Review

Schrijvers onder Stalin: zowel slachtoffer als beul

Vitali Chentalinski (Sjentalinski): La parole ressuscitée. Dans les archives litteraires du KGB. Robert Laffont, Parijs; 462 blz. - Fl. 64,05. De Engelse vertaling verschijnt in het najaar bij Free Press, New York.

Zijn bevindingen verschenen in Frankrijk onder de titel 'La parole ressuscitée'. Met het openen van de dossiers legde Sjentalinski de vinger op de zere plek van de Sovjet-geschiedenis en dat wordt hem in eigen land niet in dank afgenomen.

In mei 1939 wordt de schrijver Babel opgepakt op beschuldiging van anti-Sovjet activiteiten. “Erkent u schuld?” “Nee”, antwoordt Babel. “En waarom bent u dan wel gearresteerd?” Babel: “(. . .) omdat ik de laatste jaren geen werk van betekenis heb gepubliceerd en dat kan in Sovjettermen worden opgevat als sabotage en werkweigering.” Na drie dagen van verhoren is Babel gebroken en bekent alles wat hem in de schoenen wordt geschoven; van spionage voor Frankrijk (hij was bevriend met Andre Malreaux) tot het beramen van een complot tegen de communistische leiders. Een bekentenis die gepaard gaat met tal van valse beschuldigingen aan het adres van vrienden en collega's. Het maakt allemaal niets uit. Verteerd door schuldgevoel trekt Babel vlak voor zijn executie alles weer in.

Het verhaal van Babel is indicatief voor het lot van vele schrijvers onder de Stalinterreur. Onder hen vielen verhoudingsgewijs de meeste slachtoffers: ruim tweeduizend schrijvers werden gearresteerd, driekwart daarvan verdween in een van de kampen. Fictie en werkelijkheid gingen vaak geruisloos in elkaar over. Het is een rotte plek in de Sovjet-geschiedenis, dat stond voor Vitali Sjentalinski van meet af aan vast.

Het is 1988 - de kreten 'glasnost' en 'democratie' weerklinken van het Kremlin. Sjentalinski, zelf geen dissident maar wel een opposant van het regime, klopt aan bij de Schrijversbond met het verzoek een commissie op te richten die zich zal ontfermen over het literair erfgoed van de slachtoffers van de repressie. Het verzoek wordt met gemengde gevoelens ontvangen. Maar het tij zit mee en na een jaar wordt het bestaan van de commissie officieel in de krant aangekondigd.

Sjentalinski aanschouwt uit vrije wil het interieur van de Loebjanka. Hoge, verveloze muren, een onheilspellend stilte en een ambtenaar die niet van zins is de auteur het dossier van Babel te geven. “Is het soms een staatsgeheim?” vraagt Sjentalinski. “Nee”, antwoordt de ambtenaar, “maar er staan professionele geheimen in”. “Zoals?” “Het nummer van het dossier, de namen van de onderzoeksrechters . . .”

Bij het Parket lukt het Sjentalinski wel om via een list dossier nr. 419, met de laatste verklaringen van Babel, in te zien. Hij publiceert ze in het hervormingsgezinde tijdschrift Ogonjok en zet daarmee de radartjes van de bureaucratische molen in werking. De Loebjanka opent zich, maar de publikatie roept tevens een storm van reacties op, deels zeer negatief. De auteur wordt uitgemaakt voor verklikker en antisemiet.

Overigens krijgt Sjentalinski het archief zelf nooit te zien. Hij komt vier keer terug om Babel en vier keer krijgt hij nieuw materiaal. Dat het nog niet alles is bewijst een lege enveloppe die, volgens het opschrift, tweeëntwintig manuscripten zou moeten bevatten.

Ondanks de lacunes geeft het nu beschikbare materiaal, gebundeld in 'La parole ressuscitée', een redelijk inzicht in de wijze waarop het systeem ten tijde van de rode terreur zijn eigen literatoren uitschakelde. Wat als eerste opvalt is hoe perfect het systeem schrijvers tegen elkaar uit wist te spelen. “Schrijvers zijn niet alleen slachtoffers. Vaak zijn slachtoffer en beul in een persoon verenigd”, meent Sjentalinski, die in het dossier van Babel brieven aantrof van schrijvers die zich onmiddellijk na diens arrestatie tot Beria (de toenmalige chef van de NKVD, voorloper van de KGB) richtten met het verzoek om de datsja van Babel in bruikleen te krijgen.

Slachtoffer of verklikker, geen schrijver ontkwam aan het waakzaam oog van 'IJzeren Feliks' (spotnaam voor Feliks Derzjinski, oprichter van de KGB) die op zijn sokkel het fort van de Loebjanka in het centrum van Moskou nauwlettend in de gaten hield. Maar niet iedere auteur onderging hetzelfde lot.

“Waarom mag een schrijver zijn land niet verlaten als zijn werken er geen bestaansrecht hebben?” schrijft Michail Boelgakov in 1929 aan Maksim Gorki, de vader van het socialistisch-realisme. Boelgakov mocht niet weg en werd niet langer gepubliceerd. Pas in 1966, ruim een kwart eeuw na zijn dood kon 'De meester en Margarita' in gecensureerde vorm verschijnen. In deze roman komt de zinsnede voor 'Manuscripten branden niet'. Een zin die, zoals nu blijkt, verwijst naar het dagboek van de auteur dat in 1926 werd geconfisceerd en dat Boelgakov na lang aandringen weer terugkreeg waarna hij het onmiddellijk verbrandde. Of Boelgakov wist dat een ijverige ambtenaar van de geheime dienst zijn morsige handschrift had overgetypt, zal altijd een geheim van de Loebjanka blijven.

Alleen de totale willekeur kan verklaren waarom Boelgakov moest blijven terwijl zijn collega Zamjatin het land mocht verlaten, waarom de dichter Osip Mandelstam een ellendige dood stierf en Stalin van de latere nobelprijswinnaar Pasternak zei: “Laat die hemelbewoner met rust”. Stalin wilde als kunstminnaar de annalen ingaan. Beroemd is het telefoongesprek tussen Stalin met Pasternak naar aanleiding van de arrestatie van Mandelstam in 1934: “Waarover wilt u met me spreken?” vraagt Stalin aan Pasternak. “Over leven en dood”, antwoordt de laatste huiverend, wetend dat elk woord fataal kan zijn. Het is mogelijk dat Pasternaks antwoord het doodvonnis van de grote dichter enkele jaren heeft uitgesteld. 'Isoleren maar sparen' beval Stalin in 1934 inzake Mandelstam. 'Isoleren en vernietigen' - luidde de order drie jaar later.

Sjentalinski ontdekte geconfisceerde manuscripten, brieven en gedichten waaronder fragmenten uit de 'Technische Roman' van Platonov, intrigerende dagboeknotities van de nimmer gepubliceerde schrijfster Nina Hagen-Torn, brieven van Gorki aan Lenin waarin de auteur zich negatief uitliet over de revolutie, versregels waarin Mandelstam Stalin parodiëert ('Zijn vette vingers zijn net wormen').

Het materiaal dat Sjentalinski tot nu toe vond is, ondanks de vaak storende interpretaties van de auteur, ongelooflijk fascinerend. Het blijft echter de vraag welk deel van de geschiedenis wij nu onder ogen krijgen. “Meestal werden die documenten en manuscripten bewaard die volgens de machthebbers belastend waren”, lichtte Sjentalinski zijn werk onlangs toe op een avond georganiseerd door de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) en het Comité Indexon-Censorship. “Echt nauwkeurig is de documentatie niet, omdat de Loebjankamedewerkers aan de lopende band werden vervangen. Naast het Loebjanka archief bestaan er nog vele andere, zoals het Goelag- en het presidentieel-archief. Zo zijn er pyramides van geschiedenis geschapen. Het is als in een sprookje waarin de deuren eindeloos opengaan.”

Het werk zal er in de toekomst niet eenvoudiger op worden. Er zijn nog geen wetten die het werken met archiefmateriaal toestaan. Sjentalinski: “Tezamen met vrijheid en democratie is er opnieuw chaos en willekeur gekomen”. En: “De externe censor is verdwenen, maar de interne blijft. De homo sovieticus is nog niet klaar voor de vrijheid. Het communisme is geworteld in ons bewustzijn”.

Het feit dat 'La parole ressuscitée' in Frankrijk uitkwam en niet in Rusland zegt genoeg. Geldgebrek is niet de enige reden. Men zit niet te wachten op de waarheid omtrent de terreur onder Stalin, zoals bleek uit de heftige reacties volgend op de publicaties in het tijdschrift Ogonjok. Sjentalinski begreep dat er niet één grote waarheid bestaat: “Iedereen kent zijn eigen waarheid. Ik noem het 'de gebroken spiegel van de waarheid'. Een mens heeft slechts een scherf nodig om zichzelf te kunnen zien, de hele spiegel is te confronterend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden