Levenslessen Tom Hofland

Schrijver en podcastmaker Tom Hofland: Had ik maar iets meer van een Brabander

Beeld Merlijn Doomernik

Het leven is best een gedoe, vindt schrijver Tom Hofland (29), en het duurde lang voordat-ie dat door had. Intussen gaat het hem voor de wind. Zijn podcast ‘De Blankenberge Tapes’ stond in juni boven aan de luisterlijsten en in het najaar verschijnt zijn tweede roman.

1 Doe waar je goed in bent en probeer dat uit te bouwen

“Ik was een speels kind. Ik had veel fantasie en uitte dat door grappen uit te halen: ik was een beetje een clown en best luidruchtig. Maar ik was ook een gevoelig kind dat in huilen uit kon barsten als ik ruzie had. Conflicten, daar hield ik als kind al niet van en ik ben nog steeds aan het leren hoe ik boos kan worden op mensen die dicht bij me staan.

In de keuken had mijn vader een krantenknipseltje opgehangen over dat je beter geen doel voor ogen kunt hebben in de zin van ‘dit wil ik later worden’, maar dat je moet doen waar je goed in bent en pas daarna kijkt hoe je daarin verder komt. Achteraf ben ik blij dat het bij mij zo is gelopen en dat mijn vader mij daarin steunde. Als ik voor de zoveelste keer een nieuw instrument wilde leren spelen, dan mocht ik – als ik zakgeld bijlegde – een gitaar kopen terwijl hij ook wel wist dat die na drie maanden ongebruikt in een hoek zou liggen.

Ook toen ik naar de kunstacademie wilde om te leren schrijven heeft mijn vader nooit iets gezegd als ‘daar kun je later geen geld mee verdienen’. Hij stimuleerde me juist om te ontdekken wat ik leuk vond en daarin verder te gaan. Mocht dat niet lukken dan was het vroeg genoeg om te kijken wat ik dan daarná leuk zou vinden – alles in stapjes, in plaats van in één keer iets groots. Als ik van tevoren al had gedacht: ik word later schrijver of radiomaker, dan was het denk ik juist niet gelukt.”

2 Laat mensen weten dat je aan ze denkt

“Mijn jongste zusje is vijf jaar jonger dan ik en toen ik net studeerde, spraken we elkaar weinig. Haar beste vriendin overleed in die tijd aan kanker en dat hoorde ik allemaal via mijn ouders en dat vond ik natuurlijk vreselijk. Maar ik heb nooit tegen mijn zusje gezegd: ‘Kan ik je ergens mee helpen? Ik kan altijd naar je toe komen.’ Pas later vertelde ze dat ze het vervelend vond dat ik me destijds afzijdig hield, terwijl het voor haar zo’n heftige periode was. Eerst was ik een beetje verbaasd, want ik had het heel erg voor haar gevonden, maar ik vergat dat zij dat niet wist omdat ik niets van me liet horen.

Beeld Merlijn Doomernik

Ik ben me er pas laat bewust van geworden dat het belangrijk is om aan mensen te vragen hoe het gaat en niet te snel te denken: diegene heeft al steun van anderen, of: ik voel me opgelaten. Die nalatigheid sluipt er soms weer een beetje in, en het lijkt wel alsof ik het moeilijker vind om iemand een berichtje te sturen juist nu dat met dat appen zo makkelijk kan. Ik hou ervan om iemand te schrijven, maar alleen als ik er langer de tijd voor kan nemen.”

3 Gedenk te sterven

“Een aantal jaren geleden had ik helemaal geen freelanceopdrachten en ging ik om de stress te lijf te gaan in mijn woonkamer op de grond liggen. Ik hoorde buiten wat vogeltjes fluiten en verder was het stil. Wat als ik nu dood zou zijn, dacht ik toen, dan maakt het niet uit dat ik geen opdrachten heb en mijn relatie net uit is. Niet dat ik dood wilde, maar omdat ik besefte dat ik ooit dood zou gaan, vroeg ik me af of deze dingen nog wel zo belangrijk waren.

Ik vind het jammer dat je bij wijze van spreken bijna moet worden doodgereden door een vrachtwagen voordat je zoiets kunt voelen – doodgaan was voor mij lang iets wat alleen bij anderen gebeurde. Door me meer bewust te zijn van dat alles vergaat, hoop ik meer rust te ervaren en is het tegelijk een goede motivator om dingen te gaan doen. Zet voor mijn part een schedel op je aanrecht en kijk er zo nu en dan naar om jezelf aan je eigen sterfelijkheid te herinneren. Het is jammer dat we die vanitas-symbolen uit onze omgeving rammen: we willen niets zien over de dood, behalve als-ie gewelddadig of spectaculair is. Een zaterdagavondprogramma waarin de dood centraal staat zou volgens mij best goed zijn om het leven meer urgentie te geven.”

4 Een stijl kan ook per ongeluk ontstaan

“Met de podcast ‘De Blankenberge Tapes’ wilden Pascal van Hulst en ik een fictief verhaal vertellen. Maar niet in de vorm van een klassiek hoorspel, want dat geloofden we nooit. Documentaires vonden we vaak wel weer goed, dus zochten we naar een tussenvorm: fictie in de vorm van een documentaire. Alleen: we hadden wel een scenario, maar konden allebei niet acteren en daarom wilden we in die podcast gewoon wat ouwehoeren zodat het klonk alsof we echte herinneringen ophaalden terwijl we alles verzonnen. Zo is per ongeluk de stijl van deze podcast ontstaan en uiteindelijk hebben acteurs die gewend waren om te improviseren de personages vertolkt – bewust geen stemacteurs, omdat hun manier van spelen vaak wat gedragen is. Enkel de gebeurtenis in een scène stond vast, er was geen uitgeschreven scenario.

Veel luisteraars dachten dat het om true crime ging, en de helft van hen voelde zich genaaid toen ze erachter kwamen dat het fictie was. We kregen ook kritiek van radiomakers omdat zij bang waren dat mensen hun documentaires niet meer zouden geloven. Maar eerst kijken wie het heeft gemaakt voordat je iets leest of luistert lijkt me juist wel goed: zijn het überhaupt journalisten? Is het van een omroep of een krant die je vertrouwt?”

5 Ga ervan uit dat alles gedoe is

“Ga ervan uit dat alles gedoe is, is sinds mijn vriendin en ik een baby hebben mijn mantra geworden. Dat had ik veel eerder willen ontdekken, want al mijn hele leven kan ik dolenthousiast aan een project of een vriendschap of een relatie beginnen en bij de eerste de beste tegenslag uit het veld geslagen zijn. Ik weet wel dat het leven niet alleen maar leuk is, maar ergens was dat nog niet helemaal tot me doorgedrongen. Tijdens een project dat niet lekker liep, heb ik eens een vriend gebeld met de vraag: ‘Waarom is alles altijd zo’n gedoe?’ ‘Omdat het leven een gedoe ís’, antwoordde hij, ‘en dat is ook wel lekker, want dan heb je ten minste wat te doen.’

De dingen die ik nu doe, zoals schrijven, vind ik blijkbaar zo leuk dat ik het gedoe voor lief neem. De juiste stimulatie helpt misschien ook wel, ik weet nog dat ik in groep 6 of 7 een verhaaltje schreef en de lerares zei: ‘Dit moet je echt blijven doen, want hier heb je talent voor.’ Ik geloof niet dat zij wist hoeveel impact die opmerking zou hebben, maar voor mij betekende het heel veel, want ik dacht: ik kan verhalen schrijven! Over een schrijfopleiding, die ik later ging doen, wordt vaak een beetje lacherig gedaan, maar juist door heel veel te maken, leerde ik om door dat lastige schrijfproces heen te beuken. Als het schrijven halverwege spaak liep, kon ik niet opgeven want dan haalde ik mijn studiepunten niet: op school moest ik vier jaar lang, vijf dagen per week leveren.”

Beeld Merlijn Doomernik

6 Maak niet alles nuttig

“Veel dingen die vroeger gewoon leuk mochten zijn, moeten nu ineens nut hebben. Terwijl je volgens mij gewoon lekker door het park moet kunnen wandelen omdat je dat leuk vindt, niet omdat het misschien goed is voor je hersenen en je daar uiteindelijk slimmer van wordt. Dat hele nuttigheidsdenken vind ik heel frustrerend. Soms vragen mensen: waarom schrijf je? En daar heb ik dan niet echt een antwoord op, behalve dat ik het fantastisch vind om verhalen te bedenken. Daar schaam ik me dan voor, want ik doe het niet om levens te veranderen.”

7 Denk als een Brabander

“Mijn vriendin komt uit Tilburg en ik hou van Brabant: ik heb het idee dat ik in de verkeerde provincie ben geboren – ik ben een transprovinciaal die met trek in worstenbroodjes is geboren – en ik heb haar moeten leren kennen om daar achter te komen. Brabanders hebben gewoon allemaal, nou ja laat ik het bij mijn schoonfamilie houden, zíj hebben in hun manier van praten zoiets nuchters en joviaals waardoor alles wat vrolijker en makkelijker klinkt.

Soms kan ik veel te veel nadenken en verstrikt raken in mijn eigen gedachten, zoals bij het theorie-examen voor mijn rijbewijs. Daar moet je als antwoord bijvoorbeeld kiezen tussen remmen, gas loslaten of nietsdoen en daar denk ik dan vet complex over na: ja, in principe zou ik zeggen: gas loslaten. Maar het CBR denkt waarschijnlijk: rémmen, want daar loopt een kind. De laatste keer heb ik het theorie-examen gedaan met een Brabants stemmetje in mijn hoofd en had ik het negen van de tien keer goed! Onverklaarbaar volgens de wetenschap, maar volgens mij heeft het te maken met niet te veel doordenken: ‘Wat denk je nu? Dóe dat dan’. En dat associeer ik met een zachte g. Ik praat nu ook vaak met een zachte g, sowieso met mijn vriendin en schoonfamilie, maar ook als ik op het podium sta om voor te lezen. Ik denk dat ik dan iets grappiger en luchtiger overkom, en door dat joviale word ik meteen minder zenuwachtig.”

8 Rituelen geven rust

“Ik zou graag een pamflet willen schrijven over waarom we rituelen terug moeten brengen, juist nu er zo veel mensen freelancer zijn. Het klinkt misschien oubollig, maar van mij zouden de winkels op zondag gesloten mogen worden. Niet omdat de Heer dan rust, maar omdat ik me vroeger op zondag in een dichte stad verveelde. Dat gaf een soort rust en zorgde ervoor dat ik me klaarmaakte voor de drukte van een nieuwe week.

Mijn vorige boek speelde zich af in de negentiende eeuw en tijdens het researchen las ik dat duelleren nog tot na de Eerste Wereldoorlog heeft plaatsgevonden en er vaak ook bewust misgeschoten werd. Het is een ritueel dat me aanspreekt: ‘Nou, niemand is gewond geraakt, we hebben het beslecht en nu is het over. Ik heb mijn eer verdedigd, jij hebt standgehouden en nu zijn we weer oké.’ Het zou leuk zijn om zoiets weer in het leven te roepen – zonder dodelijke afloop. Tot halverwege mijn twintigste stoeide ik nog met vrienden. Soms omdat iemand iets had uitgelokt, of omdat er een steek onder water werd gegeven. En daarna was het uit de lucht, zonder een echte knokpartij.”

Tom Hofland (Apeldoorn, 1990) 

is schrijver, programma- en podcastmaker. Hij studeerde Writing For Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Sinds 2015 maakt hij programma’s voor de VPRO en is hij onder meer als redacteur verbonden aan het nachtprogramma ‘Nooit Meer Slapen’. Na het verschijnen van zijn debuutroman ‘Lyssa’ in 2017 werd hij door de Volkskrant uitgeroepen tot hét literaire talent. In datzelfde jaar werd zijn korte verhaal ‘Snoesje’ bekroond met het C.C.S. Crone-stipendium. De fictieve true crime-podcast ‘De Blankenberge Tapes’ stond dit voorjaar boven aan de luisterlijsten en op dit moment rondt Hofland zijn tweede roman ‘Vele vreemde vormen’ af die 15 oktober verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden