Review

Schuttersstuk uit 17e eeuw leverde de hoofdpersoon

Het begon allemaal met een schuttersstuk dat Bartholomeus van der Helst in 1649 maakte. Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Ashe Stil had er als kind al een zwak voor. Wanneer hij met zijn ouders helemaal uit Kampen, de stad waar hij opgroeide, Amsterdam bezocht, ging hij er meestal even kijken, bezoekjes die toen hij later aan de VU geschiedenis studeerde, frequenter werden.

FRED LAMMERS

De belangstelling van Ashe ging vooral uit naar de man bij de grote trom, links op de voorgrond. In de volksmond kreeg deze figuur de bijnaam Willem de Trommelaar. “Wat me in hem aantrekt? Hij komt op me over als een flinke kerel, ook wel een beetje een gezinsmens en hij blikt vrolijk de wereld in. Dat zijn plezierige eigenschappen”.

Ashe Stil (40) had er toen nog geen vermoeden van dat die trommelaar later een belangrijke rol zou gaan spelen in een serie door hem geschreven historische detectives. Met dat schrijven begon Ashe Stil een paar jaar geleden.

“Ik had een geschiedenis afgerond na me eerst een jaartje met niet-westerse culturele antropologie te hebben beziggehouden. In de praktijk viel die studie anders uit dan ik had gedacht. Wat mij in vreemde landen en volkeren interesseert zijn de alledaagse dingen. Waarom gaan mensen in een deel van de wereld op een stoel zitten, terwijl ze dat elders gewoon op hun krent doen? Waarom beschilderen bepaalde volkeren zich? Het is het kleurrijke, het uitheemse dat me boeit. Tijdens mijn studie hadden ze het daar niet over. Toen ging het over wereldeconomie en zaken die daar invloed op hebben”.

Ashe kreeg een tijdelijke baan bij het Amsterdams Historisch Museum. Daar moest hij proberen te achterhalen wie er op de daar aanwezige schilderijen staan afgebeeld. Een interessant speurwerk dat slechts ten dele lukte.

Schilderen

“Toen die taak er op zat en ik zonder werk was, ben ik verwoed gaan schilderen. Ik had er jarenlang les in gehad, maar je moet wel van heel goeden huize komen wil je daarmee een boterham verdienen. Ik heb het niet in me schuttersstukken a la Van der Helst te maken. Daarom ben ik er abrupt mee gestopt.”

“Van het schilderen ben ik op het schrijven overgestapt. Ik had in mijn studententijd en erna wel eens een artikel voor een historisch blad geleverd, maar boeken waren niet aan de orde geweest. Ik ben op een dag aan de tafel gaan zitten, nadat ik in de daaraan voorafgaande maanden een plot had bedacht voor een historische detective. Dat genre boeit me. In de eerste plaats door mijn belangstelling voor geschiedenis en verder gebeurt er in een detective het nodige. Je kunt er vaart en spanning in stoppen. Dat spreekt me aan.”

“Nadat ik in diverse archieven had gesnuffeld, was ik tot de overtuiging gekomen dat ik een hoofdpersoon moest nemen die iets met justitie van doen had. Het werd de zeventiende eeuwse Amsterdamse waterschout Willem Lootsman. Zo iemand kun je geloofwaardig met de misdaad in verband brengen en door het zeventiende eeuwse Amsterdam laten kuieren.”

“Neem miss Marple bij Agatha Christie, dan ligt het er dik bovenop. Als je die mevrouw weer voorbij ziet rennen, weet je meteen hoe laat het is. Dan is zij weer een misdrijf op het spoor.”

“Het gegeven van de monnik als een soort detective is ook uitgemolken. Toen stuitte ik op die waterschout. In het stadsarchief kwam ik tegen dat Willem Lootsman op 17 maart 1613 in de Oude Kerk in Amsterdam is gedoopt. Hij trouwde met een zekere Catharina Massa, kreeg een heel stel kinderen van wie er enkelen jong stierven. Op 14 juni 1681 is hij in de Oude Kerk begraven. Of zijn graf daar nog is te vinden weet ik niet. Aardig idee. Daar zou ik best eens naar kunnen informeren.”

Door elkaar gehusseld

“Als waterschout heeft Lootsman in Amsterdam een vooraanstaande plaats ingenomen. Hij stond direct onder de hoofdschout en slaagde erin zijn functie uit te bouwen tot enige importantie. Verder is er niets over hem bekend. Toen ik die Willem Lootsman vorm moest zien te geven, kwam mij Willem de Trommelaar voor de geest. Beide figuren heb ik door elkaar gehusseld.”

“Dit voorjaar verscheen 'Het schip met geld', het eerste boek waarin Lootsman in actie komt. Donderdag presenteert uitgeverij Conserve in Schoorl de delen twee en deel drie 'Het duivelskruid' en 'Een herberg in de nacht'. Deel vier, 'De stad in het ijs', is vrijwel afgerond. Binnenkort zet Ashe Stil zich aan het uitwerken van deel vijf.

Bij het schrijven van zijn boeken laat Ashe zich niet leiden door archiefstukken. “Dat zou denk ik nogal saai worden, want veel zaken herhalen zich. Ik neem de vrijheid mijn verhalen zelf te bedenken. Daarbij maak ik wel diepgaand studie van alles wat ik laat gebeuren. Zo draait het in 'Het duivelskruid' om verdovende middelen. Daar werd in de zeventiende eeuw al druk gebruik van gemaakt. Het spul werd vaak verwerkt in tabak. Strafbaar was het gebruik ervan niet. Pas als je je als gevolg daarvan misdroeg, kwam de overheid in actie. Datzelfde gold voor dronkenschap. Je mochtdronken zijn, zolang niemand er last van had. Het gebruik van hallucinerende middelen was in de zeventiende eeuw wijd verbreid. Op veel schilderijen zie je in boerenbinnenhuizen personen onderuitgezakt zitten, een lange pijp slap in de hand. Dat duidt volgens mij niet op het feit dat men een borrel teveel op had, maar die pijp wijst op het gebruik van iets sterkers.”

De figuren in de boeken van Ashe zijn ook verzonnen. “Soms maak ik gebruik van bestaande namen die ik tegen ben gekomen in rechtbankverslagen, maar verder is alles fantasie.” Die fantasie voedt Ashe wel met beelden. Achter veel van zijn hoofdfiguren gaan personen schuil die op beroemde schilderijen in onze musea staan.

“Ik kom dikwijls in musea en op tentoonstellingen. Oude schilderijen, zowel van personen als van interieurs, inspireren mij. In mijn vierde boek spelen vroedvrouwen een belangrijke rol. De hoofpersoon heb ik geleend van een schilderij van Gerard ter Borch. Hij schilderde van die stevige vrouwen.” Rembrandt 'leverde' ook diverse karakters. Zo is Jan Wouters die in 'Het Duivelskruid' slachtoffer wordt van een roofoverval, de secretaris die als achtergrondfiguur is te zien op een schilderij van Jacob de Vogelaer in het Amsterdams Historisch Museum.

Waarom Ashe Stil juist de zeventiende eeuw bij de kop nam? “Mijn boeken spelen zich af in Amsterdam en als je het over die stad hebt, kom je bijna automatisch bij de zeventiende eeuw terecht. Toen gebeurde het allemaal. Dat was de tijd van de grote expansie.”

Als je boeken van Ashe Stil leest, moet de conclusie zijn dat het in het zeventiende-eeuwse Amsterdam verre van veilig was. Gruwelijke steekpartijen, afgrijselijke roofmoorden en geraffineerde daders stofferen zijn verhalen.

“De hebzucht van de mens is iets van alle tijden, maar er gebeurden in die tijd inderdaad verschrikkelijke dingen in de hoofdstad. De straffen waren er naar. Het was oog om oog en tand om tand. Daders van misdrijven hoefden niet op pardon te rekenen. Voordat ze het wisten, bungelden ze aan de galg.”

De lichtere straffen waren evenmin kinderachtig. Ashe beschrijft een terechtstelling op de Dam, nota bene van een man die later onschuldig bleek te zijn. Zijn gezicht werd geblakerd in brandend stro. Daarop volgde nog een aantal folteringen totdat de dood intrad. En dat alles als een soort publieke vermakelijkheid. Duimen afhakken en mensen brandmerken waren ook vaste prik.

Wat Ashe sterk accentueert is de heersende klassejustitie. Gegoede burgers konden straffen, voorzover er geen mensenlevens in het geding waren geweest, voor fikse geldbedragen afkopen. Bezitlozen en figuren aan de zelfkant van het leven, die stad en platteland onveilig maakten, werden in veel gevallen bijna automatisch zwaar gestraft. Niet zelden met de dood. Zo ontdeed de samenleving zich in die tijd van lastige elementen.

De mogelijkheden om Willem Lootsman avonturen te laten beleven zijn voorlopig niet uitgeput. Ashe Stil: “In deel vijf laat ik hem meevaren op een schip van de admiraliteit. Dat leidt ook tot spannende verwikkelingen.”

Ashe Stil geeft toe dat hij het leven van waterschout Lootsman waarschijnlijk boeiender maakt dan het ooit is geweest, hoewel je niet moet uitvlakken waarmee hij zoal kreeg te maken. “Als ik in het Rijksmuseum ben, ga ik altijd even kijken bij Willem de Trommelaar. Ik sta dan zo maar wat te filosoferen bij zijn portret. Willem zou er denk ik de humor wel van inzien dat hij na drie eeuwen inspiratie oplevert voor een boekenserie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden