Auteur Robbert Welagen

InterviewRobbert Welagen

Schrijver Robbert Welagen: ‘Rouw en verliefdheid liggen dichter bij elkaar dan je zou denken’

Auteur Robbert WelagenBeeld Jildiz Kaptein

Kun je een nieuwe liefdesrelatie beginnen op dezelfde dag dat je partner overlijdt? Robbert Welagen schreef er een indringende psychologische roman over. ‘Rouw en verliefdheid liggen dichter bij elkaar dan je zou denken.’

De schrijver komt zwaaiend de voordeur uit. “Het is hier!”, roept hij naar de verdwaalde journalist. “Kom binnen.” Veel mensen kunnen zijn adres niet vinden, weet Robbert Welagen (40) uit ervaring. Hij woont in een deel van een voormalig sanatorium, midden in de bossen bij Zeist. Deze plek heeft hij niet voor niets uitgekozen. “Het is een stille, prikkelarme omgeving”, legt hij uit. “Ik voel me beter bij weinig impulsen.”

Eigenlijk houdt hij ook niet zo van interviews, bekent hij zodra de thee op tafel staat. Op zich kunnen dat soort gesprekken best waardevol zijn en nieuw inzicht in zijn werk geven, maar hij vindt zichzelf er niet goed in. “Na afloop baal ik vaak enorm. Dan heb ik het gevoel dat ik het heb verpest. Ik geef niet de goede antwoorden, ik reageer niet spontaan en ik kan mijn zinnen niet redigeren zoals bij een geschreven tekst.”

Robbert Welagen (1981) is een Nederlandse schrijver van negen romans en korte verhalen. In 2006 debuteerde hij met Lipari, waarmee hij de Selexyz Debuutprijs won. Zijn vijfde roman, Het verdwijnen van Robbert (2013) stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs en de BNG Literatuurprijs. Zijn veelgeprezen achtste boek, Antoinette (2019), wordt vertaald in het Japans en het Spaans.

Welagen volgde de kunstacademie in Den Bosch en studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht. Hij heeft zich altijd creatief uitgedrukt. In zijn kinderjaren tekende hij al veel. Als tiener ging hij er gitaar bij spelen en zong hij in een driekoppig bandje waarvoor hij zelf de liedteksten schreef. Later ging hij schilderen, begon hij een dagboek en waagde hij zich aan zijn eerste verhalen en gedichten. Van al deze creatieve uitingsvormen is alleen het schrijven overgebleven.

Zijn moeite met het vraaggesprek blijkt ook een bron van creativiteit. Welagen schreef ooit een kort verhaal over een schrijver die een interview verknalt. Het werd gepubliceerd in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad. Daarna leek het hem interessant om het eens om te draaien: hij wilde een verhaal schrijven over een interview dat juist heel goed verloopt, op het broeierige en erotische af. Dat verhaal groeide gaandeweg uit tot de zojuist verschenen roman Raam, sleutel.

Het boek begint meteen met het schrijversinterview. De hoofdpersoon, de jonge schrijfster Karlijn, heeft thuis een fijn gesprek met de empathische tv-journaliste Hanna. De twee voelen een diepe, ronduit zinnelijke connectie. Karlijn krijgt het er warm van. Ze opent het raam en zet daarmee ongewild een reeks gebeurtenissen in gang waardoor haar vriend Arne nog diezelfde middag komt te overlijden.

Na deze gruwelijke plotwending ontwikkelt Raam, sleutel zich tot een ontroerende, ingetogen roman over rouw. Karlijn voelt zich schuldig over de dood van haar vriend. Tegelijk is ze verward door haar ontluikende gevoelens voor de interviewster. Rouw en liefde, kunnen die samengaan? Kun je een nieuw iemand in je leven verwelkomen terwijl je nog afscheid neemt van een ander?

En, wat denkt u? Gaan rouw en verliefdheid samen?

“Dat was bij het schrijven de psychologische uitdaging. Ik vroeg me af: hoe word je ’s ochtends wakker als je een dag eerder je partner hebt verloren én gevoelens hebt gekregen voor iemand anders? Ik denk dat ik zelf helemaal stil zou vallen. Dat gebeurt bij de hoofdpersoon Karlijn eigenlijk ook. Ze trekt zich terug. Er ontstaat een soort kortsluiting in haar hoofd. Dat is niet zo gek, want op het eerste oog zijn rouw en verliefdheid sterke tegenstellingen. Bij rouw denk je aan zwart en donker, aan het verleden dat verloren is gegaan, aan de leegte. Verliefdheid is eerder licht, fris, nieuw: toekomst, lente. Maar ik las ook ergens dat er veel lichamelijke overeenkomsten bestaan tussen rouw en verliefdheid. Geestelijke onrust bijvoorbeeld, slapeloosheid en hartkloppingen. Ze liggen dichter bij elkaar dan je zou denken.

“Schrijftechnisch heb ik per scène bekeken of ik de twee toestanden kon laten samengaan. Soms voelt Karlijn tegelijk aantrekkingskracht en verdriet. Op andere momenten wisselen de emoties elkaar netjes af, maar ze weet niet goed hoe ze ermee om moet gaan. De eenvoudigste oplossing voor haarzelf zou zijn om te zeggen: ‘Sorry, ik ben nog niet aan een nieuwe relatie toe’. Maar dat lukt haar niet. Ze laat zowel de rouw als de verliefdheid in stand en moet ze daardoor allebei aangaan.”

Robbert Welagen: 'Rouw heeft vast allerlei fases: ontkenning, woede, enzovoort. Maar daar heb ik me totaal niet in verdiept. Ik schrijf puur vanuit mijn verbeelding, op gevoel.' Beeld Jildiz Kaptein
Robbert Welagen: 'Rouw heeft vast allerlei fases: ontkenning, woede, enzovoort. Maar daar heb ik me totaal niet in verdiept. Ik schrijf puur vanuit mijn verbeelding, op gevoel.'Beeld Jildiz Kaptein

Waarom wilde u over rouw schrijven?

“Dat was geen vooropgezet plan. In eerste instantie wilde ik dus een kort verhaal schrijven over een interview. Voor mijzelf is het ook gissen waarom die rouw erbij is gekomen. Het kan te maken hebben met het onderwerp van mijn vorige boek, Antoinette. Dat is een vrij autobiografisch boek, gebaseerd op het feit dat mijn vriendin en ik geen kinderen kunnen krijgen. Door die ervaring van de afgelopen zes, zeven jaar ben ik misschien in een rouwfase beland. Je moet verwerken dat je iets hebt verloren, dat je nooit een gezin zal vormen en geen vader en moeder zal worden. Je neemt afscheid van dat idee. Zo bezien is dit nieuwe boek een logisch vervolg op het vorige, al is de plot totaal anders. Maar gepland was het dus niet. Ik heb het intuïtief geschreven. Het boek vertelt míj wat mij bezighoudt.”

U schetst het verlammende verdriet van de hoofdpersoon heel invoelbaar en overtuigend. Heeft u onderzoek gedaan naar rouw?

“Rouw heeft vast allerlei fases: ontkenning, woede, enzovoort. Maar daar heb ik me totaal niet in verdiept. Ik schrijf puur vanuit mijn verbeelding, op gevoel. Soms doe ik letterlijk mijn ogen dicht en denk ik: wat kan er allemaal gebeuren in deze situatie? Neem die scène dat de buurvrouw aan de deur haar medeleven uit. Dat doet ze nogal onbeholpen; het is eigenlijk ontzettend pijnlijk wat ze allemaal zegt. Mensen zeggen al snel te veel in zo’n situatie. Ik heb het zelf ervaren toen bleek dat we geen kinderen konden krijgen. Iemand zei tegen me: zelf zou ik voor zoiets nooit naar het ziekenhuis gaan, want ik wil een líefdeskind. Ja hallo, wij wilden óók een liefdeskind! Zoiets doet zeer, al was het vast goed bedoeld.

“Karlijn kan eigenlijk geen verdriet toelaten. Ze kan bijvoorbeeld niet huilen. Ze wil ook niet met haar schoonouders mee naar het graf omdat ze denkt: Arne ligt daar door mijn schuld. Door dat schuldgevoel mag ze een heleboel niet van zichzelf. De verhouding met Hanna lijdt er ook onder. Karlijn komt enorm klem te zitten. Tegelijk heeft haar rouw iets lichts. Zo stelt ze zich vaak voor welke grapjes Arne zou maken. Dat durft ze met niemand te delen omdat ze denkt dat het niet hoort.”

Dit is het eerste boek dat u vanuit een vrouw heeft geschreven. Moest u een drempel over, in deze hypersensitieve tijd?

“In het begin was ik me er ontzettend van bewust dat ik in de huid van een vrouw was gekropen. Ik was beducht op mijn mannelijke blik, want ik wilde absoluut niet dat lezers zouden denken: dit is nou precies zoals een man dénkt dat een vrouw zou denken. Maar al vrij snel realiseerde ik me dat mannen en vrouwen sterk op elkaar lijken. Het is eigenlijk heel ouderwets om uit te gaan van grote verschillen. Toen kon ik het loslaten. Pas na afloop dacht ik ineens weer: oei, is dit wel woke? Mag dit nog wel? Maar ik vind van wel. Ik heb geprobeerd een subtiel, genuanceerd boek te schrijven waarin ik me zoveel mogelijk in een vrouw verplaats. Ik zou niet weten wat daar op tegen zou zijn.”

Stuitte u niet op een gebrek aan lichamelijke kennis bij de lesbische seksscènes?

“Ja, die scènes vond ik oprecht lastig. Aan mijn eigen vriendin en aan een vriendin die ik al meer dan twintig jaar ken, heb ik gevraagd: hoe doe je dat nou, hoe pak je zoiets aan? Ik ben nu eenmaal gevangen in mijn mannelijke blik. Bij sommige stukjes zei mijn vriendin: dit zou ik toch anders doen, dat doet een vrouw zo niet.”

Ah, u had uw eigen sensitivity-reader thuis op de bank.

“Eigenlijk wel ja.”

Wat heeft u concreet aangepast?

“Karlijn was soms iets te ruw. Dit is meer de mannelijke lust, kreeg ik dan als commentaar. Zelf dacht ik: lust is lust, ook bij een vrouw. Maar nee. Het zat ’m in subtiele gebaren of woordkeuzes. Schrijf je ‘in de borsten knijpen’ of ‘de borsten strelen’? Tegelijk is het heus niet zo dat een man alleen maar bruut is en een vrouw altijd teder. Je moet de nuance zoeken. Ergens gleed een hand tussen de benen. Dat vond mijn vriendin meer een mannenhand. Die hand deed iets wat ík zou kunnen doen, zei ze. We kregen daar discussie over: was het uitgesloten dat een vrouw het zo zou doen? Nee natuurlijk, want er zijn nu eenmaal particuliere verschillen. Maar uiteindelijk heb ik toch kleine aanpassingen aan de tekst gedaan waardoor de associatie met de mannenhand verdween.”

Dat fysieke is natuurlijk opwindend, maar eigenlijk zijn uw seksscènes meer psychologisch van aard.

“Dat klopt. Oscar Wilde heeft eens gezegd: alles in het leven draait om seks, behalve seks, want dat draait om macht. Daar heb ik uit opgemaakt dat een seksscène niet over seks hoeft te gaan. Het kan ook gaan over eenzaamheid, over de scheiding tussen lichaam en geest of over het ongemak tussen twee mensen. In seks komt vaak de psychologie van een relatie tot uiting. Wie is dominant en wie onderdanig? Iemand die in het dagelijks leven heel lief en correct is, compenseert dat misschien in bed. Seksscènes bieden veel mogelijkheden. In dit boek gaat het om de onwennigheid van Karlijn, die voor het eerst met een vrouw vrijt. En om ontrouw: ze ziet haar overleden partner soms voor zich als ze Hanna kust. Dan denkt ze: ik hoop dat hij even tien minuten wegblijft.”

Literair is het boek een belevenis. Het zit vol subtiele symboliek, Droste- en spiegeleffecten en verwijzingen naar andere romans. Hoe belangrijk is stijl voor u?

“Heel belangrijk. Ik hou van kleine verhalen die iets groots suggereren. Van terloopse symboliek die ruimte laat aan de lezer. En van herhaalde motieven, net als in muziek, zodat het bijna meditatief wordt. Schrijven is net als componeren. Je creëert een gesloten parallelle wereld waarin de elementen als het mechaniek van een horloge in elkaar steken. Ik kan niet tegen boeken die slordig zijn geschreven.

“Ik hecht vooral waarde aan de kunst van het weg­laten. Het eerste hoofdstuk van mijn boek bevat eigenlijk alle materie al. Het is het zaadje waar de andere hoofdstukken uit ontkiemen. Minimalisme, daar hou ­ik van. Provocerende eenvoud. Eén boom op een grasveld.

“Mijn stijl heeft iets Japans, zeg je? Dat vind ik een groot compliment. Eenvoud en helderheid zoek ik niet alleen in mijn werk, maar in heel mijn leven. Daarom heb ik zo’n moeite met de stad en met sociale media. Het is allemaal te veel. Daar is mijn brein gewoon niet voor gemaakt.”

Heeft u al plannen voor een volgend boek?

“Nee, nog geen idee. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat zich vanzelf een onderwerp aandient. Er gaat genoeg mis in het leven.”

Tot slot: viel dit interview mee?

“Zeker. Bedankt voor het aangename gesprek. Ik kijk er met een tevreden gevoel op terug.”

null Beeld

Robbert Welagen
Raam, sleutel
Nijgh & van Ditmar; 208 blz. € 18,50

Lees ook:
Man zit in badhuis en wacht op geliefde

We zijn aan de achtste roman van Robbert Welagen toe: ‘Antoinette’. Ongeveer een keer per anderhalf jaar komt de schrijver met een nieuw boek. Korte romans zijn het, novelles, of, zijn voorlaatste ‘Nachtwandeling’, een politieroman. Hierin wordt schrijver Jacob van Herwijnen na het in ontvangst nemen van de Sebriko Literatuurprijs dood in de Amstel aangetroffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden