InterviewJonathan Coe

Schrijver Jonathan Coe is een tikje geobsedeerd door filmmaker Billy Wilder: ‘Hij begreep het belang van lichtvoetigheid’

Jonathan Coe Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Jonathan CoeBeeld Hollandse Hoogte / EPA

Met Meneer Wilder en ik brengt Jonathan Coe een ode aan zijn levenslange idool: filmmaker Billy Wilder. Een man die ondanks een pijnlijke ­familiegeschiedenis vrolijke films maakte. ‘Dat vind ik heroïsch aan hem.’

The Private Life of Sherlock Holmes, daar begon het allemaal mee. Als veertienjarige zag schrijver Jonathan Coe de film halverwege jaren zeventig op televisie. Een titel uit de nadagen van Billy Wilders carrière, dat ziet Coe nu ook wel. Als tiener had hij geen idee. “Ik zag een inventieve, authentieke kijk op de Sherlock Holmes-verhalen waar ik zo van hield”, vertelt de Engelsman via Zoom. Getrimde grijze baard, opgewekte blik: tegen een volle, opgeruimde boekenkast betuigt Coe, bedachtzaam sprekend, zijn liefde voor Wilders toon en stijl. “Hoe kan een film grappig en triest tegelijk zijn? Ik was al begonnen met schrijven en was een groot fan van komedie – de ­jaren zeventig waren een geweldig tijdperk voor Britse komedie. Maar humor en diepe ernst als combinatie, dat was nog nooit in mijn hoofd opgekomen.”

Die combinatie zet ook de toon van Meneer Wilder en ik. Daarin kijkt Coe mee met de opnamen, in 1977 op verschillende locaties in Europa, van een van Wilders laatste films, Fedora. Over een regisseur die een actrice, ooit een ster, weer voor de camera probeert te krijgen.

Wilder, dan een zeventiger, is de gevierde scenarioschrijver-regisseur van weleer. Iedereen kent films als Sunset Boulevard, Irma la Douce en The Apartment. Zit hij in een restaurant, dan komen wildvreemden hem ademloos begroeten en vertellen hoe zijn werk hun leven heeft veranderd. “Some Like It Hot, een meesterwerk in Amerikaanse comedy”, verzucht een fan. Wilder neemt de complimenten gracieus in ontvangst. Maar ja, die films zijn minimaal vijftien jaar oud. Nu heeft Wilder de grootste moeite om Fedora gefinancierd te krijgen – hij wijkt zelfs uit naar Duitsland, het land dat hij als jongeman tijdens het opkomend fascisme in de jaren dertig was ontvlucht. Zijn familie is er in concentratiekampen omgekomen.

Na die eerste film is Billy Wilder een belangrijke figuur in uw leven geworden. U beschrijft zichzelf als een ‘tikje geobsedeerd’ door hem.

Coe grijpt even buiten beeld en komt terug met een casettebandje. “Van al zijn films, die ik op televisie zag, maakte ik geluidsopnamen. Die beluisterde ik ’s avonds in bed. Van zijn scenario’s heb ik geleerd over romantische en vriendschappelijke relaties, hoe mensen met ­elkaar praten, zich uiten in woorden. Het ritme van zijn dialogen sijpelde mijn onderbewuste binnen, terwijl ik in slaap viel.”

Jonathan Coe (1961) begon al jong te schrijven en publiceerde sinds 1987 dertien romans, waaronder Het moordend testament en De Rotters Club, beide bewerkt tot televisieseries. Maatschappij en ­politiek zijn terugkerende thema’s in verhalen, die zich kenmerken door ­humor en satire. Het brexit-referendum verwerkte hij in het geestige Klein Engeland (2019). Coe, ook een verdien­stelijke musicus, woont met zijn vrouw in Londen.

Heeft u overwogen een biografie te schrijven? Eerder schreef u al boeken over Humphrey ­Bogart en James Stewart.

“Ik voel me altijd een beetje opgelaten als mensen die boeken noemen. Ik heb ze snel geschreven, voor het geld, vroeg in mijn carrière. Niks mis mee, maar bijzonder zijn ze niet. Over Wilder is veel geschreven, de wereld zit niet te wachten op een nieuwe biografie. Toch wilde ik over hem schrijven. Vooral over de fase dat hij een geweldig oeuvre heeft opgebouwd en tegelijkertijd grote moeite heeft om een nieuwe film te maken.”

Terwijl Billy Wilder en zijn vaste co-scenarist I.A.L. Diamond naar geldschieters zoeken, gonst het in Hollywood rond een nieuwe generatie filmmakers: Steven Spielberg, Francis Ford Coppola, Martin Scorsese. Jonge honden, ‘filmauteurs’, die een aardverschuiving veroorzaken in het studiosysteem, dat voordien veel macht bij de producenten legde. Hoofdschuddend zien Wilder en Diamond de opmars van ‘die jochies met baarden’ aan. Terwijl zij zich in een restaurant in Los Angeles verbijten over het succes van ‘die film met die haai’ – Spielbergs Jaws – zit een paar tafeltjes verder Al Pacino, de opkomende ster. Naast hem zijn vriendin Marthe Keller, een Zwitserse actrice (in Europa bekend van de destijds populaire tv-serie De jonkvrouw van Avignon). Wilder, die de Franse keuken van het restaurant bezingt, gaat een praatje met ze maken en ergert zich enigszins aan Pacino, die mompelend een hamburger eet. Keller zal even later de titelrol spelen in Fedora.

Was u zelf als tiener geen fan van Jaws en ­Spielberg en Scorsese?

“Eerlijk gezegd voelde ik dezelfde melancholie als Wilder. Ik groeide op in een voorstad van Birmingham, bioscopen waren ver weg. Films zag ik op televisie, oudere films. Zo ontwikkelde ik een wat ouwelijke smaak: ik hield erg van de verfijning en glamour uit de jaren veertig en vijftig. Tegelijkertijd vind ik het fascinerend hoe literaire en artistieke genres veranderen, evolueren. Mensen die het ene moment als giganten worden gezien, verbleken vervolgens en raken uit de mode. Diep vanbinnen wist Wilder, ik denk eerder dan I.A.L. Diamond, dat zijn tijd er na Fedora wel op zat. Maar bitter werd hij niet. Naar makers als Spielberg en Coppola was hij vol lof.”

U beschrijft zijn pogingen om Schindler’s List van de grond te krijgen, een film die uiteindelijk door Spielberg is gemaakt.

“Tijdens mijn research ben ik op bezoek gegaan bij filmmaker Volker Schlöndorff, in Berlijn. Hij vertelde me iets wat ik niet eerder had gehoord, iets wat me verraste en ontroerde. Toen Wilder uiteindelijk Schindler’s List zag, vond hij de beelden zo indrukwekkend en realistisch dat hij in de achtergrond alsmaar op zoek was naar zijn moeder.”

Jonathan Coe Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Jonathan CoeBeeld Hollandse Hoogte / EPA

Weet Spielberg dat Wilder dat heeft gezegd?

“Ik heb geen directe toegang tot Spielberg, haha, en ik denk niet dat hij mijn boeken leest. Ik weet het niet.”

Die jongens met baarden van de jaren zeventig zijn ook niet meer de grote spelers in Hollywood.

“Tja, wat was de laatste film van Spielberg? En Scorsese klinkt meer en meer als Wilder. In ieder interview roept hij dat hij een hekel heeft aan Marvelfilms. Maar ik moet zeggen, The Irishman vond ik een heel goede film.”

Some Like It Hot, The Seven Year Itch: sommige Wilderfilms zijn alom bewonderde klassiekers die steevast opduiken in top 100-lijstjes van beste komedies aller tijden. Evengoed zag Coe de glazige blikken van zijn dochters en neefjes, als hij diens naam liet vallen. Daarom vertelt hij zijn verhaal via de naïeve 20-jarige Calista, een Engelssprekende Griekse, die niets weet van Wilder en de filmwereld. Als tolk belandt ze op de filmset van Fedora in Griekenland. Langs de zijlijn aanschouwt ze Wilder en zijn innige band met co-scenarist Diamond. Ze observeert stroeve momenten met actrices Keller en Hildegard Knef, en met een Griekse figurant die zijn taak hoogst serieus neemt. En via Wilder zal Calista een diepe liefde voor brie ontwikkelen.

Calista is er ook bij als Billy Wilder in gezelschap, aan een eettafel, terugblikt op de ingrijpendste episode in zijn leven. Als twintiger, dan nog Billie, ontvlucht hij Duitsland. Hij gaat naar Parijs, Londen, vestigt zich in Californië. Zijn Joodse familie ziet hij nooit meer terug.

Die harde realiteit achter Wilders lichtvoetige ­oeuvre dringt zich halverwege het boek ineens op. Coe koos een opmerkelijke vorm om het traumatische verleden te vertellen. De filmmaker leest als het ware een scenario voor: Parijs, Gare Saint-Lazare. Exit. Straat. Dag. Billie haalt een papiertje uit zijn zak en bekijkt het.”

Op het oog een koele vorm, maar het effect is emotioneel groots. Hoe kwam u zo op deze ­radicale stap?

“Die persoonlijke geschiedenis, ik wist niet hoe ik het moest aanpakken. Het lukte niet om Wilder in zijn eigen stem te laten vertellen, een pagina’s tellende monoloog lang. Het was een truc, een wanhoopsdaad: ik probeerde gewoon iets. Na een pagina of drie, vier schrijven in filmscènes voelde het wel goed eigenlijk. Het werden er zestig. Ik verwachtte dat mijn redacteur zou zeggen: ‘Leuk, maar dat filmscript moet eruit’. Dat deed ze niet. Sterker, het blijkt het favoriete deel van veel lezers. En, op een paar eerste stappen in de journalistiek na, heeft Wilder nooit iets anders geschreven dan filmscripts. Dit is hoe hij zich uit.”

In het boek doet hij een prachtige, wrange uitspraak over jaren dertig-Duitsland: ‘De pessi­misten eindigden in Beverly Hills met een zwembad in de achtertuin, de optimisten in de concentratiekampen’.

“Die zin heb ik in geen enkele biografie van Wilder gevonden, maar meerdere mensen vertelden dat hij dat heeft gezegd. Het is iets wat hij zou kúnnen zeggen. ­Wilder verschuilde zich graag achter cynisme en zwarte humor, maar hij zag veel goedheid in mensen. Hij was genereus, met geld en tijd, vond het leuk om nieuwe, jonge mensen te ontmoeten. Wat me fascineert, is dat zijn levenservaringen, vooral het verlies van zijn familie in de kampen, hem sterkten in de overtuiging om juist níet deprimerende, pessimistische films te maken. Een van de leukste anekdotes die ik over hem ken, is dat hij zich voorstelt hoe een man thuiskomt: nare brief van de belastingdienst, vrouw gaat bij hem weg, alles om hem heen is ellendig. En dan komt de buurman langs en zegt: ‘Kom, laten we gezellig naar Despair van Rainer Werner Fassbinder gaan’.” Coe grinnikt. “Wilder was een commerciële filmmaker, hij begreep hoe belangrijk het is om je publiek lichtvoetigheid te bieden, zonder dat het hersenloos escapisme wordt.”

Wilder als stilistische inspiratiebron zie je terug in het boek. In de luchtige verweving van verhaallijnen, in de lichte, heldere, soms geestige dialogen. Toch maakt Meneer Wilder en ik ook weemoedig. Een verhaal over een filmmaker in zijn nadagen, binnen een raamvertelling waarin Calista, inmiddels een langgetrouwde zes­tiger, haar kinderen het familienest ziet verlaten.

What’s next? Dat is een beetje de rode draad in het boek. Betrekt u die ook op uzelf?

“Mijn vrouw en ik hebben de afgelopen twintig jaar onze dochters grootgebracht, ik heb iedere twee à drie jaar een boek gepubliceerd: een stabiele, productieve ­periode. Inmiddels zijn de meiden het huis uit en denk ik na over wat ik nu zal schrijven. Mijn boeken voldeden bij verschijnen, maar net als Wilder moet ik vaststellen dat het schrijverslandschap is veranderd. Mijn persoonlijke en artistieke leven zijn in beweging. Hoe veranker je jezelf als alles om je heen aan het schuiven raakt?”

En dan ook nog brexit, het onderwerp van uw ­vorige boek, Klein Engeland.

“Met Meneer Wilder en ik heb ik even willen ontsnappen aan brexit, waar ik jarenlang tot over mijn oren in heb gezeten. In mijn volgende boek komt brexit toch weer terug. Mijn werk is één grote poging om de Engelsen te begrijpen. Er valt niet aan te ontsnappen, brexit is een vreselijke fout waar we mee moeten leven. Wat nu? Ja, die vraag is veel in mijn gedachten.”

null Beeld
Beeld

Jonathan Coe
Meneer Wilder en ik
Vert. Otto Biersma
De Bezige Bij;
256 blz. € 20,99

Lees ook:

Schrijver Jonathan Coe lijdt onder de brexitchaos: ‘Het kan nog wel honderd jaar duren’

De schrijver van de eerste roman over de brexit ziet geen uitweg meer uit het brexitdebat. ‘Misschien leidt het ooit tot iets goeds.’

Terug naar het oude Hollywood met Billy Wilder

Billy Wilder, die met knetterende dialogen de ene klassieker aan de andere reeg, was enkele jaren terug het middelpunt van een groot retrospectief in Eye Filmmuseum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden