Andrzej Stasiuk.

Profiel Andrzej Stasiuk

Schrijver Andrzej Stasiuk: ‘Hier in Oost-Europa verandert nooit wat’

Andrzej Stasiuk. Beeld Alamy

Auteur Andrzej Stasiuk (1960) verklaart in zijn boeken de Oost-Europese hang naar autocraten. ‘Een mensenhart heeft vastigheid nodig.’

Er zijn dingen die een schrijver beter kan vertellen dan een Oost-Europa-correspondent. Die laatste krijgt recentelijk steeds dezelfde hamvraag op zijn bord: hoe verklaar je de populariteit van autoritaire politici in het voormalige Oostblok, die zich afzetten tegen de EU, terwijl hun landen zoveel aan Europa te danken hebben? Een schrijver kan, niet beperkt door een maximaal aantal tekens en het dictaat van actualiteit en chronologie(‘de zuster van de dood’) zijn vinger op het moeilijkst grijpbare van de mogelijke antwoorden leggen: cultuur en mentaliteit.

Andrzej Stasiuk (1960) is geen politiek auteur. Als je hem al tekort wilt doen met een etiketje, dan is ‘anarchistische outsider’ een optie. Dat was hij al toen hij met lang haar, zonder opleiding rondhing in het Warschau van de jaren tachtig. Zijn autobiografische boek ‘Hoe ik schrijver werd’ is een kroniek van het zieltogende communisme, waarin de hoofdrol niet is weggelegd voor morele verontwaardiging, maar voor de prijs van bier, sterke drank en andere basisproducten. Net als de brave soldaat Svejk – de ultieme anti-held uit de Tsjechische literatuur – zwerft Stasiuk door kroegen, kroch­ten, kazernes en gevangenissen en maakt het zich zo comfortabel mogelijk in de marge van een absurd systeem.

Als het communisme eenmaal ter ziele is en Polen in de jaren negentig enthousiast vrije markt en democratie omhelst, zoekt Stasiuk opnieuw de marge. Nu in de vorm van een afgelegen huis in de Karpaten, ‘de ruggengraat van Europa’. Terwijl zijn landgenoten zich op het Westen storten, kijkt Stasiuk de andere kant uit, oostwaarts. Als hij schrijft over ‘mijn Europa’, bedoelt hij het Oostblok, de Donau-monarchie, de Balkan, Mitteleuropa. Dit is het decor van zijn romans – ‘De Witte Raaf’, ‘Ne­gen’, ‘Het papieren Vliegtuig’ – en de hoofdrolspeler van zijn reisessays: ‘Fado’ (2006) en ‘Op weg naar Babadag’ (2004). Die laatste twee, gepubliceerd toen de voormalige Oostbloklanden net de EU werden binnengelaten, zijn actueler dan ooit.

Ondanks veranderingen verandert niets

Waar het westerse oog de dynamiek ziet van ‘de nieuwe lidstaten’, arbeidsmigranten, ondernemers en rap groeiend bbp, beschrijft Stasiuk vooral wie en wat achterblijft. “Mannen staan op de hoek van de straat en staren in de leegte van de dag. Ze spugen op de stoep en roken een sigaret. Dat is het heden. Zo gaat het in Sabinov, in Gorlice, in Caransebes, in het hele fameuze gebied tussen Zwarte Zee en Oostzee.”

Of hij nu in Polen is, in Slowakije, Oekraïne, Hongarije, Roemenië, Albanië, of in voormalig Joegoslavië, overal keren dezelfde beelden terug. Landen waar ondanks alle veranderingen niets verandert. “Hier heerst eeuwige teloorgang en worden kinderen vermoeid geboren.” Het zijn landen waar emoties van tijd tot tijd oplaaien, maar tot niets leiden en uitdoven. “Dit gebied is om beurten in de greep van oprispingen en verveling. Dat maakt deze streken zo menselijk.”

Omdat er zoveel gebeurt zonder dat er echt iets verandert ‘verwordt de geschiedenis hier steevast tot legende’. “Niemand maakt er een geheel van, een afgerond verhaal. Nalatigheid is de essentie van deze streken. Geschiedenis, gebeurtenissen, gevolgtrekkingen, een gedachte, een plan, het lost telkens op in het landschap, in iets dat veel ouder en groter is dan al die pogingen bij elkaar.”

Armoede, mislukking en verwerping

In deze marge van Europa zoekt Stasiuk steeds naar een marginaler reisdoel, alsof hij het negatief wil vinden om de foto van Europa scherper af te drukken. Naar het Hongaarse Nagykallo, omdat daar een beroemde psychiatrische inrichting staat. “Ik bedacht me dat dat een soort de gematerialiseerde metafoor van Oost-Europa kon zijn.”

Naar Galicië, of Transsylvanië, waar boeren in opstand kwamen tegen de extreme ongelijkheid die hier eeuwenlang de norm was. “Een extatisch, in vodden gehuld leger van veedrijvers, herders en boeren die voor één keer probeerden het heft van hun heren in handen te nemen en te beschikken over hun eigen leven, andermans rijkdom en over geweld.”

Toen kon de Oost-Europeaan tenminste nog in opstand komen. Nu niet meer. “Tegenwoordig kun je niet meer iemand anders worden door middel van een simpele transfer van dingen en voorwerpen. Rijkdom is een ongrijpbaar ding geworden dat in de lucht hangt en zich af en toe, hier en daar materialiseert. Armoede, mislukking en verwerping daarentegen zijn heel concreet en zo zal het ongetwijfeld blijven. “

Terwijl zijn landgenoten zich op het Westen storten, kijkt Stasiuk de andere kant uit, oostwaarts. Beeld Alamy Stock Photo

Want ondanks alle vooruitgang blijft Oost-Europa het mindere Europa. “Het Westen kijkt naar de rest van het continent als naar een mislukte kopie van zichzelf.” Overal waar hij komt ziet hij hoe Oost probeert West na te apen. Kroatië is ‘een land dat probeert het beeld van een-of-ander ideaal land te evenaren’. In Moldavië ‘maken ze hun eigen verbeelding na van een wereld die elders is’. Thuis, in de Poolse Karpaten, hangen jongens rond in tweedehands auto’s, meest van het type Volkswagen Golf. “Die auto’s zijn een groot symbool van de Europese eenwording. Ze waren allemaal van burgers van het ‘oude Europa’. Die jonge mensen hebben auto’s, maar nergens om naartoe te rijden.”

Die eenwording is eenrichtingsverkeer. Stasiuk: “Wij moeten jullie worden, maar of jullie ons willen worden, is nog maar de vraag.” Voor West is het een goede deal. “Als lachspiegel bevestigen wij het origineel in zijn overtuiging waardig en uitzonderlijk te zijn.” Maar voor Oost niet en dus sluimert onder het moderniseringsvernis ongenoegen. “Voordat we echt kunnen bestaan, verdwijnen we al door een spiegelbeeld of een karikatuur te worden van iets dat groter en sterker is dan wijzelf.”

Wie wil er leven in een karikatuur? Wie wil zijn eigen identiteit opgeven om een kopie te worden van een ander? Die ander, het oude Europa, is ‘zo bang is voor haar eigen verleden’. “Ze was als de dood voor haat en beperkte en passant alle andere emoties tot een absoluut minimum.” Dat terwijl de landen in het oosten hun geschiedenis gepassioneerd koesteren.

Transfer van West naar Oost

Hij bekijkt de bankbiljetten van al die landen en landjes die West-Europeanen nauwelijks uit elkaar kunnen houden. Allemaal ver­tellen ze een verhaal over eigen koningen en helden die erop staan afgedrukt. Daarbij vergeleken is de euro met zijn anonieme bruggen morsdood. “Welk verhaal kun je op basis van eurobankbiljetten vertellen?” Europa is technocratisch, gericht op het hier-en-nu, gespeend van emotie en daardoor net zo abstract als haar geld. “Volkeren kennen geen algemene geschiedenis, ze voeden zich met hun eigen verleden.”

Na de verrukking komt de ontnuchtering. Als welvaart en vrijheid eenmaal normaal zijn geworden, komt de vraag van identiteit bovendrijven. “Die vreemde, exotische, onbekende volksstammen bevinden zich in de Europese ruimte, maar het zou naïef zijn te denken dat ze hun gewoontes afwerpen, hun onhebbelijkheden, hun vurige verlangens, hun frustraties, hun fantastische droombeelden, hun unieke temperament; kortom dat ze hun individuele eigenschappen afzweren voor een soort liberale en democratische Europese universalia”, concludeerde Stasiuk al zo’n vijftien jaar geleden.

De transfer van West naar Oost bestaat uit geld en procedures, niet uit cultuur en daardoor wordt het continent niet echt herenigd. “Het Oosten neemt van jullie alleen over wat het kan gebruiken. De schone schijn, het masker en het kostuum waarin het kan doen alsof het jullie is. Meer hebben jullie van ons ook niet geëist, dus de opdracht was vrij gemakkelijk.”

De mythe van het vaderland

Het leest als een beschrijving avant la lettre van autoritaire regeringen die de façade van democratische instituties overeind houden en daarachter hun tong uitsteken richting Brussel.

De nieuwe autocraten geven hun ontheemde volkeren wat een kil, kapitalistisch Europa ze ontneemt. “Een mensenhart heeft vastigheid nodig, iets wat iedereen ten deel valt, ongeacht verdiensten, conjunctuur, prestige, macht en rijkdom. Misschien is hun geboorteplaats de laatste genade voor al die onterfden.”

Dat is het soort rechtvaardigheid en saamhorigheid dat nationalisme zo aantrekkelijk maakt: “Het vaderland en haar mythe worden een fundamentele waarde voor al diegenen die niets anders hebben.”

Stasiuk beschrijft hoe hij ergens ‘op weg naar Babadag’ in het Hongaarse stadje Göncz aan de praat raakt met een man bij wie een steekje los zit. Het rijkelijk besprenkeld gesprek tussen de Poolse schrijver-outsider en de Hongaarse dorpsgek mag als pointe dienen voor deze journalistieke samenvatting van Stasiuks a-politieke oeuvre: “Democratie stilt niet de behoefte aan esthetiek en mythologie; een mens voelt zich wat in de steek gelaten. Mijn vriend knikte instemmend en stak zijn lege glas uit. Ik vulde het en voer verder dat het idee van democratie een fundamentele tegenstrijdigheid in zich draagt. Echte macht kan van nature nooit van binnenuit komen, want dan lijkt ze op een ordinaire anarchie, maar dan zonder al het anarchistische genot en vermaak. Macht moet van buitenaf komen, want dan pas kun je van haar houden en tegen haar in opstand komen. ‘Ja’, knikte mijn nieuwe vriend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden