Interview Amerikaanse literatuur

Schrijver Siri Hustvedt: Het gaat niet om mij

Siri Hustvedt Beeld Hollandse Hoogte / Eyevine - Exclusive

De Amerikaanse schrijver Siri Hustvedt ziet in de literatuur ook een bron van kennis: ‘Fictie biedt de meest fascinerende manier om gedachten te onderzoeken’.

Gejaagd gaat schrijver Siri Hustvedt door haar tas. “Paspoort, geld ...” Over een uur vertrekt ze naar Brussel voor een optreden, daarna naar Spanje, om de Prinses van Asturiëprijs in ontvangst te nemen. Ze loopt haar vingers na terwijl ze de reisbestemmingen van de komende maanden afgaat. Praag, Schotland, Australië. Mist ze Amerika dan niet? “Als ik eerlijk ben: ja. Het is heel eervol en bijzonder dat al die mensen interesse in me hebben, maar ik ben 64.” Ze lacht. “Het is wat veel allemaal.”

De avond voor dit gesprek werd ze in Utrecht geïnterviewd over ‘Herinneringen aan de toekomst’. De roman draait om ‘S.H.’, een schrijfster van in de zestig. Bij het opruimen van het huis van haar moeder, die alzheimer heeft en naar een verzorgingshuis vertrekt, vindt S.H. een oud ­notitieboekje van zichzelf in een la. In de roman vergelijkt het personage haar herinneringen aan de tijd dat ze erin schreef – eind jaren zeventig – met wat ze in het boekje ­optekende. Het resultaat is een filosofische roman over de manieren waarop de mens zich verhoudt tot de werkelijkheid en tot zijn autobiografische geschiedenis. “Herinneringen ontwikkelen zich”, vertelt Hustvedt. “Reconsolidatie, heet dat. Iedere keer dat je een herinnering ophaalt, verandert die, onder invloed van je huidige staat van zijn.”

Het is niet alleen haar literaire werk dat maakt dat Hustvedt zich een slag in de rondte reist; ze schreef verschillende wetenschappelijke artikelen en wordt door universiteiten uitgenodigd. “Ik houd er tegenwoordig twee carrières op na.”

Het was een beangstigende ervaring die haar die tweede carrière opleverde. Toen ze op het punt stond te spreken op de begrafenis van haar vader, begon ze opeens hevig te trillen. “Heb je Angela Merkel gezien? Zo zag het eruit. Mentaal leek er niets met me aan de hand, ik voelde me rustig, dus ik begreep er niets van. Vanaf mijn nek naar beneden was mijn lichaam aan het schokken. Onbestuurbaar.”

Artsen konden geen diagnose stellen, dus besloot ze het zelf te gaan onderzoeken in het essayboek ‘De geschiedenis van mijn zenuwen’ (2010), dat tot haar verrassing werd opgepikt in de wetenschappelijke wereld. “Opeens werd ik uitgenodigd voor psychiatrische congressen. Sindsdien leid ik een dubbelleven.

“Ik motiveer wetenschappers om verder te kijken dan hun eigen specialisme. Specialisatie creëert muren. Mensen zijn bang voor tegenstrijdigheden, voor chaos, daarom beperkt men zich liever tot een enkele theorie. Maar iets van verschillende kanten bekijken levert geen chaos op. Er ontstaat wat ik ‘een gefocuste ruimte van ambiguïteit’ noem. Andere invalshoeken kunnen je helpen om de problemen in je eigen vakgebied op te lossen.”

Wat biedt de romanvorm u dat de wetenschap niet biedt?

“Fictie is de meest fascinerende manier om gedachten te onderzoeken, al wordt dat in onze maatschappij natuurlijk niet zo gezien. In de roman denk je geraffineerd over de werkelijkheid na. Dat heeft met de potentie van meerstemmigheid te maken: dat je meerdere personages aan het woord kunt laten en verschillende betekenissen in een verhaal kunt incorporeren. In de droomduiding noemen ze het ‘overdeterminering’.

“Je kunt een droom uiteenlopend uitleggen; die kan gaan over je strubbelingen in je carrière, gebeurtenissen in je gezin, over je relatie, over de band met je moeder. Allemaal tegelijkertijd. Hoewel die interpretaties afzonderlijk kloppen, hebben ze onderling niets met elkaar te maken – en toch leiden allemaal ze tot hetzelfde eindproduct: die droom.

“Die potentie heeft een roman ook. De verschillende duidingen verdiepen elkaar, in plaats van elkaar teniet te doen. Terwijl men in de wetenschap meestal uitgaat van een monolithisch systeem: de ene verklaring sluit de andere uit.

“In ‘Herinneringen aan de toekomst’ is die meerstemmigheid een hoofdthema. Ik vergelijk het boek vaak met origami. Het begint vrij vlak, met hier en daar een terugblik, maar gaandeweg gaan de verschillende verhalen en tijdlagen in elkaar doorwerken. Zo ontstaat er een driedimensionaal verhaal, waarbij ook de lezer een steeds grotere rol begint te spelen. S.H. spreekt de lezer direct aan. Ik wilde het niet alleen hebben over hoe het ‘nu’ in dialoog gaat met het herinnerde verleden en hoe verhalen elkaar infecteren, maar ook over de dialoog die plaatsvindt tussen lezer en tekst.” 

U bent zelf een fervent lezer, net als uw hoofdpersoon.

“Ja, als ik de kans krijg, lees ik. Schrijven houd ik iedere dag een uur of zes à zeven vol. Zodra ik merk dat mijn concentratie begint te verslappen, ga ik lezen, drie uur, vier uur.

“Het magische aan lezen is dat je wordt bezeten door de stem van een ander; als je in een boek opgaat, ga je op in het bewustzijn van iemand anders. Dat is een unieke, intieme ervaring en een uitgelezen kans om je eigen bewustzijn te vergroten. Dat ik zo veel lees, lijkt misschien dwangmatig, maar ik word nu eenmaal gedreven door een niet te stoppen nieuwsgierigheid.”

Zou u dat de belangrijkste waarde in uw leven willen noemen? Het vergroten van uw bewustzijn?

“Absoluut. Ook hier weer: muren doorbreken. We zijn niet alleen wat we qua genenpakket meekregen. In ‘Herinneringen aan de toekomst’ staat op de eerste pagina een merkwaardige zin: ‘Al schrijvend werd ook ik geschreven’. Dat is belangrijk. Wie is de schrijver van mijn verhaal?

“Feit is: we worden allemaal geschreven. We worden ­allemaal gevormd door het sociale en culturele systeem waarin we grootgebracht worden, of we nu willen of niet. We verinnerlijken geïnstitutionaliseerde vooroordelen, die ons vanaf de dag van onze geboorte onophoudelijk worden aangereikt. Die zijn in eerste instantie onbewust, vaak ­blijven ze dat ook. Maar ze beïnvloeden onze perceptie sterk.

“In de roman spelen sekseverschillen bijvoorbeeld een grote rol. We denken heel verschillend over mannen en vrouwen. Die tweedeling heeft grote gevolgen voor de manier waarop mannen en vrouwen zich ontplooien. Misogynie is in onze cultuur een hardnekkig probleem.

“Het ingewikkelde eraan is dat het zich pas uit wanneer een vrouw niet in de pas loopt. Zolang vrouwen keurig hun rol spelen – bevallig glimlachen, zichzelf wegcijferen, zachtheid en vriendelijkheid uitstralen – valt het niet op. Maar zodra een vrouw breekt met die verwachting en bijvoorbeeld woede uit, of simpelweg kracht, wordt opeens schrijnend zichtbaar hoezeer onze samenleving nog wordt gedomineerd door vrouwenhaat.

“Mijn hoofdpersonage, S.H., ontdekt langzaam maar zeker haar eigen boosheid. Dat maakt haar doodsbang. Op een dag krijgt ze een mes van een vriendin. Daar klampt ze zich aan vast; het wordt het symbolische wapen waarmee ze door haar eigen verhaal heen probeert te breken.”

Is het uzelf gelukt om door seksistische vooronderstellingen heen te breken?

“Ik ben al sinds mijn veertiende feminist, dus ik hoop dat ik er intussen in geslaagd ben me behoorlijk bewust te zijn van de mechanismen die onze perceptie bepalen. Ja. En daar verweer ik me tegen. Maar er blijven altijd muren bestaan. Er blijft altijd een reden om te lezen. Ik hoop dat tot mijn dood te blijven doen. Maar we hebben ons lot niet in eigen handen. Het kan helaas ook gebeuren dat je bewustzijn op een dag niet meer verder groeit, maar begint te krimpen. Zoals ook voorkomt in de roman.”

De moeder.

“Ja. Mensen denken dat het boek autobiografisch is. Dat is niet zo, het is fictie, maar de passages over de moeder komen overeen met de werkelijkheid. Mijn moeder heeft alzheimer. Ze is 96. Ze weet wie ik ben en ze weet wat ze vroeger heeft meegemaakt, maar ze kan zich niet herinneren wat ik net heb gezegd. Als je kortetermijngeheugen niet meer goed functioneert, kun je niet lezen.”

Bent u bang dat u dat ook overkomt?

“Doodsbang. Het zou een ramp zijn. Mama las nog meer dan ik, weet je, ze zat in meerdere leesclubs tegelijk. Zij heeft me de interesse in boeken bijgebracht. Ik herinner me dat ze me een keer belde en vroeg: ‘Siri, heb je Mahfoez al gelezen?’ Een Egyptische schrijver, heeft in de jaren tachtig de Nobelprijs gewonnen. Had ik niet. Zijn we hem samen gaan lezen. Belden we elkaar om de zoveel pagina’s om het erover te hebben. Dat is nu weggevallen. Lezen gaat niet meer.”

Dat lijkt me moeilijk voor u.

“Jawel. Maar het gaat om mijn moeder, en ik geloof niet dat ze eronder lijdt; ze realiseert zich niet dat ze dingen vergeet. Daarbij: m’n moeder is altijd verbazingwekkend optimistisch geweest, verbluffend positief. Nog steeds. Als ik vraag hoe het voor haar is, dat ze dingen niet meer weet, haalt ze haar schouders op en lacht ze. ‘Ach, ik ben oud, oude mensen vergeten dingen’, zegt ze dan.”

Siri Hustvedt Beeld Hollandse Hoogte / Eyevine - Exclusive

Het geheugen is een hoofdthema in uw roman. Heeft uw moeders ziekte een rol gespeeld bij uw onderwerpkeuze?

“Ik was er al lang voordat ze ziek werd mee bezig. Met de menselijke geest. Taal. Het geheugen. Fantasie. Eigenlijk als kind al. Ik heb van jongs af aan last gehad van zware migraineaanvallen. Vóór een aanval kun je hallucinaties krijgen, of je ziet gekleurde lichtflitsen. Flitsen, hier, naast jouw hoofd. Jij ziet ze niet. Door dat soort ervaringen ging ik nadenken over subjectiviteit. Hoe objectief zijn onze waarnemingen? En over grenzen; wat zijn de grenzen van het menselijk ­lichaam? Waar houd ik op en begint de buitenwereld?

“Ik heb veel geschreven over de connectie tussen lichaam en geest. Niemand weet wat ‘de geest’ is, dat is het wonderlijke. Je kunt het niet aanwijzen op een hersenscan. En toch zijn we geneigd die geest te beschouwen als iets dat buiten het lichaam bestaat.

“Volgens Descartes is het lichaam niet meer dan een container voor gedachtes. Ik bewonder Descartes hoor, maar ik ben het niet met hem eens. Ik ben een anticartesiaan. De dualiteit, de scheiding die hij opwerpt tussen lichaam en geest, die lijkt me onjuist.”

Ook hier weer: het doorbreken van een muur?

“Al mijn werk hangt in sterke mate samen. Ik denk dat dat de hoofdvraag van mijn oeuvre is: Wat zijn de grenzen van een menselijk wezen? En waar zijn die grenzen gelogen, fictie? Niet alleen grenzen tussen mensen, ook tussen mensen en dieren, planten, de aarde. Geen vragen die ik eenduidig denk te kunnen beantwoorden, daar gaat het me ook niet om, maar ik merk dat, hoe meer ik me in een thema verdiep, hoe flexibeler ik over dingen na kan denken. Ik denk dat al mijn werk uiteindelijk een onderzoek is naar wat het betekent om mens te zijn.”

Misschien ook naar wat het betekent om u te zijn?

“Nee, het gaat me niet om mijzelf. Het gaat me om ‘ons’. Ik ben altijd veel meer geïnteresseerd geweest in ‘wij’ dan in ‘ik’.”

Is dat iets vrouwelijks?

“Dat zou best kunnen, maar die uitspraak is nu ­precies zo’n voorbeeld van generalisaties die ik probeer te bestrijden.” <<

Siri Hustvedt
Herinneringen aan de toekomst
Vert. Caroline Meijer en Jeske van der Velden De Bezige Bij; 414 blz. € 24,99

Lees ook:

Als een man het gemaakt heeft 

In haar slimme nieuwe roman suggereert de Amerikaanse Siri Hustvedt dat vrouwelijke kunstenaars kolossaal gediscrimineerd worden

Lees ook:

Hoe bereik je de mythe van de compleetheid? 

Siri Hustvedt roert in haar nieuwe roman vele thema’s aan: immigratie, ontworteling, dood en herinnering. Het boek is een schitterend intellectueel mozaïek met een onverwacht emotionele kracht, vindt Julie Phillips.

Lees ook:

De som van de liefde is gemis.

 Een hartstocht voor schilderijen en een warme liefde voor familie en vrienden zijn onlosmakelijk verstrengeld in ‘Wat me lief was’. ,,Onze gevoelens voor onze dierbaren sturen onze kunstervaringen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden