchs' essay.

,,Schwitters'', stelt Fuchs, ,,bewees dat er een andere artistieke uitweg was uit het kubisme, dan de logische conclusie: abstractie. (...) Schwitters is de extreme ruigheid, wat Greenberg 'wanklank' noemde. Het is echt met de hand gemaakte kunst. Het is in elkaar gezet, volledig door de praktijk gevormd.''

Wat Fuchs boeit in het werk van Schwitters is de introductie van wat hij noemt 'het kubistische idee van flexibiliteit' in het expressionisme. Schwitters benadrukt volgens Fuchs 'het prachtige snelle' van het expressionisme. Maar hij schrijft tegelijkertijd: ,,In plaats van het schilderij te ontdoen van zijn inhoud en de puur optische kant te benadrukken -wat de grote strategie en verworvenheid van de abstracte kunst was (althans in de mondriaanse traditie: de constructivistische aanpak was iets anders)- maakte Schwitters het oppervlak dekkend, zwaar en compact. Hij vond in die zwaarheid de elementen voor het articuleren van intrigerende beelden.'' Kortom in de woorden van Fuchs is Schwitters zowel dynamisch als doorwrocht en compact.

Die 'doorwrochtheid' klinkt nadrukkelijk door in de tentoonstelling in het Stedelijk. Het blijft een genot om de collages te zien, waarin Schwitters laag over laag bouwt aan een complex beeld. Met papier en stukken krant, maar ook met blokjes hout of kleine gebruiksvoorwerpen. De gecomprimeerdheid van de voorstellingen zorgt voor fascinerende oppervlakten, die als geabstraheerde landschappen zijn.

Schwitters zorgt voor een spannende wisselwerking tussen de werkelijkheid en de abstractie. Zijn materialen zijn ontleend aan de alledaagsheid (en daarmee heel reëel), maar hij creëert er voorstellingen mee die alleen naar zichzelf verwijzen en daarmee het domein van de verbeelding prikkelen. Tekst speelt een belangrijke rol in de werken. Door het collageren blijven vaak fragmenten van woorden en zinnen over. Deze fragmenten worden uit de logica van de taal gelicht en krijgen een zelfstandige abstracte positie. Zo is het hele ouevre van Schwitters doordesemd van dit intrigerende spel tussen logica en onberedeneerde vorm.

In het kader van de tentoonstelling heeft Fuchs het schilderij 'Um der Kern der Sache' in bruikleen gekregen van de Keulse galerie Gmyrzynska. Met behulp van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit hoopt Fuchs het werk van acht ton te verwerven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden