Haroon Ali

InterviewHaroon Ali

Schrijver Haroon Ali probeerde lang zijn vader te pleasen: ‘Maar het is nooit genoeg’

Haroon AliBeeld Jildiz Kaptein

Journalist Haroon Ali reisde twee maanden door Pakistan. Zijn doelen: zijn biculturele identiteit leren omarmen en de band met zijn vader herstellen. Een uitdaging, blijkt uit zijn boek ‘Half’.

Het boek zou in zes maanden af zijn, dacht hij. Maar het kostte Haroon Ali uiteindelijk twee­enhalf jaar. “Ik heb dit project ernstig onderschat”, vertelt de reisjournalist in een Amsterdams café. Het idee was om verslag te doen van een reis naar Pakistan, het geboorteland van zijn vader. Hij wilde de plaatselijke cultuur ontdekken en zich verzoenen met zijn half-Pakistaanse, half-Nederlandse identiteit.

En, nog belangrijker: door zich twee maanden in Pakistan onder te dompelen hoopte hij het contact met zijn vader te herstellen. De verhoudingen waren verslechterd toen Ali en zijn zus gingen puberen. De islamitische vader verzette zich tegen de vrijheden die zijn kinderen hier in Nederland opeisten. Uitgaan, drank, een eigen mening, het botste met zijn striktere, patriarchale waarden.

Ali’s Nederlandse moeder, een van oorsprong katholieke vrouw die zich tot de islam had bekeerd, koos de kant van de kinderen. Het leidde tot echtelijke ruzies en een scheiding. De vader bleef in Amsterdam wonen, op vijf minuten fietsen van zijn oude gezin, maar het contact verwaterde. Toen Ali op zijn 21ste met de islam brak en uit de kast kwam, reageerde zijn vader daar nauwelijks op.

Zo’n dertien jaar later, eind 2017, reisde Ali naar Pakistan. Tantes, ooms, neven en nichten ontvingen hem met open armen. Hij maakte een bergtocht, bezocht culturele hoogtepunten en stortte zich in het verborgen gay-leven. Gaandeweg ontdekte hij dat er in Pakistan veel mogelijk is, zolang je het achter gesloten deuren doet of bulkt van het geld.

In het boek vertelt Ali het verhaal aan zijn halfbroertje van twaalf. De jongen is het zoontje van Ali’s vader en diens nieuwe, Pakistaanse vrouw. Dit tweede gezin, ook woonachtig in Amsterdam, houdt tot dusver wél de traditionele waarden hoog. Vanwege de slechte band met zijn vader ziet Ali zijn halfbroertje vrijwel nooit, hoewel ze in dezelfde stad wonen. Dankzij die extra ­dimensie is zijn boek niet alleen een reisverslag en een onderzoek naar identiteit, maar ook een opening tot ­dialoog. Een pleidooi vóór empathie en tegen rigiditeit.

Haroon AliBeeld Jildiz Kaptein

Hoe ben je op het idee voor deze reis gekomen?

“Ik heb mezelf lang beschouwd als een Nederlander met een tintje, als iemand die net van vakantie terug was. Maar mensen zoals ik worden toch vaak gezien als de ‘ander’. En op sociale media krijg ik geregeld te horen ‘Rot op naar je eigen land’ of ‘Wat zeik je over Nederland, in Pakistan worden mensen gelyncht’. Identiteit is dus niet alleen hoe je je zélf voelt, maar ook hoe anderen je zien. Ik zal er nooit helemaal bij horen, hoe hard ik ook mijn best doe. Ik heb twee universitaire masters, praat met een Gooise ‘r’ en werk voor gerenommeerde kranten. Wat wil je nog meer van me?

“Omdat vreemden mijn Pakistaanse achtergrond blijven benadrukken, vond ik het tijd om die kant meer te ontdekken. Vandaar deze reis.

“Mijn beeld van Pakistan stamde nog uit mijn kindertijd. Het was gebaseerd op drie lange zomervakanties en op wat mijn vader me had verteld. Ik vond het interessant om nu als volwassen man te gaan rondkijken met een journalistieke, verwesterde blik. Ik wilde mijn familie terugzien, maar ook met vrijdenkers praten over vrouwenrechten, homorechten en de vrijheid van meningsuiting. Steeds in de hoop meer te leren over mijn vader en mezelf.”

Heeft het gewerkt? Omarm je nu je dubbele ­identiteit?

“Voorheen kon ik pissig worden als mensen vroegen: ‘Waar kom je vandaan?’ Dan ging ik met ze fucken en zei ik: ‘Uit Amsterdam.’ Als ze dan vroegen: ‘Waar kom je écht vandaan?’, antwoordde ik: ‘Ik ben geboren in Alkmaar’. Daarna ging ik boos verder: ‘Waarom wil je dit weten? Waarom vraag je niet eerst wie ik ben en wat voor werk ik doe?’

“Sinds de reis vind ik die herkomstvraag niet meer zo erg. Ik vind het nog steeds hokjesdenken, maar ik word er niet meer pissig van. Ik ben er nu trots op dat ik half-Nederlands en half-Pakistaans ben. Deal with it. Ik interpreteer de vraag ook minder negatief, omdat het voor mezelf minder een pijnpunt is. Ik zie nu in dat de meeste mensen zo’n vraag stellen uit oprechte interesse. Vroeger lukte dat me niet. Toen voelde ik me opgefokt omdat ik uit twee botsende helften bestond. Nu heb ik wat meer rust. Dat is de winst van de reis.”

En de band met je vader?

“Toen mijn vader op zijn 22ste naar Nederland kwam, omarmde hij de vrijheden hier. Hij stond vol in het leven en trouwde later met een Nederlandse vrouw. Het was een levendige, sociale man, een gangmaker die weleens een biertje dronk. Als tiener vond ik het onbegrijpelijk dat die leuke kant van hem verdween. Hij werd niet zozeer streng islamitisch, maar kreeg steeds minder begrip voor wat mijn zus en ik zelf wilden in het leven. Dat werd steeds frustrerender, ook omdat de Nederlandse cultuur je juist aanmoedigt om jezelf te ontplooien en je eigen mening te vormen. Nederlandse ouders stimuleren hun kinderen om alles eruit te halen wat erin zit. Pakistaanse ouders hebben een plaatje in hun hoofd, een uitgestippeld pad voor studie, werk en vaak ook partnerkeuze. Het enige wat je als kind zelf mag invullen, is of je dokter of advocaat wordt.

“Mijn vader is niet de enige die houvast zocht in traditionelere familiewaarden. Hij staat symbool voor veel migranten die hier met grote dromen heen zijn gereisd en die hun dromen niet allemaal hebben zien uitkomen. Ze legden hun kinderen een blauwdruk op voor wat in hun ogen een betere toekomst was. Maar als kinderen van dat pad afwijken, voelen ouders zich verraden. Zulke verhalen hoor ik ook van veel vrienden met niet-westerse ouders.

“Ik heb lang geprobeerd om alles goed te doen, om mijn vader te pleasen, om zijn geloof en zijn culturele lessen te eren. Maar het is nooit genoeg. Hij zal me altijd zien als ‘de Nederlander’: niet Pakistaans genoeg, niet islamitisch genoeg, seksueel te vrijgevochten. Hij lijkt blind voor de positieve dingen die ik heb bereikt.

“Deze reis was een ultieme poging tot toenadering. Ik wilde laten zien hoeveel moeite ik voor hem over had. Na afloop zouden we eindelijk iets gemeenschappelijks hebben om over te praten. Maar het pakte anders uit en we hebben nog steeds grote moeite om raakvlakken te vinden.”

Haroon AliBeeld Jildiz Kaptein

Waarom?

“Het Pakistan van nu is niet het Pakistan dat mijn vader zich herinnert. Dat land bestaat niet meer. En het Pakistan dat ik heb opgezocht, met progressieve vrouwen, gays en transgenders, is een land dat hij niet wíl zien. Daarom kunnen we er niet goed over praten. In het boek ga ik uiteindelijk de confrontatie met hem aan. We ruziën over zijn onmacht om de dingen vanuit een ander perspectief te bekijken, wat mij frustreert. Als tiener dacht ik: pap, doe niet zo ouderwets, je woont al zo lang in Nederland, pas je gewoon aan! Nu snap ik wat voor cultuurschok hij nog steeds moet ervaren.”

Wat vindt je vader van het boek?

“Hij vindt het niet leuk dat ik het heb geschreven. Vooraf wilde hij het niet lezen. Hij moest aan zijn eigen geestelijke gezondheid denken, zei hij. Het viel te verwachten. Ik heb er ergens ook wel begrip voor. Als het schrijven van dit boek me iets heeft geleerd, is het om meer compassie voor hem te hebben. Ik heb er opzettelijk geen afbrandboek van gemaakt, ik zie het zelf juist als een ode aan mijn afkomst. Ik ben nu trots op mijn ­Pakistaanse helft, en die heb ik te danken aan hem.

“Ik vind het wel jammer dat hij zo afhoudend reageert. Hij is bang dat ik zijn nieuwe gezin meetrek in mijn proces. Maar dat is niet nodig, want ik schrijf ook veel mooie dingen over mijn vader: mijn respect voor de moeilijke weg die hij in het leven heeft afgelegd, de waarden die hij me heeft meegegeven, de fijne herinneringen uit mijn jeugd. Dat leest hij nu allemaal niet. Als ik zelf kinderen had en een van mijn kinderen zou een boek over mij schrijven, zou ik nieuwsgierig zijn. Vervolgens kun je er misschien ruzie over krijgen en erover doorpraten, maar toch. Een gemiste kans. Ik ga het boek nog wel opsturen, in de hoop dat hij het uiteindelijk alsnog leest.”

Je schrijft vrij expliciet over je Pakistaanse avontuurtjes op homofeesten en via de datingapp Grindr. Met welke bedoeling?

“Het had nog veel explicieter gekund. Maar inderdaad, ik ben eerlijk over de verborgen feestjes, de verboden middelen en de manier waarop Pakistanen hun seksualiteit verkennen. Ik wilde dat allemaal opschrijven om tegen mijn vader te zeggen: luister, alle dingen die jij aan Nederland afkeurt, gebeuren ook in Pakistan. Je kunt niet zeggen dat Nederland een verdorven land is waar de kinderen zijn losgeslagen terwijl ze in Pakistan allemaal naar hun ouders luisteren en hun gulp dichthouden. Dat ís gewoon niet zo. Ik zag juist veel overlap tussen de twee landen.”

Vond je het niet riskant om het boek aan je halfbroertje van twaalf te schrijven, gezien de spanningen in de familie?

“Dit boek kan de boel weer op scherp zetten, maar ik noem niemand bij naam. De klasgenoten van mijn halfbroertje weten niet dat we familie zijn. Ik bescherm ieders privacy. Maar als journalist schrijf ik nu eenmaal persoonlijke verhalen die staan voor iets groters. Ik wilde één keer een boek over mijn familie schrijven, één keer publiekelijk alles vertellen. Dan moest ik het wel góed doen – met respect en compassie. Dat komt hopelijk over.

“Toen ik merkte dat mijn vader mijn verhaal niet wilde aanhoren, kwam ik op het idee om het aan mijn halfbroertje te richten. We zien elkaar nauwelijks. Hij weet niet dat ik samenwoon met mijn vriend. Ik vond het mooi om alle gebeurtenissen en onze geschiedenis voor hem vast te leggen, als een schatkist die hij later kan opgraven. Het geeft een beeld van een migrantengezin in dit tijdsgewricht. Ik ben benieuwd wat hij ervan vindt als hij het als jongvolwassene leest. Ik richt het aan hem, maar eigenlijk is het bedoeld voor alle jongeren die in net zo’n gezin opgroeien als hij.”

En een keertje rechtstreeks praten met je halfbroertje, zit dat erin?

“Daar zit ik nu over na te denken, ook al gaat mijn vader het contact met mij uit de weg. Ik wil mijn halfbroertje sowieso dit boek geven als hij er klaar voor is, op zijn achttiende verjaardag ofzo. De grote vraag is hoe hij zich zal ontwikkelen onder het toeziend oog van mijn vader en diens Pakistaanse vrouw. Als hij straks ook worstelt met zijn identiteit, net als ik heb gedaan en eigenlijk nog steeds doe, heeft hij in elk geval dit persoonlijke naslagwerk waar hij hopelijk wat lessen uit kan trekken.” 

Haroon Ali (37) is freelance journalist, schrijver en amateurfotograaf. Voor onder meer de Volkskrant, Trouw en Het Parool schrijft hij over media, diversiteit, cultuur en reizen. Ali, geboren in Alkmaar, groeide op in een Pakistaans-Nederlands gezin in Amsterdam-West. Na het gymnasium behaalde hij masters in sociale psychologie en journalistiek. Een recente Volkskrant-column waarin hij rapper Ali B. opriep om homo’s geen ‘flikker’ te noemen, was online een hit.

Haroon Ali
Half
De Bezige Bij;  208 blz. € 20,99

Lees ook:

Na een zware depressie en een ingezakt libido kan Gerbrand Bakker weer lachen

Een zware depressie, een mislukt liefdesleven en een ingezakt libido. Ondanks alles valt er veel te lachen in Gerbrand Bakkers nieuwste ego-document ‘Knecht, alleen’. Lucht en humor zijn noodzakelijk als je over ellende schrijft, zegt de auteur. ‘Anders sla je de lezer volkomen lam.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden